Rechtbank Amsterdam, 02-03-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:805, 13/650242-17
Rechtbank Amsterdam, 02-03-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:805, 13/650242-17
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 maart 2021
- Datum publicatie
- 2 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:805
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2022:2083
- Zaaknummer
- 13/650242-17
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor moord in een cold case zaak uit 2002.De bekentenis die hij aflegde tegen twee undercoveragenten, mag niet worden gebruikt als bewijs. De rechtbank kan de rechtmatigheid van zijn verklaringen onvoldoende beoordelen. Er is ook daarnaast onvoldoende wettig bewijs dat verdachte de man om het leven heeft gebracht.
Uitspraak
VONNIS
Parketnummer: 13/650242-17 (Promis)
Datum uitspraak: 2 maart 2021
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1970,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:[adres] ,gedetineerd in de [detentieadres] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7, 8, 9, 14 en 15 december 2020 en 16 februari 2021 (sluiting).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. R.A. Bosman en R.A. Kloos en van wat verdachte en zijn raadsman mr. V.R.C. Shukrula naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging op de zitting van 26 juni 2020 – ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 31 december 2001 tot en met 21 januari 2002 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachten rade), in elk geval opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), voornoemde [slachtoffer] één of meermalen (door zijn hoofd) geschoten en/of één of meermalen met een houten balk, en/of een ander voorwerp (tegen) het hoofd van die [slachtoffer] (in)geslagen, althans zodanig geweld op die [slachtoffer] uitgeoefend, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
2.
hij in of omstreeks de periode van 31 december 2001 tot en met 26 februari 2019 te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een lijk, te weten het stoffelijk overschot van een overledene in leven genaamd [slachtoffer] heeft verborgen (gehouden) met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden te verhelen.
3 Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officieren van justitie zijn ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.