Home

Rechtbank Amsterdam, 17-07-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5132, C/13/649063 / HA ZA 18-578

Rechtbank Amsterdam, 17-07-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5132, C/13/649063 / HA ZA 18-578

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17 juli 2019
Datum publicatie
19 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:5132
Formele relaties
Zaaknummer
C/13/649063 / HA ZA 18-578

Inhoudsindicatie

ABN Amro hoeft geen schadevergoeding te betalen aan een aantal ondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf die zeggen dat zij schade hebben door het renteswapcontract dat zij met de bank hadden afgesloten.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/649063 / HA ZA 18-578

Vonnis van 17 juli 2019

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SWAPSCHADE B.V., optredend als procesgevolmachtigde van

  1. [eiser 1] ,

  2. [eiser 2] ,

  3. Lotus Import Nederland B.V.,

  4. Nusa Inda B.V.,

  5. [eiser 5] ,

  6. BMA Beheer B.V.,

  7. [eiser 7] ,

  8. [eiser 8] ,

  9. [eiser 9] ,

  10. [eiser 10] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.J.R. Oude Middendorp te Enschede,

tegen

de naamloze vennootschap

ABN AMRO N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.J. Haasjes te Amsterdam.

Partijen worden Swapschade c.s. en ABN Amro genoemd. Swapschade wordt afzonderlijk Swapschade genoemd en de volmachtgevers van Swapschade worden afzonderlijk ook de [eiser 1] , [eiser 2] , Lotus, Nusa Inda, [eiser 5] , BMA, [eiser 7] , [eiser 8] , [eiser 9] en [eiser 10] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding, met producties,

-

de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie, met producties,

-

de brief van de rechtbank van 17 september 2018 aan partijen waarin zij meedeelt het voornemen te hebben de zaak te splitsen en aan partijen de gelegenheid biedt om op dit voornemen te reageren,

-

de aktes van 17 oktober 2018 van partijen waarin zij zich uitlaten over voornoemd voornemen,

-

de rolbeslissing van 21 november 2018 waarin is bepaald dat in de reacties van partijen aanleiding wordt gezien om de aanvankelijk voorgenomen splitsing achterwege te laten,

-

het tussenvonnis van 23 januari 2019 waarbij een comparitie van partijen is bepaald,

-

het proces-verbaal van comparitie van 5 juni 2019 met de daarin vermelde stukken en proceshandelingen,

-

de brief van ABN Amro van 17 juni 2019 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal,

-

de brief van Swapschade c.s. van 20 juni 2019 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De volmachtgevers van Swapschade zijn allen MKB’ers die in de jaren 2005 tot en met 2008 renteswapcontracten hebben afgesloten met ABN Amro ter afdekking van het renterisico van hun bij ABN Amro lopende variabel rentende leningen.

Geen van de renteswapovereenkomsten is vervroegd beëindigd en geen van de volmachtgevers heeft aan ABN Amro een zogenaamde negatieve waarde betaald.

2.2.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft vastgesteld dat verschillende

banken bij het adviseren over en het aangaan van rentederivaten, zoals renteswapovereenkomsten, de belangen van MKB-klanten onvoldoende in acht hebben genomen. In maart 2016 heeft de minister van Financiën een onafhankelijke commissie (hierna de derivatencommissie) benoemd die in december 2016 het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB (hierna het herstelkader) publiceerde. Aan de hand daarvan konden deelnemende banken rentederivatencontracten beoordelen en eventueel (nadere) vergoedingen aan klanten toekennen.

2.3.

Bij brief van 16 oktober 2017 heeft ABN Amro in het kader van de herbeoordeling van haar rentederivaten onder het herstelkader aan Nusa Inda een voorschot aangeboden van € 100.000 welk aanbod Nusa Inda op 25 november 2017 heeft geaccepteerd.

De brief luidt, voor zover hier van belang:

“Als ondergetekende het definitieve aanbod niet accepteert (...) dient het te veel ontvangen bedrag terug te worden betaald. (...)”

2.4.

Bij brief van 19 oktober 2017 heeft ABN Amro eveneens in het kader van de herbeoordeling van haar rentederivaten onder het herstelkader aan Lotus een voorschot aangeboden van € 41.500 welk aanbod zij op 30 oktober 2017 heeft geaccepteerd.

De brief luidt, voor zover hier van belang:

“Als ondergetekende het definitieve aanbod niet accepteert (...) dient het te veel ontvangen bedrag terug te worden betaald. (...)”

2.5.

Bij brief van 30 november 2017 heeft ABN Amro in het kader van de herbeoordeling van zijn rentederivaten onder het herstelkader aan [eiser 9] een (aanvullend) voorschot van € 100.000 aangeboden welk aanbod [eiser 9] bij brief van 11 januari 2018 heeft geaccepteerd.

De brief luidt, voor zover hier van belang:

“Als ondergetekende het definitieve aanbod niet accepteert (...) dient het te veel ontvangen bedrag terug te worden betaald. (...)”

2.6.

Bij brief van 8 maart 2018 heeft ABN Amro de definitieve uitkomst van de herbeoordeling aan Lotus meegedeeld en een totale compensatie van indicatief € 41.401,19 aan haar aangeboden. De brief luidt, voor zover hier van belang:

“Indien u het aanbod niet accepteert zal een reeds ontvangen voorschot op de Herstelkader compensatie terugbetaald moeten worden. (...)”

Dit aanbod heeft Lotus niet vóór de gestelde termijn van 3 mei 2018 aanvaard zodat het is komen te vervallen.

2.7.

Bij brief van 13 april 2018 heeft ABN Amro de definitieve uitkomst van de herbeoordeling aan Nusa Inda meegedeeld en een coulancevergoeding van € 100.000 aan haar aangeboden. De brief luidt, voor zover hier van belang:

“Indien u het aanbod niet accepteert zal een reeds ontvangen voorschot op de Herstelkader compensatie terugbetaald moeten worden. (...)”

Dit aanbod heeft Nusa Inda niet vóór de gestelde termijn van 8 juni 2018 aanvaard zodat het is komen te vervallen.

2.8.

Bij brief van 21 december 2018 heeft ABN Amro [eiser 9] geïnformeerd over de definitieve uitkomst van de herbeoordeling van zijn rentederivaten. In de brief wordt melding gemaakt van onder meer een coulancevergoeding van € 100.000. De brief luidt verder, voor zover hier van belang:

“Let op! Als u het aanbod niet accepteert zal het voorschot op de Herstelkader compensatie uiteindelijk terugbetaald moeten worden. (...)”

3 Het geschil

3.1.

Swapschade c.s. vordert samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van alle volmachtgevers te verklaren voor recht dat ABN Amro toerekenbaar tekort is geschoten in haar algemene en/of bijzondere zorgplicht en ten aanzien van hen afzonderlijk:

ABN Amro te veroordelen om te betalen

  1. aan de [eiser 1] € 806.601,

  2. aan [eiser 2] € 314.791,

  3. aan Lotus € 206.952,

  4. aan Nusa Inda € 761.571,

  5. aan [eiser 5] € 961.780,

  6. aan BMA € 628.386,

  7. aan [eiser 7] € 403.506,

  8. aan [eiser 8] € 1.134.618,

  9. aan [eiser 9] € 1.363.074,

  10. aan [eiser 10] € 259.546,

met veroordeling van ABN Amro in de proceskosten.

3.2.

Daartoe stelt Swapschade c.s. kort gezegd het volgende. ABN Amro heeft aan alle volmachtgevers renteswapovereenkomsten geadviseerd. Dit was onjuist advies, zij had hen rentecaps moeten adviseren. Hierdoor heeft zij haar (pre)contractuele zorgplicht geschonden, althans zij heeft gehandeld in strijd met de Wet financiële dienstverlening en/of haar Algemene Bankvoorwaarden. Zij heeft aldus ook onrechtmatig jegens hen gehandeld en zij is jegens hen toerekenbaar tekort gekomen.

ABN Amro heeft de volmachtgevers misleid ten aanzien van de vaste rente doordat van meet af aan sprake was van een negatieve waarde van de swap. Deze werd hield verband met een verborgen marge. ABN Amro heeft de volmachtgevers niet indringend en in niet mis te verstane bewoordingen gewaarschuwd voor de risico’s die zijn verbonden aan de aanschaf van hun renteswap. Zij heeft hen willens en wetens inferieure, niet passende producten verkocht. Zij handelde alleen in haar eigen belang terwijl zij gehouden was hen het voor hen best passende product te adviseren en te verkopen. ABN Amro had geen renteswaps mogen adviseren en verkopen omdat renteswaps voor alle eisers, en zelfs voor alle MKB-ondernemers en woningcorporaties in Nederland, een inferieur financieel product zijn. De volmachtgevers hebben daardoor schade geleden, bestaande uit het verschil tussen wat zij op de renteswaps hebben betaald en wat zij zouden hebben betaald indien zij een vergelijkbare rentecap zouden hebben afgesloten.

3.3.

ABN Amro voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

ABN Amro vordert na vermindering van eis samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Lotus te veroordelen tot betaling van € 41.500, Nusa Inda te veroordelen tot betaling van € 100.000 en [eiser 9] te veroordelen tot betaling van € 80.000 met veroordeling van Swapschade c.s. in de proceskosten.

3.5.

Daartoe stelt ABN Amro kort gezegd het volgende. Lotus, Nusa Inda en [eiser 9] hebben de bedragen waarvan ABN Amro nu betaling vordert ontvangen als voorschot onder de voorwaarde dat zij het definitieve aanbod onder het herstelkader zouden aanvaarden. Nu zij dit niet hebben aanvaard, zijn zij gehouden de voorgeschoten bedragen terug te betalen. De tekst van de brief waarin deze voorwaarde is vermeld is duidelijk.

3.6.

Swapschade c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing