Home

Rechtbank Amsterdam, 30-11-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7841, C/13/581973 / HA ZA 15-195

Rechtbank Amsterdam, 30-11-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7841, C/13/581973 / HA ZA 15-195

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30 november 2016
Datum publicatie
30 november 2016
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2016:7841
Formele relaties
Zaaknummer
C/13/581973 / HA ZA 15-195

Inhoudsindicatie

De Stichting procedeert primair op grond van artikel 3:305a BW. Trafigura heeft haar stelling dat de Stichting niet voldoet aan de aan haar op grond van artikel 3:305a lid 2, laatste volzin, BW te stellen eisen nauwkeurig en extensief met feiten gestaafd. Hetgeen de Stichting daartegenover heeft gesteld is zeer summier en, zoals uit het vonnis blijkt, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de overvloed aan overtuigende argumenten van Trafigura te weerleggen. Bovendien heeft de Stichting niet de door Trafigura gewekte indruk kunnen wegnemen dat zij haar administratie niet op orde heeft en dat zij onvoldoende kennis en vaardigheden heeft om haar statutaire doel te bereiken, althans om haar raadsman adequaat te instrueren en van de benodigde documentatie te voorzien. De Stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar primaire vorderingen omdat met de rechtsvorderingen van de Stichting de belangen van de personen ten behoeve van wie de rechtsvorderingen zijn ingesteld onvoldoende gewaarborgd zijn. De Stichting stelt subsidiair op grond van volmachten en/of lastgevingen, althans op grond van zaakwaarneming in rechte op te treden. Nu deze vorderingen van de Stichting, in het licht van haar primaire vorderingen die op dezelfde feiten en op dezelfde juridische grondslag zijn gebaseerd, in wezen neerkomen op een verkapte collectieve actie en de Stichting daarin niet-ontvankelijk wordt verklaard, kan de Stichting evenmin worden ontvangen in haar subsidiaire vorderingen.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/581973 / HA ZA 15-195

Vonnis in incidenten van 30 november 2016

in de zaak van

de stichting

STICHTING UNION DES VICTIMES DE DÉCHETS TOXIQUES D'ABIDJAN ET BANLIEUES

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in de incidenten,

advocaat mr. Y.B. Boendermaker te Almere,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAFIGURA BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in de incidenten,

advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam.

Partijen worden hierna de Stichting en Trafigura genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de processen-verbaal van de op 4 november 2015 gehouden regiezitting en van de op 6 september 2016 gehouden comparitie van partijen en de daarin genoemde processtukken en proceshandelingen. Op 6 oktober 2016 is een brief ontvangen zijdens Trafigura met een reactie op het proces-verbaal van de comparitie van 6 september 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

2 De feiten voor zover van belang in de incidenten

2.1.

Trafigura is de in Amsterdam gevestigde holding van een internationaal concern dat gespecialiseerd is in de wereldwijde grondstoffenhandel en -logistiek. Het Trafigura-concern verzorgt de inkoop, de opslag, het mengen, het transport en de aflevering van energieproducten en grondstoffen. In 2006 heeft Trafigura het schip de Probo Koala gecharterd. Dit schip is gebouwd voor het transport van vaste en vloeibare stoffen en ingericht voor het vervoer van olieproducten.

2.2.

Op 2 juli 2006 is de Probo Koala aangemeerd in Amsterdam en begonnen met het ontladen van de aan boord gecreëerde afvalstoffen, de zogenoemde slops. Op 5 juli 2006 zijn de slops teruggepompt in de tanks aan boord van de Probo Koala, die vervolgens nog diezelfde dag de haven van Amsterdam heeft verlaten. Op 19 augustus 2006 is de Probo Koala – uiteindelijk – aangemeerd in de haven van Abidjan (Ivoorkust). Daar zijn de slops overgedragen aan een lokaal afvalverwerkingsbedrijf (Compagnie Tommy), dat de slops illegaal heeft gestort op verschillende locaties in en rondom Abidjan.

2.3.

De Stichting is een rechtspersoon naar Nederlands recht die volgens haar statuten is opgericht om de belangen te behartigen van personen die slachtoffer zijn geworden van de storting van de slops.

2.4.

Op 26 september 2006 is in Ivoorkust een vereniging opgericht, genaamd [naam vereniging] (hierna: de Vereniging), door [naam 1] (hierna: [naam 1] ) als Voorzitter-Oprichter. De statuten van de Vereniging, die Trafigura in het geding heeft gebracht nadat [naam 1] deze bij brief van 3 oktober 2012 aan haar had toegezonden, verschillen op een aantal punten van de statuten van de Vereniging die de daartoe bevoegde autoriteiten in Abidjan aan Trafigura hebben toegezonden nadat Trafigura daar later, op 4 februari 2016, om had verzocht. In de statuten van de Vereniging die [naam 1] Trafigura heeft toegezonden, en die [naam 1] kennelijk als geldend aanmerkt, zijn onder meer de volgende bepalingen, in vertaling, opgenomen:

Artikel 20 : Wijze van stemmen

(...)

20-1 : de raad van leden-oprichters kiest tijdens de algemene oprichtingsvergadering de Voorzitter van de raad van bestuur bij geheime stemming en volstrekte meerderheid.

(...)

20-3 : Het mandaat van de voorzitter is permanent.

(...)

Artikel 25 : Quorum

(...)

De stemming geschiedt bij gewone meerderheid, waarbij de stem van de Voorzitter doorslaggevend is.

(...)

Artikel 30 : Inbewaringgeving van gelden

De gelden van de Unie worden in bewaring gegeven bij een door de Voorzitter-Oprichter of voorzitter van het Dagelijks Bestuur goedgekeurde bank op een daartoe geopende rekening.

(...)”.

2.5.

In 2007 heeft Trafigura met de Staat Ivoorkust een vaststellingsovereenkomst gesloten, genaamd Protocole d’Accord (hierna: het Protocole). Het Protocole luidt in vertaling, voor zover hier van belang:

“(...) 1. De Ivoriaanse Staat (...) handelend (...) uit naam van (...) alle slachtoffers van de giftige afvalstoffen, (...)

7. BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Partijen dienen te trachten eventuele geschillen ten aanzien van de geldigheid, de uitleg en/of de uitvoering van de onderhavige overeenkomst in der minne op te lossen.

Indien geen minnelijke oplossing wordt bereikt, worden geschillen door de bevoegde Ivoriaanse rechtbanken overeenkomstig het Ivoriaanse recht beslecht. (...)”.

2.6.

Op 19 augustus 2008 is in Ivoorkust een bewijs van oprichting van de Vereniging afgegeven. Wanneer hierna over de officiële oprichtingsdatum van de Vereniging wordt gesproken, wordt 19 augustus 2008 bedoeld.

2.7.

In november 2006 hebben ruim 30.000 personen die stelden als gevolg van de storting van de slops gezondheidsschade te hebben opgelopen, vertegenwoordigd door het Engelse advocatenkantoor Leigh Day & Co, in het Verenigd Koninkrijk een civiele procedure aangespannen tegen (onder meer) Trafigura. Dit heeft in 2009 geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst, de zogenaamde Leigh Day-schikking.

2.8.

Bij oprichting van de Stichting, op 27 juni 2011, was [naam 2] (hierna: [naam 2] ) enig bestuurder. In een op 18 februari 2015 vervaardigd uittreksel van de Kamer van Koophandel is als activiteit van de Stichting vermeld “Belangenbehartiging”. Als “Alleen/zelfstandig bevoegd” bestuurder en voorzitter staat per 1 augustus 2011 ingeschreven [naam 1] . Naast hem staat sinds 14 juli 2014 als “Gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurders(s), zie statuten)” bestuurder ingeschreven [naam 3] (hierna: [naam 3] ). Op 4 respectievelijk 5 november 2015 – dus de dag van respectievelijk de dag na de regiezitting in deze procedure – zijn [naam 4] en [naam 5] als bestuurders van de Stichting ingeschreven. De statuten van de Stichting luiden volgens de akte van oprichting voor zover hier van belang:

Doel

Artikel 2.

  1. De stichting heeft ten doel de behartiging van de belangen van hen die gezondheidsschade hebben geleden en/of (zullen) lijden dan wel in hun belangen zijn aangetast of dreigen te worden aangetast als gevolg van het omstreeks augustus tweeduizend zes achterlaten van stoffen in en rond Abidjan (Ivoorkust) welke stoffen zich hebben bevonden in het schip “de Probo Koala” dat in opdracht van Trafigura Beheer B.V. de stoffen heeft vervoerd (de “Slachtoffers”), alsmede het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

  2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door

(i) het voeren van juridische procedures ter behartiging van de belangen van de Slachtoffers;

(ii) het verkrijgen voor de Slachtoffers van vergoeding van de schade die is of wordt geleden (...) De stichting is niet de uiteindelijk gerechtigde van een te verkrijgen schadevergoeding;

(...)

3. De kosten die door de stichting zijn en worden gemaakt zullen worden gedragen door de uiteindelijk rechthebbenden van de te verkrijgen schadevergoeding.

4. De stichting treedt belangeloos op en heeft geen winstoogmerk.

Bestuur

Artikel 3.

1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van tenminste één lid.

(...)”.

2.9.

De Stichting heeft een print overgelegd van een lijst met namen van ruim 100 personen die zij stelt te vertegenwoordigen. Tegelijkertijd heeft de Stichting een dvd overgelegd met een lijst van namen van alle personen die zij stelt te vertegenwoordigen (volgens haar telling zijn dat er 110.937). Verder heeft de Stichting een dvd overgelegd met volgens haar toelichting medische en juridische rapporten van 100 personen. Voorts heeft de Stichting een print van 30 dossiers overgelegd (hierna ook: de voorbeelddossiers). Deze 30 voorbeelddossiers maken onderdeel uit van de eerder genoemde 100 medische en juridische rapporten. In vrijwel alle geprinte voorbeelddossiers bevindt zich een formulier getiteld “Fiche d’identification, d’adhesion et de procuration” (hierna: de Fiche) en een formulier getiteld “Attestation”.

2.10.

De meeste Fiches zijn gedateerd in 2006 en 2007, een enkel Fiche is gedateerd in 2009. De Fiches zijn afgedrukt op briefpapier van de Vereniging waarop in het voorgedrukte onderschrift de officiële oprichtingsdatum van de Vereniging staat vermeld. De tekst van de Fiche luidt in vertaling, voor zover hier van belang:

“Ik verklaar middels huidig formulier aan stichtend voorzitter van de UVDTAB , [naam 1] (...), mijn volmacht te geven mij te vertegenwoordigen in alle gerechtelijke of administratieve acties, zowel nationaal als internationaal, met als doel het verkrijgen van een schadeloosstelling als slachtoffer van de giftige afvalstoffen tegen TRAFIGURA en anderen.

Om de UVDTAB te helpen slagen in haar missie, verbind ik mij ertoe het inschrijvingsrecht en de kosten voor het opstellen van de dossiers te betalen en, na een daadwerkelijke schadeloosstelling, stem ik ermee in dat 30% van dat bedrag wordt ingehouden voor commissies en honoraria.

(...)

Ter staving waarvan teken ik dit formulier (...)

[datum]

[handtekening of vingerafdruk]”.

2.11.

De in de voorbeelddossiers opgenomen Attestations zijn alle gedateerd tussen 3 en 10 juli 2013. Een op 7 juli 2013 gedateerde Attestation luidt in vertaling, voor zover hier van belang:

STICHTING UVDTAB

Ondergetekende, [naam 1] (...) voorzitter van de Union des Victimes des Déchets Toxiques d’Abidjan et banlieues (UVDTAB) naar Ivoriaans recht en van de stichting UVDTAB naar Nederlands recht, verklaart dat

(...) mevrouw (...)

Geboren op (...) naar behoren ingeschreven staat en voorkomt op de lijst met slachtoffers van giftig afval die lid zijn van de UVDTAB. (...)

Door de ondertekening van dit document stem ik (...) het slachtoffer (...), de vader, de moeder, voogd, broer, zus of rechthebbende (...) in met de voortzetting van de gerechtelijke procedure tegen de gemeente Amsterdam die is ingesteld door de stichting UVDTAB, om mijn rechten te verdedigen en om van Trafigura en anderen een vergoeding te verkrijgen voor de door mij geleden schade. (...) ik ben reeds in Amsterdam geregistreerd ten bate van een andere [procedure] in voorbereiding door derden. Ik bekrachtig dit document teneinde rechtens te dienen en te gelden (...)”.

2.12.

In 2008 zijn namens een grote groep claimanten procedures in Ivoorkust aanhangig gemaakt tegen onder meer Trafigura. Op 23 juli 2014 heeft het Ivoriaanse Cour Suprême in verenigde vergadering in hoogste instantie beslist dat – mede gelet op het Protocole – Trafigura niet aansprakelijk is jegens de claimanten.

3 De vordering in de hoofdzaak

3.1.

De Stichting vordert, na wijziging van eis, samengevat, dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

primair op de voet van artikel 3:305a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voor recht verklaart dat (1) Trafigura onrechtmatig handelt en heeft gehandeld jegens slachtoffers van de giframp met de Probo Koala, dat (2) Trafigura aansprakelijk is voor de schade, materieel en immaterieel, en (3) dat zij op straffe van verbeurte van een dwangsom gehouden is binnen drie maanden een start te maken met de sanering en

subsidiair op grond van daartoe aan de Stichting verstrekte volmachten en/of lastgevingen, althans op grond van zaakwaarneming, voor recht verklaart dat (1) Trafigura jegens de (huidige en toekomstige) deelnemers van de Stichting aansprakelijk is voor de schade die zij hebben geleden en nog zullen lijden en Trafigura te veroordelen deze schade te vergoeden op te maken bij staat, alsmede dat (2) zij op straffe van verbeurte van een dwangsom gehouden is binnen drie maanden een start te maken met de sanering,

alsmede een veroordeling in de proceskosten.

4 De vordering in de incidenten

5 Beoordeling in de incidenten

6 De beslissing