Home

Parket bij de Hoge Raad, 14-12-2021, ECLI:NL:PHR:2021:1181, 21/04869

Parket bij de Hoge Raad, 14-12-2021, ECLI:NL:PHR:2021:1181, 21/04869

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
14 december 2021
Datum publicatie
14 december 2021
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:1181
Formele relaties
Zaaknummer
21/04869

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet naar aanleiding van het Prokuratuur-arrest van het HvJ EU. Betreft in het bijzonder de reikwijdte van dat arrest en de begrenzing tot ‘ernstige strafbare feiten’. Aan de Hoge Raad wordt in overweging gegeven prejudiciële vragen te stellen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer21/04869 CW

Zitting 14 december 2021

VORDERING TOT CASSATIE

IN HET BELANG DER WET

B.F. Keulen

In de zaak

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de veroordeelde.

Inhoudsopgave

Inleiding

De beslissing waar deze vordering zich tegen richt en enkele andere beslissingen

Wat aan het arrest Prokuratuur vooraf ging

Het arrest Prokuratuur

Richtlijnconforme interpretatie

Bewaren en toegang verlenen

De beperking van de toegang tot ernstige strafbare feiten

Ernstige strafbare feiten

De kring van personen

Precieze conclusies over de persoonlijke levenssfeer

De inschakeling van de rechter-commissaris

Processuele sancties

Prejudiciële vragen en cassatie in het belang der wet

Gevolgen voor de praktijk van het stellen van prejudiciële vragen

Onderzoek aan smartphones

De vordering in de onderhavige zaak

Inleiding

  1. Deze vordering tot cassatie in het belang der wet hangt samen met twee andere vorderingen tot cassatie in het belang der wet die ik vandaag neem. De drie vorderingen hebben betrekking op de normering van de vordering van (kort gezegd) verkeers- en locatiegegevens.

  2. In de praktijk is onduidelijkheid ontstaan over de misdrijven bij verdenking waarvan verkeers- en locatiegegevens kunnen worden gevorderd en over de procedure die in dat geval dient te worden gevolgd. Die onduidelijkheid heeft zijn oorzaak in rechtspraak van het Hof van Justitie, in het bijzonder het arrest Prokuratuur.1

3. Deze vordering en één van de andere vorderingen betreffen de uitleg van rechtspraak van het Hof van Justitie. De derde vordering ziet op vragen van Nederlands strafprocesrecht.

De beslissing waar deze vordering zich tegen richt en enkele andere beslissingen

4. De beslissing waar de onderhavige vordering zich tegen richt houdt het volgende in:

‘RECHTBANK GELDERLAND

[veroordeelde] ,

Procedure

Oordeel van de rechter-commissaris

Standpunt van de officier van justitie

Ontvankelijkheid

Beoordeling

De beslissing

Wat aan het arrest Prokuratuur vooraf ging

Het arrest Prokuratuur

Richtlijnconforme interpretatie

Bewaren en toegang verlenen

De beperking van de toegang tot ernstige strafbare feiten

Ernstige strafbare feiten

De kring van personen

Precieze conclusies over de persoonlijke levenssfeer

De inschakeling van de rechter-commissaris

Processuele sancties

Prejudiciële vragen en cassatie in het belang der wet

Gevolgen voor de praktijk van het stellen van prejudiciële vragen

Onderzoek aan smartphones

De vordering in de onderhavige zaak