Rechtbank Amsterdam, 09-12-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6122, C/13/646912 / HA ZA 18-416
Rechtbank Amsterdam, 09-12-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6122, C/13/646912 / HA ZA 18-416
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 december 2020
- Datum publicatie
- 11 december 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:6122
- Zaaknummer
- C/13/646912 / HA ZA 18-416
Inhoudsindicatie
De rechtbank zal een zaak van een collectieve claimstichting tegen een aantal banken, waaronder Rabobank, niet inhoudelijk behandelen.
Vervolg van ECLI:NL:RBAMS:2019:5827. Ontvankelijkheid collectieve claimstichting in 3:305a BW-procedure over rentebenchmarktarieven. Effectieve en efficiënte rechtsgang.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/646912 / HA ZA 18-416
Vonnis van 9 december 2020
in de zaak van
de stichting
STICHTING ELCO FOUNDATION,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. W.P. Wijers te Amsterdam,
tegen
1. de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. B. Winters te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
LLOYDS BANK PLC,
gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde,
advocaat mr. S.H. Bouwers te Amsterdam,
3. de rechtspersoon naar buitenlands recht
UBS AG,
gevestigd te Zürich (Zwitserland),
gedaagde,
advocaat mr. W. Heemskerk te Den Haag,
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
UBS SECURITIES JAPAN CO. LTD,
gevestigd te Tokyo (Japan),
gedaagde,
advocaat mr. W. Heemskerk te Den Haag,
5. de rechtspersoon naar buitenlands recht
ICAP EUROPE LTD,
gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde,
advocaat mr. S.J.H.M. Berendsen te Amsterdam.
Partijen zullen hierna de Stichting en Rabobank c.s. genoemd worden. Gedaagden afzonderlijk zullen hierna Rabobank, Lloyds, UBS c.s. (afzonderlijk UBS Zwitserland en UBS Japan) en ICAP genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het incidenteel vonnis van 14 augustus 2019, en de daarin vermelde stukken,
- -
-
de rolbeslissing van 9 oktober 2019, en de daarin vermelde stukken,
- -
-
de rolbeslissing van 27 november 2019, en de daarin vermelde stukken,
- -
-
de gezamenlijke akte van Rabobank c.s. houdende verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring ex artikel 3:305a lid 2 BW, met producties,
- -
-
de individuele akte van Rabobank houdende verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring ex artikel 3:305a lid 2 BW en houdende uitlating over het op de vorderingen toepasselijke recht, met producties,
- -
-
de akte houdende verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring ex artikel 3:305a lid 2 BW en, subsidiair, bepaling toepasselijk recht van Lloyds, met producties,
- -
-
de akte uitlaten ontvankelijkheid en toepasselijk recht van UBS c.s., met producties,
- -
-
de akte uitlaten ontvankelijkheid en toepasselijk recht van ICAP,
- -
-
de akte omtrent de ontvankelijkheid van de Stichting en het toepasselijk recht van de Stichting, met producties,
- -
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 oktober 2020, met de daarin vermelde stukken,
- -
-
de brief van 23 oktober 2020 van Rabobank c.s. met opmerkingen op het proces-verbaal,
- -
-
de brief van 27 oktober 2020 van de Stichting met een opmerking op het proces-verbaal.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Voor zover relevant voor de te nemen beslissingen wordt dit vonnis gewezen met inachtneming van de opmerkingen op het proces-verbaal.
2 De feiten
De feiten in deze zaak, zoals deels al vermeld in het tussenvonnis van 14 augustus 2019 en verder aangevuld voor zover van belang, komen op het volgende neer.
Rentebenchmarks
EURIBOR (Euro InterBank Offered Rate) en LIBOR (London InterBank Offered Rate) zijn verzamelnamen voor dagelijks gepubliceerde rentebenchmarks.
De EURIBOR-rentebenchmarks (voor verschillende looptijden) kwamen – in de in deze zaak relevante periode – tot stand doordat een groot aantal Europese banken die zijn aangesloten bij de European Banking Federation (de panelbanken) iedere werkdag aan het in Londen gevestigde Thomson Reuters doorgaf (submit) tegen welk rentetarief zij dachten dat een hypothetische grootbank ongedekte leningen in euro’s met verschillende looptijden kon verstrekken of aantrekken. Nadat Thomson Reuters van alle panelbanken de tarieven had ontvangen, werden de laagste en de hoogste weggestreept en vormde het gemiddelde van de overgebleven waarden de EURIBOR-rentebenchmark voor de betreffende looptijd. De opgaven van EURIBOR-panelbanken waren dus gebaseerd op een inschatting van het tarief waartegen een hypothetische grootbank een interbancair deposito zou aanbieden aan een andere hypothetische grootbank.
De verschillende LIBOR-rentebenchmarks (voor verschillende valuta en verschillende looptijden) komen tot stand doordat een selectie van banken die zijn aangesloten bij de in Londen gevestigde British Bankers’ Association (de panelbanken) elke werkdag aan Thomson Reuters doorgeeft (submit) tegen welk rentetarief zij op dat moment in de interbancaire geldmarkt een lening verwacht te kunnen aantrekken. Elke LIBOR-(valuta)rentebenchmark heeft een eigen samenstelling van de panelbanken. Nadat Thomson Reuters van alle panelbanken de tarieven heeft ontvangen, worden de laagste en de hoogste weggestreept en vormt het gemiddelde van de overgebleven waarden de LIBOR-rentebenchmark voor de betreffende valuta en betreffende looptijd. De LIBOR-panelbanken werden dus gevraagd een inschatting te maken van het tarief dat zij zouden betalen als zij zelf een interbancaire lening zouden aantrekken.
Rabobank c.s.
Rabobank, Lloyds en UBS c.s. zijn (panel)banken.
Rabobank was (in de in deze zaak relevante periode) panelbank voor EURIBOR en (in ieder geval) USD LIBOR, GBP LIBOR en JPY LIBOR.
Lloyds was (in de in deze zaak relevante periode) panelbank voor USD LIBOR, GBP LIBOR en JPY LIBOR.
UBS Zwitserland was (in de in deze zaak relevante periode) panelbank voor EURIBOR en (in ieder geval) USD LIBOR, GBP LIBOR, JPY LIBOR en CHF LIBOR.
UBS Japan was (in de in deze zaak relevante periode) panelbank voor (in ieder geval) JPY LIBOR en Euroyen TIBOR.
ICAP is een interdealer broker, zij bemiddelt tussen financiële instellingen die opereren als handelaren in onder meer financiële instrumenten. Zij is zelf geen partij bij financiële transacties.
Onderzoek indieningsproces rentebenchmarks
Vanaf medio 2008 is de Amerikaanse Commodity Futures Trading Commission (hierna: CFTC) een onderzoek gestart naar het indieningsproces van bepaalde LIBOR-rentebenchmarks door enkele (groot)banken in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: de VS). Vervolgens hebben in de loop der jaren ook andere autoriteiten uit de VS, Europa en Japan onderzoeken naar de opgaven van verschillende rentebenchmarks door verschillende banken uitgevoerd. De CFTC heeft haar bevindingen ten aanzien van Rabobank c.s. neergelegd in verschillende zogeheten Orders.
Rabobank, Lloyds en UBS Zwitserland hebben nadien met verschillende autoriteiten (schikkings)overeenkomsten gesloten in verband met de uitkomst van de onderzoeken naar het indieningsproces met betrekking tot bepaalde LIBOR- en EURIBOR-rentebenchmarks. De feiten die betrekking hebben op de schikkingen met Amerikaanse autoriteiten zijn vastgelegd in een aantal Statements of Facts.
de Stichting
De Stichting is een in juni 2016 opgerichte collectieve claimstichting.
In de statuten van de Stichting staat voor zover van belang het volgende:
“(...) Definities.
Artikel 1.
In deze statuten hebben de volgende met een beginhoofdletter geschreven begrippen de volgende betekenis:
Belanghebbenden: alle personen (daaronder begrepen rechtspersonen) die gedurende de Relevante Periode woonachtig, gevestigd en/of kantoorhoudende (een nevenvestiging of branch daaronder begrepen), waren in de Europese Unie en die volgens het desbetreffende toepasselijke rechtstelsel kwalificeren als of daarmee gelijk te stellen zijn aan:
-
beleggingsondernemingen;
-
kredietinstellingen;
-
verzekeringsondernemingen;
-
instelling voor collectieve belegging in effecten en de beheermaatschappijen daarvan;
-
pensioenfondsen en de beheermaatschappijen daarvan;
-
(andere) krachtens communautaire wetgeving van de Europese Unie of het nationale recht van een lidstaat vergunninghoudende of gereglementeerde financiële instellingen;
-
een partij die in de uitoefening van beroep of bedrijf voor eigen rekening beleggingsactiviteiten verricht en/of
-
authorised investment managers,
en die direct of indirect:
i. een of meer transacties hebben verricht in afgeleide of niet-afgeleide financiële instrumenten waarop rente is betaald die was gekoppeld aan of afgeleid was van:
- de ‘London Interbank Offered Rate’ (‘LIBOR’) ter zake van de Japanse Yen (‘JPY LIBOR’), Britse Pond (‘GBP LIBOR’), Amerikaanse Dollar (‘USD LIBOR’) en/of Zwitserse Franc (‘CHF LIBOR’);
- de Euro Interbank Offered Rate (‘EURIBOR’);
- de ‘Tokyo Interbank Offered Rate’ (‘TIBOR’) ter zake van de Japanse Yen in de offshore markt (ook wel aangeduid als de Euroyen markt);
- de ‘Singapore Interbank Offered Rate’ (‘SIBOR’);
- de ‘Singapore Swap Offer Rate’ (‘SOR’);
- de ‘Bank Bill Swap’ (‘BBSW’) en/of
- de ‘Hong Kong Interbank Offered Rate’ (‘HIBOR’);
ii. op een lening rente hebben betaald die was gekoppeld aan of afgeleid was van JPY LIBOR, GBP LIBOR, USD LIBOR, CHF LIBOR, EURIBOR, TIBOR, SIBOR, SOR, BBSW en/of HIBOR, dan wel
iii. een of meer transacties dan hiervoor vermeld hebben verricht in welk verband een vergoeding is betaald die gerelateerd was aan, verwees naar of anderszins verband hield met JPY LIBOR, GBP LIBOR, USD LIBOR, CHF LIBOR, EURIBOR, TIBOR, SIBOR, SOR, BBSW en/of HIBOR,
welke transacties en/of betalingen hebben plaatsgevonden gedurende de Relevante Periode en welke transacties en/of betalingen buiten de Verenigde Staten van Amerika hebben plaatsgevonden.
Belanghebbenden kunnen niet zijn Financiële Instellingen (zoals hierna gedefinieerd).
Claims:
klachten, aanspraken en vorderingen van Belanghebbenden jegens een of meer Financiële Instellingen met betrekking tot (vermeende) verliezen of schade die is of zal worden geleden als direct of indirect gevolg van onder andere onrechtmatig handelen en/of wanprestatie, onder meer maar daartoe niet beperkt bestaande uit het op vermeend onwettige/onrechtmatige wijze, en al dan niet door samenspanning van Financiële Instellingen, manipuleren van JPY LIBOR, GBP LIBOR, USD LIBOR, CHF LIBOR, EURIBOR, TIBOR, SIBOR, SOR, BBSW en/of HIBOR.
(...)
Financiële Instellingen:
rechtspersonen die als (voormalig) lid van het panel van banken of anderszins hebben bijgedragen aan de totstandkoming van JPY LIBOR, GBP LIBOR , USD LIBOR, CHF LIBOR, EURIBOR, TIBOR, SIBOR, SOR, BBSW en/of HIBOR in de Relevante Periode, daaronder begrepen doch niet beperkt tot:
[onder meer: Rabobank c.s.; de rechtbank]
Relevante Periode:
de periode van een januari tweeduizend een tot en met dertig juni twee duizend elf.
(...)
Doel en middelen.
Artikel 3.
De Stichting heeft tot doel:
-
het behartigen van de belangen van Belanghebbenden die schade lijden, schade dreigen te lijden en/of schade hebben geleden ten gevolge van het handelen of nalaten van de Financiële Instellingen dat aanleiding geeft tot een Claim;
-
het behartigen van de belangen van de Belanghebbenden in verband met een of meer Vaststellingsovereenkomsten waarvan de verbindendverklaring wordt verzocht aan het Gerechtshof krachtens de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM);
-
het verkrijgen en verdelen van financiële compensatie voor (een gedeelte van) de schade welke Belanghebbenden stellen te hebben geleden, een en ander met inachtneming van een Vaststellingsovereenkomst,
en het verrichten van al hetgeen verband houdt met het hiervoor bepaalde, dan wel daaraan dienstig kan zijn, een en ander in de ruimste zin van het woord.
(...)”
De Stichting werkt samen met de Amerikaanse vennootschap Elco Investor Services LLC (hierna: Elco Investor Services). Elco Investor Services financiert de onderhavige collectieve actie en verricht daarnaast uitvoerende werkzaamheden ten behoeve van de collectieve actie. Elco Investor Services is voortgekomen uit een samenwerking tussen het Amerikaanse advocatenkantoor Lowey Dannenberg Cohen & Hart P.C. (hierna: Lowey Dannenberg) en Evest & Ocean Venture Companies (hierna: Evest), een groep Amerikaanse procesinvesteerders.
De Stichting heeft vijf brieven van december 2017 in het geding overgelegd, afkomstig van instellingen die hun steun uitspreken voor deze collectieve actie. Drie van de brieven zijn afkomstig van (onderdelen van) een Amerikaanse opkoper van claims: Lake Avenue Capital LLC. De vierde brief is afkomstig van een op Jersey (Kanaaleilanden) gevestigd bedrijf (Brevan Howard Capital Mangement LP) en de vijfde brief is afkomstig van een bedrijf dat actief is op de Amerikaanse futures markt (OSTC Limited).
Daarnaast heeft de Stichting een verklaring overgelegd van Battea Class Action Services, een aan Evest gelieerd Amerikaans bedrijf dat diensten uitoefent voor institutionele collectieve acties en de Stichting bijstaat in de onderhavige collectieve actie (hierna: Battea). In de verklaring van Battea staat onder meer het volgende:
Our Clients’ Netherlands Stichting ELCO Foundation Litigation client submissions and participation:
Specifically to the Dutch action, we have received a significant amount of eligible transactions from a large number of Clients, their Custodians and Prime Brokers. The data has been on-boarded and is stored in our secure data-centers, awaiting further developments and requirements for submission.
Currently the total aggregate eligible Clients that have provided transactional data in connection with this litigation is:
- -
-
101 Clients with 240 trillion Euros in notional transaction value.
- -
-
As the litigation reaches certain milestones, we expect a significant data production from our remaining client base
- -
-
Meanwhile and as you know, the number of Clients that have pre-authorized us to file and submit documentation in support of the Stichting ELCO Foundation litigation already represent trillions of Euros in transactions. We have provided you supporting documentation including transactional information and certification thereof.
- -
-
We believe those Clients are representative in nature compared to the rest of our client base.
(...)
De Stichting heeft in juli en augustus 2016 brieven gezonden aan (onder meer) Rabobank c.s. met het verzoek te laten weten of zij bereid was met de Stichting in overleg te treden over een schikking. Hierop hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd en heeft Rabobank c.s. onder meer verzocht om nadere informatie. In juni 2017 heeft de Stichting een conceptdagvaarding gezonden aan Rabobank c.s. Ook dit heeft geleid tot verzoeken om nadere informatie. Op 11 oktober 2017 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen ICAP en de Stichting.
3 Het geschil en het tussenvonnis van 14 augustus 2019
De Stichting verwijt Rabobank c.s. in de kern dat zij onrechtmatig heeft gehandeld of ongerechtvaardigd is verrijkt, door rente(benchmark)tarieven in de periode tussen (in ieder geval) 2001 tot en met eind 2010 individueel en in onderlinge samenspraak te manipuleren.
De Stichting heeft 24 verklaringen voor recht gevorderd, die in het vonnis van 14 augustus 2019 (hierna: het tussenvonnis) zijn vermeld en daar zijn aangeduid als:
- -
-
de Interne Organisatie-vorderingen,
- -
-
de Manipulatie-vorderingen,
- -
-
de Samenspanning-vorderingen,
- -
-
de Groepsaansprakelijkheid-vorderingen,
- -
-
de Ongerechtvaardigde Verrijking-vorderingen en
- -
-
de Specifieke Data-vorderingen.
Hieraan heeft de Stichting – zeer kort samengevat – onder meer het volgende ten grondslag gelegd.
- -
-
Rabobank c.s. heeft, mede vanwege haar tekortschietende interne organisatie en ondeugdelijke compliance, onaanvaardbare risico’s op normoverschrijdend handelen door medewerkers in de hand gewerkt en gefaciliteerd.
- -
-
Rabobank, UBS c.s. en Lloyds hebben met medewerking van ICAP kunstmatige of gemanipuleerde tarieven ten behoeve van de rentebenchmark-vaststelling ingediend.
- -
-
ICAP heeft Rabobank, UBS c.s. en Lloyds gefaciliteerd bij de manipulatie van de rentetarieven.
Rabobank c.s. heeft afzonderlijke incidenten opgeworpen.
In het tussenvonnis gewezen tussen de Stichting als verweerster in de incidenten en Rabobank c.s. en de twee rechtspersonen Lloyds Banking Group plc (in het tussenvonnis samen met Lloyds aangeduid als Lloyds c.s.) en ICAP plc (in het tussenvonnis samen met ICAP aangeduid als ICAP c.s.) als eiseressen in de incidenten (zie ECLI:NL:RBAMS:2019:5827) heeft de rechtbank:
- -
-
de vordering van Rabobank in het incident tot aanhouding en het openstellen van tussentijds hoger beroep afgewezen (r.o. 5.1 tot en met 5.9),
- -
-
zich onbevoegd verklaard ten aanzien van de Interne Organisatie-vorderingen, de Manipulatie-vorderingen, de Ongerechtvaardigde Verrijking-vorderingen en de Specifieke Data-vorderingen jegens Lloyds c.s., UBS c.s. en ICAP c.s. (r.o. 7.1 tot en met 7.23),
- -
-
zich onbevoegd verklaard ten aanzien van de Samenspanning- en Groepsaansprakelijkheid-vorderingen jegens Lloyds Banking Group plc en ICAP plc (r.o. 7.1 tot en met 7.23),
- -
-
zich onbevoegd verklaard ten aanzien van de Samenspanning- en Groepsaansprakelijkheid-vorderingen jegens Lloyds, UBS c.s. en ICAP voor zover het andere rentebenchmarks betreft dan JPY LIBOR (r.o. 7.1 tot en met 7.23),
- -
-
de verzoeken van Lloyds c.s., UBS c.s. en ICAP c.s. om aanhouding afgewezen (r.o. 7.24 en 7.25),
- -
-
het verzoek van Lloyds, UBS c.s. en ICAP ten aanzien van wie het vonnis als tussenvonnis geldt om hoger beroep open te stellen toegewezen (r.o. 7.26).
De rechtbank heeft zich dus wat betreft Lloyds, UBS c.s. en ICAP (slechts) bevoegd verklaard tot kennisneming van de Samenspanning- en Groepsaansprakelijkheid-vorderingen betreffende JPY LIBOR. Lloyds Banking Group plc en ICAP plc maken gelet op het oordeel in het tussenvonnis niet langer deel uit van deze procedure. De Stichting, Lloyds, UBS c.s. en ICAP hebben geen (tussentijds) hoger beroep ingesteld van het tussenvonnis.
Op basis van de gemaakte procesafspraken hebben partijen zich na het tussenvonnis uitgelaten over twee onderwerpen, te weten de ontvankelijkheid van de Stichting en het toepasselijk recht. In dit vonnis wordt daarom geoordeeld over deze twee onderwerpen, een en ander voor zover daaraan wordt toegekomen.