Home

Rechtbank Den Haag, 01-10-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:9527, C/09/594432 KG ZA 20-529 (zaak 1), C/09/594464 KG ZA 20-532 (zaak 2) C/09/594493 KG ZA 20-535 (zaak 3), C/09/594538 KG ZA 20-541 (zaak 4) C/09/594582 KG ZA 20-545 (zaak 5)

Rechtbank Den Haag, 01-10-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:9527, C/09/594432 KG ZA 20-529 (zaak 1), C/09/594464 KG ZA 20-532 (zaak 2) C/09/594493 KG ZA 20-535 (zaak 3), C/09/594538 KG ZA 20-541 (zaak 4) C/09/594582 KG ZA 20-545 (zaak 5)

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
1 oktober 2020
Datum publicatie
1 oktober 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:9527
Formele relaties
Zaaknummer
C/09/594432 KG ZA 20-529 (zaak 1), C/09/594464 KG ZA 20-532 (zaak 2) C/09/594493 KG ZA 20-535 (zaak 3), C/09/594538 KG ZA 20-541 (zaak 4) C/09/594582 KG ZA 20-545 (zaak 5)

Inhoudsindicatie

Beleid vijf zorgkantoren voor inkoop langdurige zorg onrechtmatig

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft vandaag geoordeeld dat het beleid dat vijf zorgkantoren hebben vormgegeven voor de inkoop van langdurige zorg onrechtmatig is, in ieder geval voor het jaar 2021. De rechter heeft de zorgkantoren verboden de inkoopprocedures voort te zetten, tenzij zij alsnog kunnen aantonen dat met de gehanteerde tarieven in alle gevallen wordt voldaan aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld. Zolang daarvan geen sprake is moeten de zorgkantoren minimaal het tarief hanteren dat in 2020 is toegepast.

Aanbieders van langdurige zorg tegen zorgkantoren

68 aanbieders van verschillende soorten langdurige zorg, verspreid over heel Nederland, zijn in totaal vijf kort gedingen gestart tegen vijf zorgkantoren. Die zaken zijn door de rechtbank gezamenlijk behandeld. Deze zorgaanbieders zijn het niet eens met de wijze waarop de zorgkantoren het nieuwe inkoopbeleid voor de komende jaren hebben vormgegeven. Zij hebben met name bezwaar tegen de geboden tarieven. Die zijn volgens de zorgaanbieders niet reëel, niet kostendekkend en hiermee wordt geen recht gedaan aan de verschillen tussen zorgaanbieders in de Wlz (wet langdurige zorg). De zorgkantoren wijzen daartegenover onder meer op de uitdagingen waar zij voor staan en op hun taakstelling. Zij menen dat zij geen reële tarieven hoeven te bieden, maar dat de geboden tarieven ruim voldoende zijn om goede zorg van te kunnen leveren en rechtmatig zijn.

Zorgkantoren moeten reële tarieven bieden

De rechter is van oordeel dat de vijf zorgkantoren reële tarieven moeten bieden, omdat zij gebonden zijn aan de aanbestedingsbeginselen. De rechter stelt daarna vast wat dat betekent en overweegt dat het op de weg van de zorgkantoren ligt om te motiveren waarom daar in dit geval sprake van is.

Zorgkantoren hebben niet onderbouwd dat zij daaraan voldoen

De zorgkantoren hebben volgens de rechter niet toegelicht waarom met het gehanteerde kortingspercentage op het door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgestelde maximumtarief nog sprake is van reële tarieven. Zij hebben ook niet onderbouwd dat de zorg in alle gevallen doelmatiger kan worden georganiseerd en dit in alle gevallen kan worden bereikt door het hanteren van een kortingspercentage van 6%. Daarbij is relevant dat er evident sprake is van wezenlijke verschillen tussen de zorgaanbieders, die werkzaam zijn in verschillende sectoren. De voorzieningenrechter volgt de zorgaanbieders in hun standpunt dat de vijf zorgkantoren per sector hadden moeten bekijken wat haalbaar is qua tarifering, in welk opzicht en in welke mate een grotere doelmatigheid kan worden bereikt en in hoeverre het vastgestelde maximum tarief zich ervoor leent om daarop een korting toe te passen. Daarbij overweegt de rechtbank dat tot een maatregel als deze echt niet anders kan worden gekomen dan op basis van deugdelijk onderzoek. Dit hebben de vijf zorgkantoren volgens de rechter nagelaten.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummers:

C/09/594432 KG ZA 20-529 (zaak 1), C/09/594464 KG ZA 20-532 (zaak 2)

C/09/594493 KG ZA 20-535 (zaak 3), C/09/594538 KG ZA 20-541 (zaak 4)

C/09/594582 KG ZA 20-545 (zaak 5)

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2020

in de zaak van

zaak 1:

1 VERENIGING GEHANDICAPTENZORG NEDERLAND te Utrecht,

2. STICHTING DE OPBOUW te Utrecht,

3. STICHTING ZUIDWESTER te Middelharnis;

4. STICHTING ABRONA te Huis ter Heide, gemeente Zeist;

5. STICHTING AMARANT te Tilburg;

6. STICHTING ASVZ te Rotterdam;

7. STICHTING RADAR te Maastricht;

8. STICHTING KEMPENHAEGHE te Heeze-Leende;

9. STICHTING ESDÉGÉ-REIGERSDAAL te Langedijk;

10. STICHTING DE TRANS te Aa en Hunze;

11. STICHTING ODION te Purmerend;

12. STICHTING JOYCE-HOUSE NEDERLAND te Smilde;

13. STICHTING SIG, ORGANISATIE VOOR ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN BEPERKING te Beverwijk;

14. STICHTING SOVAK te Drimmelen;

15. STICHTING PROFILA ZORG te Houten;

16. STICHTING CAREANDER, PROTESTANTS CHRISTELIJKE STICHTING VOOR MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING te Harderwijk;

17. STICHTING TRAJECTUM te Zwolle;

18. STICHTING HUMANITAS DMH VOOR DIENSTVERLENING AAN MENSEN MET EEN HULPVRAAG te Nieuwegein;

19. STICHTING IPSE DE BRUGGEN te Alphen aan den Rijn;

20. STICHTING DRIESTROOM te Overbetuwe;

21. STICHTING OLMENES te Appelscha;

22. STICHTING DICHTERBIJ te Gennep;

23. STICHTING PAMEIJER te Rotterdam;

24. STICHTING DAELZICHT te Maasgouw;

25. STICHTING DAG- EN WOONVOORZIENINGEN VERSTANDELIJK GEHANDICAPTEN WESTELIJK NOORD-BRABANT te Roosendaal;

26. STICHTING MIDDIN te Den Haag;

27. STICHTING PRISMA te Waalwijk;

28. STICHTING 'S HEEREN LOO ZORGGROEP te Amersfoort;

29. STICHTING ZOZIJN ZORG te Voorst;

30. PROTESTANTS-CHRISTELIJKE STICHTING PHILADELPHIA ZORG te Amersfoort;

31. STICHTING KENTALIS ZORG te Haren;

32. STICHTING ONS TWEEDE THUIS te Aalsmeer;

33. STICHTING S & L ZORG te Roosendaal;

34. STICHTING WILGAERDENLEEKERWEIDEGROEP te Medemblik;

35. STICHTING KORAAL te Sittard-Geleen;

36. STICHTING DE HARTEKAMP GROEP te Haarlem;

37. STICHTING AMERPOORT te Baarn;

38. STICHTING SIZA te Arnhem;

39. STICHTING SHERPA te Baarn;

40. STICHTING EPILEPSIE INSTELLINGEN NEDERLAND te Heemstede;

41. STICHTING SEVERINUS te Veldhoven;

eiseressen,

advocaten mrs. J.J. Rijken en H.M. den Herder te Amsterdam en mr. N.A.D. Groot te Brussel,

tegen:

1 Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.te Utrecht,

2. VGZ Zorgkantoor B.V. te Arnhem,

3. CZ Zorgkantoor B.V. te Tilburg,

4. Stichting WLZ-Uitvoerder Zorg en Zekerheid te Leiden,

5. Salland Zorgkantoor B.V., tevens handelende onder de naam Zorgkantoor Midden IJssel, te Deventer,

gedaagden,

advocaten mrs. T.R.M. van Helmond en H. Zourakhti te Amsterdam.

zaak 2:

  1. Stichting Koninklijke Visio, expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen te Amsterdam,

  2. Stichting [eiser2] te Zeist,

  3. [eiser3] Stichting te Vught,

eiseressen,

advocaten mrs. J.J. Rijken en M.E. Jannink te Amsterdam en mr. N.A.D. Groot te Brussel,

tegen:

1 Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. te Utrecht,

2. VGZ Zorgkantoor B.V. te Arnhem,

3. CZ Zorgkantoor B.V. te Tilburg,

4. Stichting WLZ-Uitvoerder Zorg en Zekerheid te Leiden,

5. Salland Zorgkantoor B.V. te Deventer,

gedaagden,

advocaten mrs. T.R.M. van Helmond en H. Zourakhti te Amsterdam.

zaak 3:

1 VERENIGING GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG NEDERLANDte Utrecht,

1 CZ Zorgkantoor B.V.te Tilburg,

1 WELTHUIS B.V. te Gouda,

1 VGZ Zorgkantoor B.V.te Arnhem,

1 CZ Zorgkantoor B.V.te Tilburg,

1 De procedure

2 Het incident tot voeging in zaak 3

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing