Home

Parket bij de Hoge Raad, 17-11-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1231, 19/02645

Parket bij de Hoge Raad, 17-11-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1231, 19/02645

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17 november 2020
Datum publicatie
19 januari 2021
ECLI
ECLI:NL:PHR:2020:1231
Formele relaties
Zaaknummer
19/02645

Inhoudsindicatie

Verdachten zijn in een bepaalde wijk in DH lange tijd door de politie in de gaten gehouden vanwege verdenking van het plegen van inbraken en o.m. veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die erop gericht was woninginbraken te plegen. Stelselmatige observatie, art. 126g Sv, of volstaat algemene taakomschrijving politie a.b.i. art. 3 Politiewet 2012 als grondslag? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BW9338 m.b.t. de vraag wanneer observaties waarvoor geen machtiging a.b.i art. 126g Sv is gegeven, onrechtmatig zijn. Oordeel hof dat met deze surveillance geen observatie heeft plaatsgevonden waarmee een min of meer volledig beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het privéleven van verdachte en dat daarom art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 Sv een toereikende grondslag vormen voor die surveillance is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen hetgeen het hof heeft vastgesteld. Volgt verwerping. Samenhang met 19/02582, 19/02584, 19/02643 en 19/02673.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/02645

Zitting 17 november 2020

CONCLUSIE

AG