Rechtbank Amsterdam, 06-07-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4259, C/13/734625 / KG ZA 23-468
Rechtbank Amsterdam, 06-07-2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4259, C/13/734625 / KG ZA 23-468
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 juli 2023
- Datum publicatie
- 13 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:4259
- Zaaknummer
- C/13/734625 / KG ZA 23-468
Inhoudsindicatie
kort geding. schorsing omgang met kind 2. voortzetting onder voorwaarden met kind 1. vader heeft drankprobleem.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/734625 / KG ZA 23-468 VVV/MAH
Vonnis in kort geding van 6 juli 2023
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie bij dagvaarding van 7 juni 2023,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. Z. Vis te Zoetermeer,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.J.N. Koek te Amsterdam.
Partijen zullen hierna de man en de vrouw worden genoemd.
1 De procedure
Op de zitting van 15 juni 2023 heeft de man de dagvaarding toegelicht en de vrouw de eis in reconventie (tegenvordering). Partijen hebben over en weer verweer gevoerd. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. Bij de zitting waren partijen aanwezig met hun advocaten, waarbij mr W.J. van der Kroon waarnam voor mr Vis. De man werd bijgestaan door een tolk Engels, P. Oronsay.
De zaak is aangehouden en op 22 juni 2023 heeft de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier, in het gebouw van de rechtbank met de beide kinderen van partijen gesproken. De kinderen zijn ieder apart gehoord.
Daarna is aan partijen bericht dat vonnis is bepaald op 6 juli 2023.
2 De feiten
Partijen zijn getrouwd geweest. Zij zijn de ouders van:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , New South Wales;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] .
Partijen hebben gezamenlijk gezag.
Volgens het door partijen getekende ouderschapsplan, dat deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van 9 januari 2019, zijn de kinderen in de oneven weken bij de man en in de even weken bij de vrouw, waarbij zij in beginsel op zondag rond lunchtijd naar de andere ouder worden gebracht.
Na een incident op 9 december 2022 heeft de politie op 12 december 2022 een melding gedaan bij Veilig Thuis. De vrouw heeft herhaaldelijk, onder meer in april 2023, bij Veilig Thuis aangegeven dat de situatie onhoudbaar is omdat de man altijd dronken is en tegen de kinderen schreeuwt en dat de kinderen bij de man zonder aankondiging vooraf worden geconfronteerd met hen onbekende vrouwen in huis (en dat [minderjarige 1] daarbij dingen heeft gezien die hij niet hoort te zien). Veilig Thuis heeft op 6 mei 2023 bericht dat er helaas een wachttijd van 4 tot 5 maanden is voor de intake.
De vrouw heeft [minderjarige 2] sinds 23 april 2023 niet meer naar de man gebracht. [minderjarige 1] gaat nog wel naar de man. Bij brief van maandag 22 mei 2023 heeft de advocaat van de man de vrouw gesommeerd om de zorgregeling na te komen en [minderjarige 2] uiterlijk woensdag 24 mei 2023, 16:00 uur, naar de man te brengen.
Bij e-mail van 26 mei 2023 heeft de advocaat van de vrouw geantwoord:
“(...) De situatie is al enige tijd onhoudbaar waarbij de zorgen in het contact tussen de vader en de kinderen enkel zijn toegenomen. Zo geeft [minderjarige 2] al geruime tijd aan dat hij niet naar zijn vader wenst te gaan vanwege het alcoholgebruik van uw client en de impact hiervan op zijn gedrag. De kinderen geven aan dat uw client verbaal agressief wordt en op andere momenten afwezig is en geen zorg draagt voor de kinderen. De kinderen hebben vaak genoeg huilend cliënte opgebeld om hun op te halen. Vanwege deze aanhoudende zorgen, waarbij het ook is voorgekomen dat [minderjarige 1] in een T-shirt rennend naar huis is teruggekeerd, is ook de politie betrokken geraakt. De politie heeft begin dit jaar ook melding gedaan bij Veilig Thuis.
Cliente geeft aan dat de situatie een maand geleden dermate is geëscaleerd, waarbij zij genoodzaakt is geweest om contact op te nemen met de politie. [minderjarige 2] is inmiddels dermate angstig dat hij geen contact wenst met zijn vader. In uw schrijven geeft u aan dat het opmerkelijk is dat [minderjarige 1] wel naar zijn vader toegaat. Bij [minderjarige 1] speelt de angst dat zijn vader agressief zal worden op het moment dat hij niet naar zijn vader zal gaan. [minderjarige 1] probeert het voor zichzelf op te lossen door met regelmaat – in de week dat hij bij zijn vader dient te zijn – bij vriendjes te spelen en/of slapen. Ook dit acht cliente zorgelijk en acht het noodzakelijk dat er ook passende hulp komt voor [minderjarige 1] .
Gelet op het voorgaande stelt zij zich op het standpunt dat er in samenspraak met de hulpverlening veiligheidsafspraken gemaakt dienen te worden en dat uw client hulpverlening dient te accepteren. Er zal daarbij zicht moeten komen op het alcoholgebruik en de impact daarvan op de kinderen. Cliente zal derhalve gelet op de forse weerstand bij [minderjarige 2] , [minderjarige 2] niet meegeven aan uw client. Ik verneem graag in hoeverre uw client bereid is om tezamen met de hulpverlening tot veiligheidsafspraken te komen. In de tussentijd dient het vertrouwen bij de kinderen ook te worden hersteld en zal er ook hulpverlening in gezet moeten worden. Cliënte meent dus dat het ouderschapsplan tijdelijk opgeschort dient te worden. “
Op 19 juni 2023 is de vrouw bij deze rechtbank een bodemprocedure gestart waarin zij op grond van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek wijziging van de zorgregeling verzoekt.
3 Het geschil in conventie
De man vordert nakoming van de in het ouderschapsplan vastgelegde zorgregeling op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.
De man voert daartoe het volgende aan. Hij ziet niet waarom de zorgregeling niet kan worden voortgezet. Niet is aangetoond, bijvoorbeeld met een verklaring van school, dat hij geen goede vader is. De man ontkent dat hij een alcoholprobleem heeft. [minderjarige 1] wil ook nog altijd naar de man toe, dus kennelijk is het geen probleem. Ook zag de vrouw kennelijk geen reden om toestemming te weigeren voor een vakantie van de man in de meivakantie 2023 met de kinderen. Zij verheugden zich daarop, maar de vrouw heeft op het laatste moment haar toestemming ingetrokken omdat de man minder alimentatie betaalde. Hij betaalt wel, maar minder omdat hij tijdelijk minder inkomen heeft.
De vrouw voert verweer. Zij onderbouwt haar verweer en haar tegenvordering als volgt. De kinderen geven aan dat zij het onveilig vinden bij de man. [minderjarige 2] geeft aan angstig te zijn en niet meer naar zijn vader te willen gaat. [minderjarige 1] gaat juist uit angst wel naar de man toe, maar ook voor hem is dit geen houdbare situatie. De zorgen van de vrouw worden versterkt door de aanhoudende stroom berichten van de man, vaak in de nacht, die hij duidelijk in dronken toestand toestuurt. De verbale agressie van de man jegens de vrouw, haar partner en de kinderen maakt dat de vrouw zich zorgen maakt om de agressie - en emotieregulatie van de man.
De vrouw is zich ervan bewust dat de man recht heeft op omgang met de kinderen en heeft dit ook jaren gestimuleerd. Maar de man dient zich er ook van bewust te zijn dat kinderen recht hebben op veilig, voorspelbaar en onbelast contact. De man is geenszins in staat om dit aan de kinderen te bieden en heeft dit zelf op meerdere momenten aan de vrouw bevestigd. De berichten tonen ook aan dat de man niet in staat is om zijn emoties in het bijzijn van de kinderen te reguleren en dat hij vaker de kinderen heeft belast met volwassenenzaken en/of dat hij tegen de kinderen is uitgevallen. Voor de kinderen is reeds therapie ingezet en tezamen met de betrokken hulpverlening dient te worden bezien wat in deze in het belang is van de kinderen.
De vrouw meent dat tezamen met Veilig Thuis veiligheidsafspraken gemaakt moeten worden en dat er zicht moet komen op de situatie bij de man thuis en zijn emotie-regulatie. De vrouw heeft zich gelet op de zorgen meermalen tot Veilig Thuis gewend. Helaas hebben zij te kampen met een organisatorisch probleem. De (advocaat van de) vrouw heeft dit alles ook op 26 mei jl. aan de advocaat van de man laten weten. Hier is geen inhoudelijke reactie opgekomen, behalve dat de man betwist dat sprake is van alcoholgebruik.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.