Rechtbank Amsterdam, 15-10-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7489, C/13/741774 / HA ZA 24-2 en C/13/747370 / HA ZA 24-224
Rechtbank Amsterdam, 15-10-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7489, C/13/741774 / HA ZA 24-2 en C/13/747370 / HA ZA 24-224
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2025
- Datum publicatie
- 15 oktober 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:7489
- Zaaknummer
- C/13/741774 / HA ZA 24-2 en C/13/747370 / HA ZA 24-224
Inhoudsindicatie
WAMCA-zaak. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is (rechtsmacht heeft). Aangezien de rechtbank zich bevoegd acht, zou de volgende stap in deze procedure de ontvankelijkheidsfase zijn waarin de ontvankelijkheid van SOMI en DPS wordt beoordeeld. De rechtbank ziet echter reden de hoofdzaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van door de rechtbank Rotterdam aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde prejudiciële vragen. Het antwoord op die vragen kan van belang zijn voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van SOMI en DPS.
Uitspraak
Civiel recht
Zaaknummers: C/13/741774 / HA ZA 24-2 en
C/13/747370 / HA ZA 24-224
Vonnis in incident van 15 oktober 2025
in de zaak C/13/741774 / HA ZA 24-2 van
de stichting
STICHTING ONDERZOEK MARKTINFORMATIE
gevestigd te Amstelveen,
eisende partij in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
hierna te noemen: SOMI,
advocaat: mr. M. Schimmel,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
META PLATFORMS, INC.,
gevestigd te Menlo Park, Californië, Verenigde Staten van Amerika,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
META PLATFORMS IRELAND LTD.,
gevestigd te Dublin, Ierland,3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FACEBOOK NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna ieder afzonderlijk te noemen: Meta Inc., Meta Ierland en Facebook Nederland, en gezamenlijk te noemen: Meta,
advocaat: mr. G.H. Potjewijd.
en in de zaak C/13/747370 / HA ZA 24-224 van
de stichting
DATA PRIVACY STICHTING,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in de hoofdzaak op de voet van artikel 1018d Rv,
verweerster in het incident,
hierna te noemen: DPS,
advocaat: mr. J.H. Lemstra,
tegen de drie hiervoor genoemde gedaagden (Meta).
1 Inleiding
Deze zaak betreft een collectieve actie als bedoeld in artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW). SOMI en DPS komen daarbij op voor de belangen van Nederlandse gebruikers van Facebook. DPS komt daarnaast ook op voor de belangen van Nederlandse gebruikers van Instagram. Kernverwijt van DPS en SOMI is dat Meta in strijd met de toepasselijke regelgeving persoonsgegevens van de gebruikers van Facebook en/of Instagram verwerkt. SOMI en DPS willen met deze collectieve actie bereiken dat Meta hiermee stopt en de schade aan de achterban van SOMI en DPS vergoedt.
In deze fase van de procedure gaat het nog niet om een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van SOMI en DPS, maar om de door Meta opgeworpen vraag of deze rechtbank bevoegd is om het geschil te beoordelen en of de zaak, zoals door Meta verzocht, moet worden aangehouden.
In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is (rechtsmacht heeft). Aangezien de rechtbank zich bevoegd acht, zou de volgende stap in deze procedure de ontvankelijkheidsfase zijn waarin de ontvankelijkheid van SOMI en DPS wordt beoordeeld. De rechtbank ziet echter reden de hoofdzaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van door de rechtbank Rotterdam aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde prejudiciële vragen. Het antwoord op die vragen kan van belang zijn voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van SOMI en DPS.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de gelijkluidende dagvaardingen van SOMI van 3 november 2023,
- de rolbeslissing van 20 december 2023, waarbij de in artikel 1018d lid 1 van het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bedoelde termijn voor DPS is verlengd met een maand,
- de akte overlegging producties van SOMI van 14 februari 2024, - de gelijkluidende dagvaardingen van DPS van 1 maart 2024,
- de akte overlegging (aanvullende) producties van DPS van 3 juli 2024,
- de incidentele conclusie van Meta van 18 september 2024 strekkende tot aanhouding en (subsidiair) incidentele conclusie tot onbevoegdheid, met producties,
- de conclusie van antwoord in incident van SOMI van 23 oktober 2024,
- de conclusie van antwoord van DPS van 20 november 2024 in de incidenten van Meta, tevens houdende regieverzoek mondelinge behandeling over (ook) ontvankelijkheid eisers en datumbepaling conclusie van antwoord ex artikel 1018c lid 5 Rv,
- de brief van Meta van 27 november 2024,
- de rolbeslissing van 3 december 2024 waarin een mondelinge behandeling in het incident is bepaald,
- de rolbeslissing van 18 december 2024 waarin is bepaald dat de mondelinge behandeling is beperkt tot het bevoegdheidsincident en om te bespreken of en zo ja in welke fase de zaak zou moeten worden aangehouden,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 juni 2025, met de daarin genoemde processtukken, alsmede de zittingsaantekeningen van de griffier,
- de brief van Meta van 15 juli 2025 met twee opmerkingen over de zittingsaantekeningen,
- de brief van DPS van 18 juli 2025 met twee opmerkingen over de zittingsaantekeningen.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
3 Voor de beoordeling van het incident van belang zijnde feiten
Meta Inc., Meta Ierland en Facebook Nederland behoren tot het Meta-concern. Dat concern biedt onder andere de online diensten Facebook en Instagram aan. Wereldwijd maken ruim 3 miljard personen gebruik van Facebook, in Nederland ongeveer 10 miljoen personen. De gebruiker betaalt geen financiële vergoeding voor gebruik van Facebook of Instagram. Het bedrijfsmodel van beide diensten is gebaseerd op inkomsten uit de verkoop van (gepersonaliseerde) advertenties.
Meta Inc. (voorheen genaamd Facebook Inc.) heeft haar hoofdkantoor in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: VS). Meta Ierland (voorheen genaamd Facebook Ireland Ltd.) is een dochteronderneming van Meta Inc. Meta Ierland treedt op als contractspartij voor het aanbieden van Facebook aan de gebruikers in Nederland (en Europa). Daarnaast verkoopt Meta Ierland ook advertenties. De (uiteindelijke) moedermaatschappij van Facebook Nederland is Meta Inc. Facebook Nederland verleent diensten met betrekking tot marketing en verkoopondersteuning, gerelateerd aan advertentieverkoop, aan het Meta-concern. In dat kader houdt Facebook Nederland zich onder meer bezig met het adviseren over en het bevorderen van de verkoop van advertentieruimte op Facebook en overige advertentieproducten.
SOMI is in 2016 opgericht voor het signaleren en beïnvloeden van vraagstukken van maatschappelijk belang. Zij behartigt onder meer de belangen van consumenten en minderjarigen op wiens rechten inbreuk is gemaakt door online diensten, met name het recht op privacy en gegevensbescherming en consumentenrechten.
DPS is een op 25 februari 2019 opgerichte collectieve claimstichting. Zij heeft onder meer als doel het behartigen van de belangen van gedupeerden die in Nederland wonen en jegens wie op enig moment een privacyschending heeft plaatsgevonden.
Facebook en Instagram zijn gepersonaliseerde diensten. Deze personalisatie werkt door in de inhoud van wat een gebruiker te zien krijgt. Om tot een gepersonaliseerde gebruikerservaring te komen, verwerkt Meta persoonsgegevens van Facebook- en Instagram-gebruikers.
Meta Ierland heeft persoonsgegevens doorgegeven aan de VS. Meta Ierland deed dat mede op basis van een besluit van de Europese Commissie van 12 juli 2016 waarin staat dat de VS een passend beschermingsniveau waarborgen voor persoonsgegevens die van de Europese Unie naar organisaties in de VS worden doorgegeven in het kader van het EU-VS-privacyschild. Bij arrest van 16 juli 2020 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) het besluit van de Europese Commissie betreffende de gepastheid van de door het EU-VS-privacyschild geboden bescherming, ongeldig verklaard (dit arrest zal hierna worden aangeduid als: Schrems II). Op 12 mei 2023 heeft de privacytoezichthouder in Ierland een boete van 1,2 miljard euro aan Meta Ierland opgelegd wegens de doorgifte van persoonsgegevens naar de VS in strijd met artikel 46 AVG.
Op 3 april 2021 zijn in de media berichten verschenen over een datalek dat bij Meta omtrent september 2019 had plaatsgevonden. Een gescrapete dataset van persoonsgegevens van Facebook-gebruikers was op internet beschikbaar. De gelekte dataset zou persoonsgegevens bevatten van ongeveer 533 miljoen Facebook-gebruikers wereldwijd. Meta berichtte op 6 april 2021 over de kwestie en bevestigde dat het ging om “scraping” van de Contact Importer tool. De Contact Importer tool is een zoekfunctionaliteit in Facebook die het mogelijk maakte om persoonsgegevens zoals telefoonnummers en e-mailadressen van gebruikers van Facebook te vinden.
Op 15 maart 2023 heeft deze rechtbank vonnis gewezen in een procedure tussen DPS en Meta (hierna: de DPS 1 procedure). De DPS 1 procedure is een procedure op basis van artikel 3:305a BW (oud). Artikel 3:305a lid 3 (oud) BW bepaalde dat een rechtsvordering als bedoeld in het eerste lid niet kon strekken tot schadevergoeding te voldoen in geld. In de DPS 1 procedure heeft de rechtbank voor recht verklaard dat Meta Ierland jegens de achterban van DPS onrechtmatig heeft gehandeld omdat Meta Ierland de privacyrechten van de achterban van DPS heeft geschonden. Tevens heeft de rechtbank voor recht verklaard dat Meta Ierland jegens de achterban van DPS onrechtmatig heeft gehandeld omdat Meta Ierland een handelspraktijk heeft verricht die oneerlijk is. Tegen dat vonnis is hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam ingesteld. De mondelinge behandeling in het hoger beroep zal plaatsvinden in oktober 2025.
Bij het registreren voor Facebook moet een gebruiker akkoord gaan met algemene voorwaarden, genoemd Servicevoorwaarden. Op 24 augustus 2023 is aan de Servicevoorwaarden een forumkeuzebeding toegevoegd dat als volgt luidt:
Als zich een vordering of geschil voordoet voortkomend uit of in verband met je gebruik van de Meta-producten als consument, gaan jij en wij ermee akkoord dat jij je eigen vordering of geschil tegen ons, en dat wij onze vordering of ons geschil tegen jou, kunnen aanbrengen in elke bevoegde rechtbank in het land van je hoofdverblijf die bevoegd is met betrekking tot je vordering of geschil, en de wetgeving van dat land is van toepassing ongeacht eventuele regels inzake strijdigheid tussen wettelijke bepalingen.
Als zich een claim of geschil tussen ons voordoet die of dat verband houdt met het gebruik van de Meta-producten in een andere hoedanigheid, inclusief, maar niet beperkt tot, de toegang tot of het gebruik van de Meta-producten voor een zakelijk of commercieel doeleinde, of als een claim of geschil door een entiteit namens jou wordt opgevoerd, ga je ermee akkoord dat een dergelijke claim of een dergelijk geschil moet worden opgelost in een bevoegde rechtbank in Ierland en dat de Ierse wet van toepassing is op dergelijke claim of dergelijk geschil, ongeacht eventuele regels inzake strijdigheid tussen wettelijke bepalingen.
Om Instagram te kunnen gebruiken, moeten gebruikers eerst akkoord gaan met de Gebruiksvoorwaarden van Instagram. De Gebruiksvoorwaarden van Instagram bevatten sinds 12 januari 2024 ook een forumkeuzebeding, dat als volgt luidt:
Als zich een claim of geschil voordoet voortkomend uit of in verband met jouw gebruik van de Service als consument, gaan jij en wij ermee akkoord dat jij je eigen claim of geschil tegen ons kunt oplossen, en dat wij onze claim of ons geschil tegen jou kunnen oplossen in elke bevoegde rechtbank in het land van jouw hoofdverblijf die bevoegd is met betrekking tot jouw claim of geschil en de wetgeving van dat land is van toepassing ongeacht eventuele regels inzake strijdigheid tussen wettelijke bepalingen.
Als zich een claim of geschil tussen ons voordoet die of dat verband houdt met het gebruik van de Service in een andere hoedanigheid, inclusief, maar niet beperkt tot, de toegang of het gebruik van de Service voor een zakelijk of commercieel doeleinde, ga je ermee akkoord dat een dergelijke claim of een dergelijk geschil moet worden opgelost in een bevoegde rechtbank in Ierland en dat de Ierse wetgeving van toepassing is, ongeacht eventuele regels inzake strijdigheid tussen wettelijke bepalingen.
Bij de rechtbank Rotterdam is een zaak aanhangig tussen DPS en een aantal entiteiten van het bedrijf Amazon over de vraag of Amazon persoonsgegevens in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft verwerkt (hierna: de Amazon-zaak). Op 13 november 2024 heeft de rechtbank Rotterdam in die zaak een tussenvonnis gewezen waarin zij heeft aangekondigd voornemens te zijn prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU over, kort gezegd, de verhouding tussen artikel 80 AVG en de ontvankelijkheidseisen in de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). In een inmiddels gewezen tussenvonnis van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:9088) heeft de rechtbank Rotterdam in de Amazon-zaak vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJEU. Die vragen luiden als volgt:
1) Artikel 80 lid 1 AVG stelt eisen aan een belangenorganisatie als in die bepaling bedoeld. Laat het Unierecht toe dat Nederland in de WAMCA nadere ontvankelijkheidseisen heeft opgenomen voor belangenorganisaties die vorderingen als bedoeld in de artikelen 77, 78, 79 en 82 AVG instellen ten behoeve van betrokken natuurlijke personen?
2) Zijn de ontvankelijkheidseisen in de WAMCA, in het bijzonder aangaande gelijksoortigheid en representativiteit, voor belangenbehartigers die ten behoeve van betrokkenen een collectieve schadevergoedingsactie willen instellen tegen een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker vanwege schendingen van de AVG, geoorloofd in het licht van artikel 80 lid 1 AVG?
3) Houdt de eis in artikel 80 lid 1 AVG dat een belangenorganisatie actief is op het gebied van de bescherming van de rechten en vrijheden van de betrokkene in verband met de bescherming van diens persoonsgegevens, meer of anders in dan de nationale eis dat de belangenorganisatie voldoende ervaring en deskundigheid bezit ten aanzien van de te voeren procedure (artikel 3:305a lid 2 sub e BW), in combinatie met de eisen aan de statuten (artikel 3:305a lid 1 BW)?
Volgt uit de activiteitseis van artikel 80 lid 1 AVG dat de belangenorganisatie een track record moet hebben?
4) Staat het opdrachtbegrip in artikel 80 lid 1 AVG en/of het bepaalde in artikel 80 lid 2 AVG in de weg aan een nationale regeling op grond waarvan een belangenorganisatie, die voldoet aan de eisen van artikel 80 lid 1 AVG, een collectieve schadevergoedingsvordering kan instellen ten behoeve van betrokkenen tegen een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker vanwege schendingen van de AVG, terwijl die belangenorganisatie geen opdracht heeft van betrokkenen?
5) In hoeverre is in het kader van vraag 4, bij de uitleg van het opdrachtbegrip in artikel 80 AVG, relevant dat op grond van de nationale regelgeving (de WAMCA) de betrokkene niet op voorhand kenbaar hoeft te maken dat hij gebonden wil zijn aan de collectieve schadevergoedingsactie? Daarbij geldt dat hij (in voorkomend geval) op twee momenten schriftelijk kan kiezen om geen gebruik te maken van de belangenbehartiging door de belangenbehartiger en dus niet gebonden te zijn, namelijk (i) binnen een door de rechter te bepalen termijn te rekenen vanaf het moment dat de belangenbehartiger door de rechtbank wordt aangewezen als (exclusieve) belangenbehartiger (artikel 1018f lid 1 Rv) en (ii) binnen een door de rechter te bepalen termijn in het geval partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten (artikel 1018h lid 5 Rv).