Parket bij de Hoge Raad, 17-11-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1234, 19/02582
Parket bij de Hoge Raad, 17-11-2020, ECLI:NL:PHR:2020:1234, 19/02582
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 november 2020
- Datum publicatie
- 19 januari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2020:1234
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:81
- Zaaknummer
- 19/02582
Inhoudsindicatie
Verdachten zijn in een bepaalde wijk in DH lange tijd door de politie in de gaten gehouden vanwege verdenking van het plegen van inbraken en o.m. veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die erop gericht was woninginbraken te plegen. 1. stelselmatige observatie, art. 126g Sv, of volstaat algemene taakomschrijving politie a.b.i. art. 3 Politiewet 2012 als grondslag? 2. vrijwillige terugtred, art. 46b Sr. 3. vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. Ad 1. De klacht over het oordeel van het hof dat art. 3 Politiewet 2012 en art. 141 Sv een toereikende grondslag bieden voor de observaties leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de samenhangende zaak met rolnummer 19/02645. Ad 2. Het oordeel van het hof t.a.v. de bewezenverklaarde oplichting dat het enkele niet insturen van het schadeformulier niet als vrijwillige terugtred kan worden aangemerkt is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 3. telkens omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen, art. 36f Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2020:914). Samenhang met 19/02584, 19/02643, 19/02645 en 19/02673.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/02582
Zitting 17 november 2020