Rechtbank Amsterdam, 13-07-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9988, C/13/521460 / HA ZA 12-863
Rechtbank Amsterdam, 13-07-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9988, C/13/521460 / HA ZA 12-863
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 juli 2016
- Datum publicatie
- 18 juli 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2016:9988
- Zaaknummer
- C/13/521460 / HA ZA 12-863
Inhoudsindicatie
“Drie beleggingsfondsen, slachtoffers van Madoff, stellen vorderingen in tegen hun eigen accountant. Bevel ex art. 22 Rv. Zie ook Rb. Amsterdam 26 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6897”.
Uitspraak
vonnis
afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/521460 / HA ZA 12-863
Vonnis van 13 juli 2016
in de zaak van
1 [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eiser in het (hernieuwde) incident sub 1] ,
in zijn hoedanigheid van liquidator naar het recht van de Britse Maagdeneilanden en als wettelijk vertegenwoordiger naar het recht van de Britse Maagdeneilanden van eiseressen in conventie in de hoofdzaak/verweersters in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak/eiseressen in het (hernieuwde) incident sub 2 t/m 4,
kantoorhoudende te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,
2. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
FAIRFIELD SENTRY LIMITED in liquidatie,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,
3. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
FAIRFIELD SIGMA LIMITED in liquidatie,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,
4. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
FAIRFIELD LAMBDA LIMITED in liquidatie,
gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,
eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident,
advocaat mr. B.E.L.J.C. Verbunt te Amsterdam,
tegen
1. de naamloze vennootschap
PRICEWATERHOUSECOOPERS ACCOUNTANTS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het (hernieuwde) incident,
2. de naamloze vennootschap
PRICEWATERHOUSECOOPERS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het (hernieuwde) incident,
3. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident,
4. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 4],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident,
5. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 5]
wonende te [woonplaats] , [land] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident,
6. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 6],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident,
advocaat mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] en PwC c.s. genoemd worden. [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] zullen hierna ieder afzonderlijk [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eiser in het (hernieuwde) incident sub 1] q.q., Fairfield Sentry, Fairfield Sigma en Fairfield Lambda genoemd worden. PwC c.s. zullen hierna ieder afzonderlijk PwC Accountants, PwC N.V., [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 3] , [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 4] , [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 5] en [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, verweerder in het (hernieuwde) incident sub 6] genoemd worden. Fairfield Sentry, Fairfield Sigma en Fairfield Lambda zullen hierna gezamenlijk de Fairfield Fondsen genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 mei 2012;
- de akte houdende overlegging producties met producties;
- de incidentele conclusie houdende vordering tot voeging wegens verknochtheid (artikel 222 Rv) met een productie van PwC c.s.;
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- het vonnis in incident van 6 februari 2013;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties van PwC c.s.;
- het tussenvonnis van 22 mei 2013;
- de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende een incidentele vordering tot overlegging van stukken, en conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, met producties van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de conclusie van antwoord in het incident tot overlegging van stukken ex onder meer artikel 843a Rv van PwC c.s.;
- de conclusie van repliek in het incident tot overlegging van stukken met producties van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de conclusie van dupliek in het incident tot overlegging van stukken van PwC c.s.;
- de akte houdende vermindering van eis in het incident tot overlegging van stukken van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de antwoordakte in het incident tot overlegging van stukken van PwC c.s.;
- de brief, gedateerd 28 oktober 2014, van mr. Lunsingh Scheurleer, met het verzoek het vonnis in het incident aan te houden;
- de akte uitlating uitstelverzoek PwC Accountants c.s. van het vonnis in het incident van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- het vonnis in incident van 18 februari 2015;
- de conclusie van dupliek in conventie, tevens houdende conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie, met producties van PwC c.s.;
- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de op 22 oktober 2015 gehouden pleidooien, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken;
- de akte houdende overlegging productie, gedateerd 18 november 2015, met een productie van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de antwoordakte, gedateerd 2 december 2015, van PwC c.s.;
- de akte houdende overlegging productie, gedateerd 27 januari 2016, met een productie van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de akte houdende overlegging en uitlating productie, gedateerd 27 januari 2016, met een productie van PwC c.s.;
- de akte houdende uitlaten productie in conventie, tevens houdende incidentele vordering tot overlegging van stukken, gedateerd 24 februari 2016, van [eisers in conventie in de hoofdzaak, verweerders in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eisers in het (hernieuwde) incident] ;
- de akte uitlating productie, gedateerd 24 februari 2016, van PwC c.s.;
- de conclusie van antwoord in het hernieuwde incident ex artikel 843a Rv., gedateerd 13 april 2016, van PwC c.s.;
- de rolbeslissing van 1 juni 2016.
Ten slotte is vonnis bepaald in de hoofdzaak en in het (hernieuwde) incident.
2 De feiten
De Fairfield Fondsen zijn investeringsfondsen. Fairfield Sigma en Fairfield Lambda trokken gelden aan van derden en brachten deze onder bij Fairfield Sentry, die daarnaast ook gelden rechtstreeks van derden aantrok.
Fairfield Greenwich (Bermuda) Limited (hierna: Fairfield Greenwich (Bermuda)) was vanaf 2003 investment manager van Fairfield Sentry. Drie vennootschappen naar Nederlands recht, alle deel uitmakend van de Citco-groep, waren respectievelijk (en kort gezegd) administrator, payment bank en custodian van Fairfield Sentry. Bernard L. Madoff Investment Securities LLC (hierna: BLMIS) was jarenlang de voornaamste broker/dealer van Fairfield Sentry. Fairfield Greenwich (Bermuda) heeft aan BLMIS mandaat verleend om op te treden als sub-investment manager. BLMIS was daarnaast door Citco benoemd tot sub-custodian. In deze laatste hoedanigheid had BLMIS het overgrote deel van de activa van Fairfield Sentry in bewaring.
Het boekjaar van de Fairfield Fondsen liep van 1 januari tot en met 31 december.
PwC N.V. heeft als externe accountant van de Fairfield Fondsen goedkeurende verklaringen verstrekt bij de jaarrekeningen van deze fondsen over de boekjaren 1998 tot en met 2001. PwC Accountants heeft als externe accountant van de Fairfield Fondsen goedkeurende verklaringen verstrekt bij de jaarrekeningen over de boekjaren 2002 tot en met 2005.
In december 2008 is een grootschalige fraude (in de vorm van een ponzi scheme) bij BLMIS aan het licht gekomen. Kort daarna is BLMIS in staat van faillissement verklaard. De eigenaar-directeur van BLMIS, B.L. Madoff (hierna: Madoff), is in verband met de fraude strafrechtelijk veroordeeld.
De Eastern Caribbean Supreme Court op de Britse Maagdeneilanden heeft in 2009 op grond van de aldaar geldende Insolvency Act 2003 en de aldaar geldende Insolvency Rules 2005 de winding up geopend van elk van de Fairfield Fondsen. Vanaf 24 november 2011 is [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in voorwaardelijke reconventie in de hoofdzaak, eiser in het (hernieuwde) incident sub 1] q.q. de enige liquidator.
3. Plan van aanpak
In de hoofdzaak en in het (hernieuwde) incident
De rechtbank zal hierna achtereenvolgens behandelen en beoordelen, een en ander voor zover in dit stadium mogelijk en nodig: (i) de hoofdzaak in conventie (onderdeel 4), (ii) de hoofdzaak in conventie en het (hernieuwde) incident (onderdeel 5), (iii) de hoofdzaak in voorwaardelijke reconventie (onderdeel 6).
De rechtbank merkt hierbij op dat partijen het er, expliciet dan wel impliciet, over eens zijn dat het merendeel van hun geschilpunten dient te worden beoordeeld naar Nederlands recht. De rechtbank zal partijen hierin volgen. Waar geschilpunten naar buitenlands recht (dienen te) worden beoordeeld, zal dat uitdrukkelijk worden vermeld.
De rechtbank merkt voorts op dat zij, in navolging van partijen, de Amerikaanse class action zaak Anwar versus Fairfield Greenwich Limited, waarin PwC Accountants een van de defendants is, hierna zal aanduiden als de Anwar-zaak.
De rechtbank merkt ten slotte op dat zij, in navolging van partijen, de zaak C/13/526263 / HA ZA 12-1149 (zaak- en rolnummer rechtbank) respectievelijk 200.162.226/01 (zaaknummer gerechtshof) tussen Colima International Limited en Stichting Fairfield Compensation Foundation als eiseressen respectievelijk appellanten en PwC N.V. en PwC Accountants als gedaagden respectievelijk geïntimeerden hierna zal aanduiden als de Colima-zaak. Partijen hebben, zoals ter gelegenheid van de pleidooizitting is besproken, bij hun akten van 27 januari 2016 kopieën in het geding gebracht van het tussenarrest dat het gerechtshof Amsterdam op 5 januari 2016 in die zaak heeft gewezen.