Rechtbank Den Haag, 19-04-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4672, C-09-538433-HA RK 17-418
Rechtbank Den Haag, 19-04-2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4672, C-09-538433-HA RK 17-418
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2018
- Datum publicatie
- 1 mei 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:4672
- Zaaknummer
- C-09-538433-HA RK 17-418
Inhoudsindicatie
Afwijzing van een verzoek tot verwijdering dan wel afscherming van URL’s die voortkomen uit zoekopdrachten op naam van verzoekers uit de zoekresultaten in de zoekmachine.
De inmenging in de grondrechten van verzoekers door Google is gerechtvaardigd door het overwegende belang dat het publiek erbij heeft dat toegang tot deze informatie beschikbaar en vindbaar blijft en (daarmee) het belang van Google om de desbetreffende zoekresultaten te kunnen (blijven) aanbieden.
Uitspraak
beschikking
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/538433 / HA RK 17-418
Beschikking van 19 april 2018
in de zaak van
1 [A] ,
2. [B]
beiden wonende te [woonplaats] ,
verzoekers,
advocaat mr. C.J. Nierop te Amsterdam,
tegen
de rechtspersoon naar vreemd recht
GOOGLE LLC.,
gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
verweerster,
advocaten mr. A. Strijbos en mr. R.D. Chavannes, beiden te Amsterdam.
Verzoekers worden hierna afzonderlijk respectievelijk aangeduid als ‘ [A] ’ en ‘ [B] ’, dan wel gezamenlijk als ‘ [A c.s.] ’ (in mannelijk enkelvoud). Verweerster wordt hierna ‘Google’ genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het op 22 augustus 2017 ingediende verzoekschrift met producties;
- -
-
het op 14 februari 2018 ingediende verweerschrift met producties;
- -
-
de brief van mr. Nierop van 15 februari 2018 met producties;
- -
-
de mondelinge behandeling op 22 februari 2018, waarbij de advocaten van partijen hun pleitnotities hebben overgelegd.
Ten slotte is een datum voor het wijzen van de beschikking bepaald.
2 De feiten
[A] en [B] zijn gehuwd. [A] is ondernemer en richt zich met zijn bedrijf [BVI] op communicatie- en marketingadvies aan organisaties in de gezondheidssector. [A] heeft in het bijzonder in de periode 1998–2001 (betaalde) werkzaamheden verricht voor een aantal charitatieve fondsen. [B] is werkzaam als arts, als zodanig ingeschreven in het BIG-register, acupuncturist en onder meer lid van de Raad van Advies voor de Nederlandse Patiëntenvereniging voor Acupunctuur.
Op 18 mei 2013 heeft onderzoekjournalistiek radioprogramma Argos van de VPRO een aflevering uitgezonden over goede doelen in Nederland. Deze aflevering, getiteld ‘Rijk van het goede doel?’, ging over het netwerk van goede doelen dat onder anderen door [A] was opgericht.
In december 2013 heeft de Vereniging tegen de Kwakzalverij (hierna: de Vereniging) op haar internetwebsite onder de hyperlink, ofwel Uniform Resource Locator (hierna: URL) [URL1] en in het Nederlands Tijdschrift van de Vereniging tegen de Kwakzalverij een artikel gepubliceerd over [A] , waarin ook [B] figureert (hierna: het Artikel).
Bij vonnis in kort geding van 27 mei 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, kort samengevat, de Vereniging veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie in voormeld tijdschrift alsmede op voornoemde website, aangezien het Artikel een aantal feitelijk onjuiste passages bevatte. In het vonnis (ECLI:NL:RBAMS:2014:3727) is onder meer het volgende overwogen:
“4.70. Uit het voorgaande volgt dat een aantal passages uit het Artikel feitelijk onjuist zijn en een grotere betrokkenheid van [A] of [B] bij bepaalde fondsen suggereren dan feitelijk kan worden aangetoond. Deze passages dienen daarom te worden gerectificeerd. Voor het overige vindt de inhoud van het Artikel in voldoende mate steun in het aanwezige feitenmateriaal en kan deze inhoud, waaronder begrepen de daarbij gebezigde illustraties, niet als onrechtmatig jegens [A c.s.] worden beschouwd. Het enkele feit dat door de Vereniging Tegen de Kwakzalverij c.s. geen wederhoor is toegepast doet hieraan in dit geval geen afbreuk. De Vereniging Tegen de Kwakzalverij c.s. heeft een zwaarwegend belang om het door haar geconstateerde gebrek aan transparantie in de goede doelen sector op kritische en waarschuwende wijze aan de orde te stellen. De daarbij gemaakte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [A] en [B] zullen zij in de gegeven omstandigheden moeten dulden.
De Vereniging Tegen de Kwakzalverij c.s. zal de rectificatie op haar website dienen te plaatsen en geplaatst te houden zo lang het Artikel daarop geplaatst zal zijn. In het Tijdschrift zal melding van de veroordeling tot het plaatsen van deze rectificatie gemaakt moeten worden. Voor een veroordeling tot het aankondigen daarvan op de voorpagina van het Tijdschrift ziet de voorzieningenrechter, gezien het gewicht van de te rectificeren passages in het licht van het gehele Artikel, geen reden. Voor het afzonderlijk per brief informeren van de leden van de Vereniging ziet de voorzieningenrechter, mede gezien het tijdverloop, geen aanleiding. Ook de vordering tot aankondiging van de rectificatie op social media zal worden afgewezen, nu deze media niet geschikt zijn voor weergave van de nuances die de beperkte toewijzing van de rectificatievordering met zich brengt. Aan de genoemde veroordelingen zullen dwangsommen als hierna te melden worden verbonden.
Nu de rectificatie permanent bij de digitale weergave van het Artikel geplaatst moet worden heeft [A c.s.] onvoldoende belang bij zijn vordering om de Vereniging Tegen de Kwakzalverij c.s. te veroordelen de exploitanten van zoekmachines te veroordelen tot het verwijderen en verwijderd houden van het Artikel. Dat deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.”
De Vereniging heeft vervolgens onder meer de rectificatie geplaatst op de website van de Vereniging onder de URL [URL3]
.
Google is een onderneming met als missie “to organize the world’s information and make it universally accessible and useful”. Google biedt de internetzoekmachine Google Search (hierna: de zoekmachine) aan. De zoekmachine stelt gebruikers in staat informatie elders op het internet te vinden. Gebruikers kunnen op de openingswebpagina van Google, te weten bijvoorbeeld http://www.google.nl of http://www.google.com, aan de hand van één of meer zoektermen een zoekopdracht opgeven, waarna de zoekmachine een pagina met zoekresultaten op internet weergeeft. De zoekresultatenpagina toont in eerste instantie een lijst met koppelingen, te weten steeds een combinatie van een titel van een webpagina met daaronder de URL naar het betreffende internetadres en een snippet, zijnde een korte samenvatting van de webpagina (hierna wordt deze combinatie gezamenlijk genoemd: de koppeling). De selectie en ordening van de zoekresultaten en de vertoning daarvan aan de gebruiker zijn het dynamisch product van een geautomatiseerd, algoritmisch proces. De zoekmachine indexeert op het internet gepubliceerde of opgeslagen informatie, slaat die tijdelijk op en stelt aan de hand van zoektermen koppelingen in een bepaalde volgorde aan internetgebruikers ter beschikking. De precieze werking van de zoekmachine is een bedrijfsgeheim van Google.
Bij het opgeven van de namen van verzoekers als zoekterm in de zoekmachine worden als zoekresultaten verschillende koppelingen weergegeven.
Op 14 maart 2017 heeft het reputatiemanagementbureau White Canvas namens [A] op basis van het vonnis in kort geding van 27 mei 2014 bij Google een verzoek ingediend tot verwijdering van acht URL’s uit de zoekresultaten in de zoekmachine. Op 15 maart 2017 heeft Google verzocht om toezending van voormeld vonnis en om meer informatie om het verzoek te verwerken. Op 3 mei 2017 heeft White Canvas het vonnis toegestuurd en heeft zij aan Google een nadere toelichting gegeven. Op 12 mei 2017 heeft Google het verzoek afgewezen.
Op 8 juni 2017 heeft White Canvas namens [A] op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) en de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) van 13 mei 2014 in de zaak Costeja, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (hierna: Costeja-arrest) een verzoek ingediend om de betreffende URL’s te verwijderen. Op 14 juni 2017 heeft Google gereageerd en is één URL verwijderd. Het verzoek is voor overige URL’s afgewezen.
Op 12 juli 2017 heeft White Canvas namens [A] verzocht om verwijdering van zeven URL’s. Op dezelfde dag heeft Google het verzoek afgewezen.
Op 4 augustus 2017 heeft White Canvas namens [B] op basis van de Wet Bescherming Persoonsgegevens en het Costeja-arrest bij Google een verzoek tot verwijdering van vier URL’s ingediend. Het verzoek is op dezelfde dag door Google afgewezen.
[A] heeft zich in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen 2018 voor de politieke partij ‘ [Politieke Partij] ’ kandidaat gesteld voor de gemeenteraad in de gemeente [woonplaats] .
In een e-mailbericht van 6 januari 2018 aan Investor Ready stelt [A] voor om zijn echtgenote als “eigenaar” te “benoemen” van het bedrijf [het Bedrijf] . Het bericht luidt onder meer als volgt:
“We zijn er ons goed bewust van dat je ons informeerde dat [...] is afgehaakt vanwege de google publicaties. Dit nog wel ondanks dat ik in het kennismakingsgesprek over de achtergrond daarvan heb verteld. De impact van de publicaties is zeer verregaand, dat blijkt wel.
Juist omdat we beducht zijn van het kennelijke feit dat veel mensen klakkeloos overnemen wat er op internet staan, of tenminste denken ‘waar rook is, daar is vuur, dus wegwezen’ ben ik op de achtergrond gebleven, ben ik niet opgenomen in het pitch document.
[...] Komende gesprekken zal ik niet aan deelnemen. Zo blijft de focus op de materie en de investering, en verstoort de internetpublicatie het proces verder niet.
Dan komt toch de vraag op tafel wie de huidige eigenaren zijn. Met [...] heb ik overlegd dat we daar de UBO, [B] (arts), kunnen benoemen. Bij onderzoek kom ik echter wel als directeur naar voren, o.m. van [Q] . Dan zijn we echter een stuk verder in het traject en zou dit geen issue meer moeten zijn – al blijkt de impact van zo’n onjuiste publicatie – keer op keer verstrekkend te zijn. [...] is als investeerder afgehaakt.
Rest daar de rol voor jou om de internetpublicatie in het overleg met de potentiele investeerder op het juiste moment en de juiste wijze te laten landen.
Graag verneem ik van je of je denkt dat dit de werkbare wijze is. Zoals ik je heb geinformeerd ben ik bezig de internetpublicatie uit de zoekresultaten te laten verwijderen. Daar gaat echter nog iets tijd overheen voordat daar uitsluitsel over is.”
Op een schermafdruk van de website [website 1] van 6 februari 2018 is voor zover hier van belang het volgende opgenomen:
“ [A] heeft gewerkt bij verschillende goede doelen- en fondsenwervingsorganisaties, hier specialiseerde hij zich in de direct marketing. Later heeft hij ook een eigen marketingonderneming opgericht: [BVI] . Tevens heeft [A] een uitgeverij overgenomen waarmee hij twee magazines nieuw leven heeft ingeblazen.
De carrière van [A] startte bij de [X] . Hij kwam te werken op de afdeling communicatie waar direct marketing een onderdeel van was. Zijn doel was om de direct marketing een eigen gezicht en eigen afdeling te geven. Na drie jaar had hij dit doel behaald en ging hij aan de slag bij [Y] . Ook hier was hij verantwoordelijk voor de direct marketing. Daarnaast richtte hij zich ook op de internationale fondsenwerving en bracht hiervoor veel tijd door in Geneve in Zwitserland. [A] heeft de database verder uitgebouwd door nieuwe selectietechnieken toe te passen, ontwikkelde nieuwe communicatie-uitingen en deed televisiecampagnes, waaronder ‘ [tv campagne] ’, met [... 1] .
Na [Y] begon [A] voor zichzelf: hij richtte [BVI] op, een marketingbureau. Hij gaf onder meer advies aan fondsenwerving-organisaties. Ook specialiseerde hij zich in direct marketing via de post; hij bedacht oplossingen om enveloppen opvallend en interessant te maken zodat mensen getriggerd worden op de envelop open te maken.
Naast [BVI] was [A] werkzaam bij [Z] . Hier heeft hij diverse marketingacties en campagnes geleid. Een van die acties was in samenwerking met de Efteling en met [... 2] voor Burkina Faso in West-Afrika.”
Op een schermafdruk van de website van [BVI] van 6 februari 2018 onder het kopje ‘Corporate Social Responsibility’ is onder meer het volgende vermeld:
“ [BVI] gives high priority to the social responsibility of companies and employees. [...]
Presently, [BVI] provides capacity to non-profits, and employees of [BVI] offer their expertise voluntarily to the nonprofit charitable organizations. E.g.:
Nederlandse PatiëntenVereniging voor Acupunctuur, with content for the website and supporting materials, and carrying out supporting the activities with the lobby for the prevention of VAT on healthcare.
[BVI] has every intention to continue and expand this policy. Joining forces of corporate and nonprofit charitable organizations leads to fruitful contributions to society and maximizes synergy that also encourages to the involvement of our employees in today’s world.
© 2018”