Parket bij de Hoge Raad, 08-11-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1190, 23/04444
Parket bij de Hoge Raad, 08-11-2024, ECLI:NL:PHR:2024:1190, 23/04444
Gegevens
- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 november 2024
- Datum publicatie
- 5 december 2024
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2024:1190
- Formele relaties
- Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:388
- Zaaknummer
- 23/04444
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Sprongcassatie. WAMCA. Eisen aan procesinleiding in cassatie. Zelfde gebeurtenis als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv? Heeft verlenging dagvaardingstermijn op grond van art. 1018d lid 2 Rv algemene werking? Kostenveroordeling.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04444
Zitting 8 november 2024
CONCLUSIE
M.H. Wissink
In de zaak
Stichting Consumenten Competition Claims
eiseres tot cassatie,
advocaat: P.A. Fruytier,
tegen
1. Apple Distribution International Limited
2. Apple Inc.
3. Apple Operations International Limited
4. Apple Holding B.V.
5. Apple Benelux B.V.
6. Apple Retail Netherlands B.V.
verweersters in cassatie,
advocaat: W.H. van Hemel,
en
7. Stichting Right to Consumer Justice
verweerster in cassatie,
niet verschenen,
en
8. Stichting App Stores Claims
verweerster in cassatie,
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1 Inleiding en samenvatting
Eiseres wordt hierna aangeduid als CCC. Verweersters onder 1 en 2 worden aangeduid als Apple Ierland1 en Apple Inc. en verweersters onder 1 tot en met 6 gezamenlijk als Apple c.s. Verweerster onder 7 wordt aangeduid als RCJ en verweerster onder 8 als ASC.
Deze zaak betreft een sprongcassatie van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 augustus 20232 (hierna: het vonnis) in een collectieve actie waarop de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (hierna: WAMCA) van toepassing is. RCJ, ASC en CCC willen daarin elk als belangenbehartiger opkomen voor gebruikers3 van door derden ontwikkelde4 softwareapplicaties die werken op een besturingssysteem van Apple (iOS-apps of apps), die deze gebruikers hebben gekocht in de App Store van Apple. Volgens RCJ, ASC en CCC heeft Apple een dominante positie op de markt voor distributie van iOS-apps, omdat gebruikers van iOS-apps voor iPhone, iPad en iPod Touch zijn aangewezen op de App Store, en heeft Apple misbruik van haar machtspositie gemaakt, onder meer door een te hoge provisie in rekening te brengen voor aankopen in de App Store.5
De rechtbank is nog niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, omdat zij eerst had te beslissen over (onder meer) de vraag of CCC haar dagvaarding tijdig heeft uitgebracht.6 Deze vraag is gerezen tegen de achtergrond van de dagvaardingstermijn die met de WAMCA in Titel 14a Rv is opgenomen voor een dagvaarding in zaken betreffende een collectieve actie en collectieve schadeafwikkeling.
Het exploot van dagvaarding waarmee een belangenorganisatie de collectieve vordering als bedoeld in art. 3:305a BW instelt, moet binnen twee dagen na de dag van dagvaarding zijn aangetekend in het centraal register voor collectieve acties als bedoeld in art. 3:305a lid 7 BW (hierna: centraal register) (art. 1018c lid 2 Rv). Binnen drie maanden na deze aantekening kan een andere belangenorganisatie een collectieve vordering instellen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen als waarop de reeds ingestelde collectieve vordering betrekking heeft, over gelijksoortige feitelijke of rechtsvragen (art. 1018d lid 1 Rv). Deze termijn kan met maximaal drie maanden worden verlengd indien binnen een maand na de aantekening in het centraal register een andere belangenorganisatie ter griffie heeft laten aantekenen dat zij een collectieve vordering wil instellen voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen als waarop de reeds ingestelde collectieve vordering betrekking heeft, maar dat de (initiële) termijn van drie maanden niet volstaat (art. 1018d lid 2 Rv).
Nadat RCJ in oktober 2021 Apple Ierland en Apple Inc. had gedagvaard en haar dagvaarding had ingeschreven in het centraal register,7 heeft de rechtbank op verzoek van ASC de dagvaardingstermijn met drie maanden verlengd tot 4 april 2022, waarna ASC Apple Ierland en Apple Inc. op 1 april 2022 heeft gedagvaard.8 CCC heeft zelf geen termijnverlenging gevraagd en haar dagvaarding op 31 maart 2022 uitgebracht. De rechtbank heeft CCC niet ontvankelijk verklaard. Zij oordeelde dat de collectieve vordering van CCC een collectieve vordering is voor dezelfde gebeurtenis(sen) als waarop de reeds ingestelde collectieve vordering van RCJ betrekking heeft over gelijksoortige feitelijke of rechtsvragen, en dat CCC haar dagvaarding niet binnen de initiële driemaandentermijn van art. 1018d lid 1 Rv heeft uitgebracht en ook niet om verlenging van die termijn heeft verzocht op de voet van art. 1018d lid 2 Rv.9 Hiertegen komt CCC in dit sprongcassatieberoep op.
Hierna volgt een weergave van de feiten (onder 2) en het procesverloop (onder 3).
Onder 4 bespreek ik drie verschillende kwesties met betrekking tot de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Dit betreft (i) de vaststelling van het bestaan van overeenkomst tot sprongcassatie, (ii) de mogelijkheid om in het onderhavige geval cassatie in te stellen tegen een mede-eiser en (iii) de eisen die moeten worden gesteld aan een procesinleiding in cassatie in een WAMCA-zaak. Deze bespreking leidt niet tot de conclusie dat het beroep niet ontvankelijk zou zijn.
Onder 5 bespreek ik de klachten van het middel. Naar mijn mening heeft, anders dan onderdeel 1 betoogt, de termijnverlenging van art. 1018d lid 2 Rv geen algemene werking. Anders dan onderdeel 2 betoogt, kan het oordeel van de rechtbank dat, ondanks de verschillen in gedaagde partijen, achterban en grondslagen van de vorderingen, sprake is dezelfde gebeurtenis en gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv, de cassatietoets doorstaan. Onderdeel 3 klaagt naar mijn mening terecht dat de rechtbank CCC niet kon veroordelen in de proceskosten van ASC en RCJ.
2 Feiten
Met het oog op de vragen die in cassatie spelen, vermeld ik een deel van de door de rechtbank Amsterdam vastgestelde feiten.10
Apple, Apple-apparaten, iOS, de App Store en apps
Apple c.s. maken allen deel uit van het Apple-concern. Apple is een wereldwijd opererende onderneming die onder meer computers, telefoons en iOS-apps ontwerpt, produceert en verkoopt. Apple Inc. is de in de Verenigde Staten van Amerika gevestigde moedermaatschappij en staat aan het hoofd van het Apple-concern. De overige gedaagden zijn (indirecte) dochterondernemingen van Apple Inc.
Apple is de producent van een reeks draagbare apparaten, zoals de iPhone, iPad en iPod Touch (hierna gezamenlijk aangeduid als Apple-apparaten of iOS-apparaten) waarop iOS-apps kunnen worden geïnstalleerd. Deze apparaten draaien op het door Apple ontworpen iOS-besturingssysteem (hierna: iOS). Voor de iPad heeft Apple vanaf 2019 een specifieke versie van iOS uitgebracht (iPadOS genaamd). In deze zaak wordt onder iOS ook verstaan iPadOS. iOS is voorgeïnstalleerd op Apple-apparaten en wordt periodiek geüpdatet.
De App Store is een door Apple ontwikkeld en beheerd online verkoopplatform van iOS-apps dat sinds 10 juli 2008 bestaat. Sinds 2009 is de App Store standaard geïnstalleerd op Apple-apparaten met nieuwe versies van iOS. In de App Store worden gratis apps aangeboden en apps waarvoor dient te worden betaald door de gebruiker. In sommige apps zijn (digitale) in-app producten beschikbaar. Een in-app product is een functie, dienst of product dat binnen een app kan worden ontgrendeld of gekocht, zoals abonnementen, speluitbreidingen en andere digitale producten. Betalingen in de App Store (voor betaalde apps of betaalde in-app producten) verlopen in beginsel via het in 2009 geïntroduceerde App Store betalingssysteem van Apple (door RCJ aangeduid als IAP(-mechanisme) en door ASC aangeduid als ASPPS; hierna aan te duiden als IAP).
Na de introductie van de App Store kunnen op Apple-apparaten slechts apps worden gebruikt die beschikbaar zijn gesteld in de App Store. De apps die van andere bronnen worden gedownload werken niet, althans minder goed.
De iOS-apps in de App Store kunnen door Apple zijn ontwikkeld (native apps) of door derden. Op de Apple-apparaten wordt standaard een aantal native apps geïnstalleerd. Waar hierna over apps of iOS-apps wordt gesproken, worden uitsluitend de door derden ontwikkelde apps bedoeld. Die derden worden ontwikkelaars genoemd. Voor deze ontwikkelaars biedt de App Store de (enige) mogelijkheid om hun iOS-apps aan te bieden aan gebruikers. Daartoe sluiten zij een overeenkomst (Developer Program Licence Agreement of DPLA) met Apple Inc. De ontwikkelaar van een app is een jaarlijkse fee van USD 99,00 verschuldigd voor deelname aan Apple’s Developer Program.
De kosten voor een betaalde app of een in-app product betaalt de gebruiker aan Apple. Het betaalde bedrag keert Apple vervolgens onder aftrek van provisie (ook wel: commissie) uit aan de ontwikkelaar. Die provisie bedraagt – behoudens een aantal uitzonderingen – 30% over wat de gebruiker betaald heeft voor de iOS-apps en in-app producten.
De Nederlandse Autoriteit Consument & Markt en de Europese Commissie
De Nederlandse Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft op 11 april 2019 een rapport uitgebracht over een marktstudie uitgevoerd naar de app stores van onder meer Apple. Naar aanleiding van de marktstudie is ACM een onderzoek gestart naar de vraag of Apple misbruik maakt van de positie die zij heeft verworven met de App Store. De ACM heeft in een besluit van 24 augustus 2021 een last onder dwangsom opgelegd aan Apple wegens misbruik van haar machtspositie, bestaande uit het opleggen van onredelijke voorwaarden aan datingapp-aanbieders.
De Europese Commissie (EC) is op 16 juni 2020 een onderzoek gestart naar de mogelijke schending van het EU-mededingingsrecht door Apple. De EC onderzoekt of Apple belemmeringen opwerpt voor apps die wél direct concurreren met apps van Apple, zoals muziekstreamingapps. In een persbericht van de EC van 30 april 2021 staat dat de voorlopige bevindingen van de EC zijn dat Apple de mededinging heeft verstoord op de markt voor muziekstreamingapps en dat Apple haar dominante positie op die markt heeft misbruikt in de App Store. De voorlopige bevindingen van de EC hebben geresulteerd in een zogeheten Statement of Objections van de EC, waarop Apple kan reageren.
De stichtingen
RCJ is opgericht op 10 mei 2021. Artikel 2.1 van haar statuten luidt als volgt:
De stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van de Gedupeerden die het slachtoffer zijn geworden van Frauduleus of concurrentieverstorend gedrag, bedrijfsmisdrijven, consumentenfraude, farmaceutische fraude, antitrustgedrag, schendingen van intellectueel eigendom en beleggersfraude, waaronder begrepen maar niet beperkt tot:
(a) het vaststellen en het onderzoeken van de belangen van de Gedupeerden en het vertegenwoordigen van de Gedupeerden in juridische procedures binnen Nederland en in andere jurisdicties, zoals civiele, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures, al naar gelang het geval;
(b) het wereldwijd behartigen van de belangen van de Gedupeerden in verband met de Claims;
(c) het verkrijgen en verdelen van financiële compensatie voor (een gedeelte van) de schade die de Gedupeerden stellen te hebben geleden;
(d) het behartigen van de collectieve belangen van Gedupeerden in juridische procedures binnen Nederland en in andere jurisdicties, zoals civiele, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures, al naar gelang het geval;
(e) al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord;
een en ander voor zover dit door het bestuur opportuun wordt geacht.
In de statuten van RCJ staat dat onder ‘Frauduleus of concurrentieverstorend gedrag’ en ‘Gedupeerden’ wordt verstaan:
- Frauduleus of concurrentieverstorend gedrag: elke frauduleuze, misleidende of oneerlijke handelspraktijk die verboden is volgens de wet, regelgeving of de wetgeving van de Europese Unie;
- Gedupeerden: (rechts)personen die het slachtoffer zijn geworden van concurrentieverstorend gedrag en/of markdominantie door de aankoop en het gebruikmaken van bedoelde producten, diensten, gedragingen en praktijken.
ASC is opgericht op 27 oktober 2021. Artikel 3.1 van haar statuten luidt als volgt:
De Stichting heeft ten doel:
a. het behartigen van de belangen van de desbetreffende Gebruikers die schade lijden, schade dreigen te lijden en/of schade hebben geleden ten gevolge van het handelen of nalaten van een of meer Apple Entiteiten (…);
b. het onderzoeken en vaststellen van de onrechtmatigheid en de directe dan wel indirecte aansprakelijkheid voor genoemde Claims en alle daaruit of anderszins voortvloeiende gevolgen ten aanzien van de gedragingen als hiervoor bedoeld in artikel 3.1 onder a;
c. het behartigen van de belangen van de desbetreffende Gebruikers in verband met een Vaststellingsovereenkomst waarvan de verbindendverklaring wordt verzocht aan het Gerechtshof krachtens de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (Wamca) en/of de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM);
d. het verkrijgen en verdelen van financiële compensatie voor (een gedeelte van) de schade welke de desbetreffende Gebruikers stellen te hebben geleden, een en ander met inachtneming van een Vaststellingsovereenkomst;
e. het verrichten van al hetgeen verband houdt met het bepaalde in artikel 3.1 onder a tot en met artikel 3.1 onder d, dan wel daaraan dienstig kan zijn, een en ander in de ruimste zin van het woord.
In de statuten van ASC staat dat de begrippen ‘Claims’ en ‘Gebruikers’ de volgende betekenis hebben:
Claims:
klachten, aanspraken en vorderingen van Gebruikers met betrekking tot vermeende schade die geleden is of zal worden geleden door de Gebruikers als gevolg van onder andere onrechtmatig handelen door (i) een of meer van de Apple Entiteiten, (ii) een of meer van de (…) Entiteiten; en/of (iii) andere (derde) partijen, vanwege hun betrokkenheid (al dan niet door nalaten) bij de handelingen die onderwerp zijn van het onderzoek van de Stichting, waaronder misbruik van een economische machtspositie door bijvoorbeeld het hanteren van excessieve prijzen.
Gebruikers:
de persoon of rechtspersoon, al dan niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, aan wie een bedrag in rekening is gebracht bij de aankoop via een App Store van betaalde apps en/of in-app aankopen, dan wel bij de afname via een App Store van andere goederen of diensten.
CCC is opgericht op 10 maart 2022. Artikel 2 lid 1 van haar statuten luidt als volgt:
De stichting heeft ten doel het behartigen van de belangen van Gedupeerden met betrekking tot iedere vorm van benadeling die de Gedupeerden stellen te hebben geleden of te (zullen) lijden als gevolg van elke frauduleuze, misleidende of oneerlijke handelspraktijk die onrechtmatig is volgens de geldende regelgeving, waaronder - maar niet beperkt tot - een of meerdere schending(en) van het (Europese, Nederlandse dan wel buitenlandse) mededingingsrecht of het (Europese, Nederlandse dan wel buitenlandse) consumentenrecht. De stichting heeft tevens tot doel al hetgeen te doen dat met het voorstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord, waaronder begrepen maar niet beperkt tot:
a. het behartigen van de belangen van Gedupeerden in verband met een specifieke Claim;
b. het behartigen van de (collectieve) belangen van Gedupeerden en het vertegenwoordigen van Gedupeerden in juridische procedures binnen Nederland en in andere jurisdicties, zoals civiele, strafrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures, al naar gelang het geval;
c. het verkrijgen en verdelen van financiële compensatie voor (een gedeelte van) de schade die de Gedupeerden, waaronder Participanten, stellen te hebben geleden;
d. al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord;
een en ander voor zover dit door het bestuur opportuun wordt geacht.
In de statuten van CCC staat dat onder ‘Gedupeerden’ wordt verstaan:
alle natuurlijke personen of rechtspersonen, waaronder begrepen personen woonachtig in Nederland en de Europese Unie, die direct of indirect op welke manier dan ook geschaad of benadeeld zijn en belang hebben bij een of meerdere Claim(s).
3 Procesverloop
Zoals hiervoor (in 1.3.3) vermeld, heeft RCJ11 bij dagvaarding van 4 oktober 2021 thans verweersters in cassatie 1 en 2, Apple Ierland en Apple Inc., gedagvaard te verschijnen voor de rechtbank Amsterdam en de dagvaarding ingeschreven in het centraal register. In de dagvaarding heeft RCJ gesteld dat de gebeurtenissen waarop haar vorderingen betrekking hebben, worden bestreken door de WAMCA.
RCJ stelt de belangen te vertegenwoordigen van alle particuliere en zakelijke eindgebruikers van betaalde iOS-apps en in-app producten, die vanaf 10 juli 2008 via de Nederlandse App Store aan de Nederlandse markt zijn aangeboden (en de belangen van bepaalde ontwikkelaars).
Samengevat en voor zover in cassatie van belang, vordert RCJ (i) dat zij als exclusieve belangenbehartiger op grond van de WAMCA wordt aangewezen, (ii) verklaringen voor recht dat gedaagden misbruik van hun machtspositie hebben gemaakt en in strijd met het mededingingsrecht hebben gehandeld en onrechtmatig hebben gehandeld jegens gebruikers (en ontwikkelaars), en (iii) hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van schadevergoeding aan consumenten (en een bedrag uit hoofde van onverschuldigde betaling aan ontwikkelaars).
De twee overkoepelende verwijten van RCJ aan Apple12 zijn dat Apple misbruik maakt van haar machtspositie (overtreding van art. 102 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en art. 24 van de Mededingingswet (Mw)) en dat Apple handelt in strijd met het kartelverbod (overtreding van art. 101 VWEU).
ASC13 heeft op 1 november 2021 de rechtbank verzocht om verlenging met drie maanden van de in artikel 1018d lid 1 Rv genoemde termijn van drie maanden om een collectieve vordering in te stellen voor dezelfde gebeurtenis(sen) als waarop de vordering van RCJ betrekking heeft. Bij rolbeslissing van 24 november 2021 heeft de rechtbank de termijn met drie maanden verlengd tot 4 april 2022. Dit uitstel is verleend aan ASC op grond van door haar gestelde feiten en omstandigheden over de juridische en feitelijke complexiteit van de materie van de (beoogde) collectieve vordering.
ASC heeft bij dagvaarding van 1 april 2022 thans verweersters in cassatie 1 en 2, Apple Ierland en Apple Inc., gedagvaard te verschijnen voor de rechtbank Amsterdam.
ASC stelt deze collectieve vordering in ten behoeve van alle particuliere en zakelijke gebruikers van iOS-apparaten die één of meer aankopen van een iOS-app of in-app product hebben gedaan in de Nederlandse versie van de App Store.
ASC vordert (i) dat zij als exclusieve belangenbehartiger wordt aangewezen, (ii) verklaringen voor recht dat gedaagden misbruik van hun machtspositie hebben gemaakt en onrechtmatig hebben gehandeld jegens de gebruikers, en (iii) hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van een schadevergoeding.
ASC legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Apple misbruik heeft gemaakt van haar economische machtspositie sinds de oprichting van de App Store op 10 juli 2008. Door misbruik te maken van haar economische machtspositie heeft Apple in strijd gehandeld met artikel 102 VWEU en artikel 24 Mw. Concreet gaat het daarbij om mededingingsbeperkende maatregelen van Apple met betrekking tot de distributie van iOS-apps en digitale producten die daarin of daarmee kunnen worden gekocht en het systeem dat het downloaden en het daaropvolgende gebruik van iOS-apps op iOS-apparaten omringt.
CCC14 heeft bij dagvaarding van 31 maart 2022 thans verweersters in cassatie 1 tot en met 6 gedagvaard te verschijnen voor de rechtbank Amsterdam.
CCC behartigt de belangen van consumenten die woonachtig zijn in de EU en die vanaf 1 september 2009 apps hebben gekocht in de App Store en/of in-app aankopen hebben gedaan met IAP.
CCC vordert (i) dat zij als exclusieve belangenbehartiger wordt aangewezen, (ii) verklaringen voor recht dat Apple c.s. jegens de consumenten in strijd handelen met de art. 101 en 102 VWEU en de art. 6 en 24 Mw en dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die de consumenten hebben geleden en lijden, (iii) Apple c.s. te bevelen de onrechtmatige gedragingen te staken en (iv) hoofdelijke veroordeling van Apple c.s. tot betaling van de schade van alle consumenten.
CCC legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Apple al meer dan een decennium misbruik maakt van haar dominante positie in de markt voor app-distributie en betalingsverwerking op haar besturingssysteem iOS. Dit onrechtmatige gedrag vindt volgens CCC plaats sinds in elk geval 1 september 2009 en duurt nog steeds voort.15
Het verdere verloop van de procedure
In haar vonnis heeft de rechtbank(op p. 2) overwogen dat uit de WAMCA volgt dat sprake is van één zaak waarin drie stichtingen vorderingen hebben ingesteld (zie art. 1018d lid 3 Rv). Om administratieve redenen heeft de rechtbank aan de dagvaardingen namens CCC en ASC een afzonderlijk zaak- en rolnummer toegekend. Het vonnis betreft de tijdigheid van de dagvaarding van CCC, de rechtsmacht van de rechtbank en welke wetgeving op de collectieve actie van toepassing is (rov. 1.2).
De rechtbank heeft in dit vonnis CCC niet ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten van onder andere RCJ en ASC. De rechtbank heeft de vraag naar de positie van CCC beantwoord aan de hand van de procesrechtelijke regels van de WAMCA (titel 14A van Boek III Rv) en voor het overige nog in het midden gelaten of uiteindelijk de WAMCA op de in geding zijnde collectieve vorderingen daadwerkelijk van toepassing is of dat de vorderingen beoordeeld moeten worden op basis van artikel 3:305a (oud) BW (rov. 5.15).
In de resterende zaak tussen RCJ, ASC, Apple Ierland en Apple Inc. heeft de rechtbank in dit vonnis het voornemen uitgesproken prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU over haar rechtsmacht.16
CCC heeft vervolgens sprongcassatie als bedoeld in art. 398 aanhef en onderdeel 2 Rv ingesteld van het vonnis van de rechtbank. Aan RCJ is verstek verleend. Apple c.s. hebben een verweerschrift ingediend en geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. ASC heeft dit ook gedaan. CCC, Apple c.s. en ASC hebben vervolgens hun standpunten schriftelijk toegelicht. CCC en Apple c.s. hebben respectievelijk gerepliceerd en gedupliceerd. ASC heeft afgezien van dupliek.