Rechtbank Amsterdam, 24-01-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1075, C/13/676597 / KG ZA 19-1261
Rechtbank Amsterdam, 24-01-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1075, C/13/676597 / KG ZA 19-1261
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 januari 2020
- Datum publicatie
- 26 februari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:1075
- Zaaknummer
- C/13/676597 / KG ZA 19-1261
Inhoudsindicatie
KG aanbesteding, vorderingen afgewezen
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/676597 / KG ZA 19-1261 AB/BB
Vonnis in kort geding van 24 januari 2020
in de zaak van
de stichting
STICHTING REGIONAAL OPLEIDINGENCENTRUM VAN AMSTERDAM,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres bij dagvaarding van 13 december 2019,
advocaten mrs. G. Verberne en M.J. de Meij te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelend te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. M.H. de Vries te Amsterdam.
Partijen zullen hierna het ROC en de Gemeente worden genoemd.
1 De procedure
De zitting van 9 januari 2020 is aangehouden tot 15 januari 2020 om mr. De Vries in de gelegenheid te stellen de brief van 2 januari 2020, waarin het ROC de gronden van dagvaarding heeft aangevuld, mee te nemen in het verweer van de Gemeente. Mr. De Vries had geen kennis genomen van deze brief, die niet in het door het ROC toegestuurde papieren dossier zat, ofschoon die wel per e-mail aan de oorspronkelijke advocaat van de Gemeente was verstuurd. Besloten is tot een korte aanhouding, opdat het debat volledig kon worden gevoerd.
Op de vervolgzitting heeft het ROC de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De Gemeente heeft verweer gevoerd.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend.
Vonnis is bepaald op heden.
Op beide zittingen waren aanwezig:
aan de kant van het ROC: [medewerker eiseres 1] ( [functie] ), [medewerker eiseres 2] [functie] ) met mrs. Verberne en De Meij,
aan de kant van de Gemeente: [medewerker gedaagde 1] [functie] ), [medewerker gedaagde 2] [functie] ) met mr. De Vries.
2 De feiten
De Gemeente heeft een Europese aanbesteding uitgeschreven voor “Levering van Taalcursussen aan de Gemeente Amsterdam”. De aankondiging van de aanbesteding is gepubliceerd op TenderNed en Negometrix. Het doel van de aanbesteding is om met maximaal 6 leveranciers afspraken te maken voor de levering van taalcursussen verdeeld over drie percelen. Deze afspraken zullen worden vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd van één jaar, met optie tot verlenging van drie keer één jaar.
De onderverdeling in percelen is als volgt:

In paragraaf 1.2.9 van de Inschrijfleidraad staat dat de Gemeente de Inschrijvingen beoordeelt aan de hand van de gunningscriteria. Paragraaf 1.4 beschrijft de beoordelingsmethodiek. In paragraaf 1.4.1 staat dat de Opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de beste “Prijs Kwaliteitsverhouding” (BPKV). Verder staat in deze paragraaf dat de beoordeling elektronisch geschiedt in Negometrix en dat de Utility Index wordt gehanteerd.
In deze paragraaf staat daarnaast, voor zover van belang het volgende:

In paragraaf 1.4.3 van de Inschrijfleidraad staat over het beoordelingsteam, voor zover van belang, het volgende:

In het Programma van Eisen worden per Perceel de “gunningscriteria” uitgewerkt. Hierin staat wat van de inschrijver wordt verwacht.
Voor Perceel 1 staan in paragraaf 1.2 vier gunningscriteria en voor Perceel 2 drie gunningscriteria. De relevante criteria zullen hierna bij de beoordeling worden opgenomen. Voor beide Percelen wordt in paragraaf 1.2 de puntenweging gegeven. Die luidt als volgt:


Het ROC heeft een inschrijving gedaan op Perceel 1 en 2.
In een ongedateerde brief heeft de Gemeente aan het ROC meegedeeld dat zijn inschrijving niet voor gunning van de opdracht voor Perceel 1 in aanmerking komt. Zijn inschrijving is als achtste geëindigd. In de brief staat, voor zover van belang, het volgende:

De scoretabel en toelichting op de beoordeling per gunningscriterium volgt hierna bij de beoordeling.
In een ongedateerde brief heeft de Gemeente aan het ROC meegedeeld dat zijn inschrijving niet voor gunning van de opdracht voor Perceel 2 in aanmerking komt. Die inschrijving is als derde geëindigd. In de brief staat, voor zover van belang, het volgende:

De scoretabel en de toelichting op de beoordeling per gunningscriterium volgt hierna bij de beoordeling.
Het ROC heeft bij brieven van 5 december 2019 schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissingen.
Op 5 december 2019 hebben partijen daarover een gesprek gehad.
Bij brief van 10 december 2019 heeft de Gemeente op de bezwaren van het ROC gereageerd. In de brief staat, voor zover van belang, het volgende:
“(...) De gemeente stelt zich op het standpunt dat de brief van 20 november 2019 voldoet aan de eisen van artikel 2.130 Aw, echter begrijpt uit de bezwaren van uw cliënte dat zij graag een nadere toelichting hierop wenst. Hieronder zal de gemeente (nogmaals) de redenen voor de genomen gunningsbeslissing motiveren. (...)
Het beoordelingsteam baseert haar waardering op basis van het totaalbeeld van de kwaliteit. Er wordt een zevenpuntschaal gehanteerd, zie paragraaf 1.4.1. van de leidraad. Toekenning van de punten wordt hoger naarmate er concreter, vollediger, praktischer, realistischer, passender, effectiever, creatiever en specifieker op de situatie wordt ingegaan. Toekenning van de punten wordt ook hoger wanneer er meer wordt bijgedragen aan de doelstelling van het project. (...)
De verdere inhoud van deze brief per gunningscriterium volgt hierna bij de beoordeling.
3 Het geschil
Het ROC vordert samengevat -:
primair
1. de Gemeente te gebieden het voornemen om de opdrachten voor perceel 1 en 2 te gunnen aan Taaloffensief in te trekken, althans dit voornemen niet uit te voeren; en
2. de Gemeente te gebieden de aanbesteding voor perceel 1 en 2 te staken en gestaakt te houden, in die zin dat als de Gemeente de opdrachten nog wil gunnen zij een nieuwe aanbesteding moet houden;
subsidiair
1. de Gemeente te gebieden het voornemen om de opdrachten voor perceel 1 en 2 te gunnen aan Taaloffensief in te trekken, althans dit voornemen niet uit te voeren; en
2. de Gemeente te gebieden de inschrijvingen van het ROC op perceel 1 en 2 opnieuw te laten beoordelen door een nieuw aan te stellen onafhankelijke beoordelingscommissie en op basis van deze herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te nemen;
meer subsidiair
een andere beslissing te treffen die aan de belangen van het ROC tegemoet komt.
Tot slot vordert het ROC de Gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding.
Het ROC stelt daartoe dat de in gunningsbeslissing gegeven motivering voor de afwijzing op Perceel 1 en 2 te summier is. In de brief van 10 december 2019 heeft de Gemeente de bezwaren van het ROC niet verhelderd. Integendeel. De motivering is zo ondermaats dat het ROC de wijze waarop is beoordeeld niet kan toetsen. Naar de juridische maatstaf gebruikt in het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 9 mei 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:4206), kan het ROC niet anders concluderen dan dat de Gemeente niet heeft voldaan aan de eis dat de gunningsbeslissing zodanig wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijver redelijkerwijs mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. De mededeling van de gunningsbeslissing voldoet daarnaast niet aan de eisen die de Aanbestedingswet 2012 stelt. Bovendien is de motivering onbegrijpelijk en zelfs aantoonbaar onjuist. De beoordeling is onzorgvuldig. Achteraf is ook gebleken dat het in deze aanbestedingsprocedure voor kandidaat-inschrijvers onvoldoende duidelijk was wat er van ze werd verwacht. De Gemeente had als uitgangspunt dat zou worden beoordeeld in hoeverre een inschrijving beantwoordt aan het doel van de Gemeente. Uit de gunningsbeslissing en brief van 10 december 2019 blijkt nu dat aan niet vooraf bekend gemaakte doelen is getoetst. Tot slot is onduidelijk hoe de puntentoekenning is geschied. In de Inschrijfleidraad staat dat de ‘Negometrix Utility Index’ zal worden toegepast. Vast staat dat dit niet is gebeurd. Er is een andere, onduidelijke, manier van puntentoekenning toegepast.
De gebreken aan de opzet en aanpak van de aanbesteding zijn onherstelbaar. De schending van aanbestedingsrechtelijke beginselen moet leiden tot een heraanbesteding. Tot slot dient bij de kostenveroordeling ermee rekening te worden gehouden dat er twee zittingen zijn geweest.
De Gemeente voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.