Rechtbank Den Haag, 17-12-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13949, C/09/594387 / FA RK 20-3769
Rechtbank Den Haag, 17-12-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13949, C/09/594387 / FA RK 20-3769
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 december 2021
- Datum publicatie
- 17 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13949
- Formele relaties
- Prejudiciële vraag aan: ECLI:NL:HR:2022:685
- Zaaknummer
- C/09/594387 / FA RK 20-3769
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vragen. Hoogtechnologisch draagmoederschap. Kunnen de uit de buitenlandse geboorteakte en de buitenlandse rechterlijke uitspraak voortvloeiende familierechtelijke banden in Nederland worden erkend?
Uitspraak
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 20-3769
Zaaknummer: C/09/594387
Datum beschikking: 17 december 2021
Beschikking op het op 11 juni 2020 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
hierna ook: [verzoeker 1] dan wel [verzoeker 2] , dan wel gezamenlijk: verzoekers,
beiden ten tijde van de indiening van het verzoek wonende te [woonplaats 1] ,
thans wonende in Israël,
advocaat: mr. K.S.M. Smienk te Utrecht (voorheen mr. M.B. Chylinska).
Onder voorbehoud worden als belanghebbenden aangemerkt:
[naam draagmoeder] en haar echtgenoot [echtgenoot van draagmoeder] ook wel aangeduid als [echtgenoot van draagmoeder] ,
wonende te [woonplaats 2] , Verenigde Staten van Amerika,
hierna ook: de draagmoeder en haar echtgenoot.
1 De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van verzoekers, ingekomen op 15 juli 2020, met bijlagen;
- de brief van 20 juli 2020 van de ambtenaar, met bijlage;
- de brief van 21 augustus 2020 van verzoekers;
- de brief van 7 september 2020 van de ambtenaar;
- de brief van 28 september 2020 van verzoekers, met bijlagen.
Op 7 september 2021 is de zaak door middel van een videoverbinding (Skype) ter terechtzitting van deze rechtbank meervoudig behandeld. Hierbij zijn verschenen de advocaat van verzoekers en namens de ambtenaar [naam ambtenaar] . De draagmoeder en haar echtgenoot zijn niet opgeroepen.
De rechtbank heeft op 12 november 2021 een tussenbeschikking gewezen. Hierin heeft zij overwogen voornemens te zijn prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Verzoekers en de ambtenaar zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Zij hebben dit op 21 november 2021 respectievelijk 3 december 2021 gedaan. De rechtbank zal hierna, voor zover noodzakelijk, op die reacties ingaan. In verband met publicatie van deze beschikking zal de rechtbank in deze beschikking (vrijwel) integraal herhalen hetgeen zij in de beschikking van 12 november 2021 heeft overwogen.
2 Kern van de zaak
In deze zaak gaat het om twee Israëlische mannen (hierna ook: de wensouders). Omdat zij niet op eigen kracht een kind kunnen verwekken, hebben zij ervoor gekozen om hun kinderwens in de Verenigde Staten van Amerika (hierna ook: VS), via hoogtechnologisch draagmoederschap, te realiseren. Van de geboorte van het kind is in de VS een geboorteakte opgemaakt. De wensouders zijn daarin als ouders vermeld. Tevens zijn latere uitspraken van een Amerikaanse rechter en van een Israëlische rechter in het geding gebracht waaruit zou volgen dat de wensouders in de VS en in Israël al ouders van het kind zijn. De wensouders willen ook in Nederland als ouders met gezag erkend worden, maar ze zijn dat op dit moment nog niet.
In Nederland zijn geen wettelijke regelingen voorhanden die de rechtsgevolgen van draagmoederschap regelen. Internationale regelingen ontbreken evenzeer. Dit plaatst de rechtbank voor diverse rechtsvragen, die vooral gelegen zijn op het gebied van het internationaal privaatrecht. De rechtbank is daarom voornemens aan de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen.
3 Feiten
De volgende feiten zijn van belang.
De wensouders, beiden van het mannelijk geslacht, wonen samen.
De wensouders hebben de Israëlische nationaliteit.
De wensouders kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht realiseren. Zij hebben voor hoogtechnologisch draagmoederschap gekozen.
Voor het draagmoederschapstraject is gebruik gemaakt van de organisatie [naam organisatie] (hierna ook: [naam organisatie] ) in [plaats, staat 1] , Verenigde Staten van Amerika. De organisatie [naam organisatie] heeft de wensouders geïnformeerd, goed voorgelicht over juridische zaken en begeleid voor en na het draagmoederschapstraject.
De draagmoeder, [naam draagmoeder] , is Amerikaans burger. Zij is gehuwd met [echtgenoot van draagmoeder] , ook wel aangeduid als [echtgenoot van draagmoeder] . De draagmoeder en haar echtgenoot zijn goed geïnformeerd, voorgelicht over juridische zaken, begeleid en medisch onderzocht voor, tijdens en na de zwangerschap door [naam organisatie] .
De draagmoeder is na een ivf behandeling in verwachting geraakt. Er is daarbij een embryo bij de draagmoeder geplaatst, waarbij er gebruik is gemaakt van een zaadcel van [verzoeker 2] en een eicel van een onbekende eiceldonatrice.
Op [geboortedatum] 2018 is uit de draagmoeder geboren [naam minderjarige] (hierna ook: [voornaam minderjarige] ), te [plaats, staat 2] , Verenigde Staten van Amerika. Op de van een apostille voorziene, originele geboorteakte van het kind (hierna ook: de Amerikaanse geboorteakte), opgemaakt op [datum 1] 2018, staan de wensouders als de ouders van het kind vermeld.
[voornaam minderjarige] is Amerikaans burger. Zij heeft mogelijk tevens de Israëlische nationaliteit.
De wensouders verzorgen en voeden [voornaam minderjarige] sinds haar geboorte op. Na haar geboorte zijn de wensouders samen met [voornaam minderjarige] naar Israël gegaan.
Op [datum 2] 2019 heeft “ [The court] ”, de volgende uitspraak gedaan:
“IN RE:
BABY [verzoeker 1] / [verzoeker 2]
JOINT PETITION ON
ASSISTED CONCEPTION
BIRTH REGISTRATION : [registratie datum/nummer]
DECREE
[The court] , having considered the Consent Petition to Declare Existence of Parentage of the Petitioners, [verzoeker 1] and [verzoeker 2] , respectively, does this [datum 3] , 2019, hereby ORDER:
1. That Petitioner, [verzoeker 1] , is the legal father and parent of the Child, [naam minderjarige] , delivered by the Gestational Carrier, [naam draagmoeder] , on [geboortedatum] , 2018.
2. That Petitioner, [verzoeker 2] , is the legal father and parent of the Child, [naam minderjarige]
, delivered by the Gestational Carrier, [naam draagmoeder] , on [geboortedatum] , 2018.
3. That the Gestational Carrier, [naam draagmoeder] , with the consent of her husband, [echtgenoot van draagmoeder]
, underwent the pregnancy for the Intended Parents, [verzoeker 1] and [verzoeker 2]
. She is not the legal, biological, or genetic mother of the Child and she shall have
no corollary rights. Further, [naam draagmoeder] has voluntarily waived all legal rights, if any,
with regard to the Child, [naam minderjarige] , including inheritance, custody, and all
parental rights and responsibilities/obligations. Any residual rights that she may arguably
have are hereby terminated. Her husband does not have any genetic relationship to the Child
and shall have no corollary rights.
4. That Petitioners, as the sole legal parents of the Child, [naam minderjarige] , shall have
full legal rights and shall be treated as the legal parents of the Child for all purposes under
the law including but not limited to inheritance, and government benefits as applicable.
5. That the full financial responsibility for the Child shall rest solely with Petitioner, [verzoeker 1]
and [verzoeker 2] .
6. That [verzoeker 1] and [verzoeker 2] as the sole legal parents shall have the right to
name the Child whose name is [naam minderjarige] .
7. That the Division of Vital Records/Department of Health shall issue a birth certificate for the
Child listening the Petitioner, [verzoeker 1] , as the Parent of the Child, [naam minderjarige]
, and Petitioner, [verzoeker 2] , as Parent of the Child, [naam minderjarige] .
(...)
It is hereby Ordered and Decreed that any certified copies of the birth records of said child shall reflect
the parentage of [verzoeker 1] and [verzoeker 2] , whenever parentage appears on such documents.
(...)”
Deze uitspraak (hierna ook: de Amerikaanse uitspraak) is inmiddels onherroepelijk geworden. Het door de wensouders overgelegde exemplaar van de uitspraak is van een apostille voorzien.
Volgens de Basisregistratie Personen zijn de wensouders en [voornaam minderjarige] vanaf september/oktober 2019 in Nederland gaan wonen.
Bij brief van 4 mei 2020 heeft de gemeente [woonplaats 1] aan de wensouders het volgende bericht:
“Op 11 oktober 2019 bezocht u ons kantoor bij [locatie] [woonplaats 1] . U liet de geboorteakte en het paspoort zien en vroeg om [voornaam minderjarige] in te schrijven in de Basisregistratie Personen als uw kind. We nemen uw kind op in de Basisregistratie personen (BRP), maar dan zonder u als ouder. In deze brief leg ik u graag uit wat hiervan de achtergrond is.
Ik begrijp uw teleurstelling en verbazing: u bent blij met de komst van uw kind. Het is in Nederland dan vanzelfsprekend dat je bij aangifte ook als ouder wordt ingeschreven in de BRP.
Maar omdat uw kind is geboren uit draagmoederschap in het buitenland mogen wij, de gemeente, uw ouderschap niet zelf erkennen. Eerst moet de Nederlandse rechter beoordelen of het draagmoederschap voldoet aan de wetgeving van het land van herkomst en aan de fundamentele rechtsbeginselen.
Dat u de rechter nodig heeft, is omdat Nederland nog geen wetgeving heeft over de vraag of en hoe erkenning van draagmoederschap uit het buitenland in Nederland moet plaatsvinden.
Ook ontbreekt een landelijke instructie voor de ambtenaren burgerzaken hoe te handelen bij de inschrijving van een kind dat is geboren uit draagmoederschap in het buitenland.
Wat kunt u doen? (...)
Om tot de opneming van uw ouderschap in de BRP te komen kunt u bij de rechtbank een verzoek indienen om uw ouderschap in Nederland te erkennen (artikel 1:26 burgerlijk wetboek). Hiervoor heeft u een advocaat nodig. (...)”
Verzoekers, die beiden full time werken, hebben in Nederland voor [voornaam minderjarige] gebruik gemaakt van de kinderopvang. Zij hebben daarvoor kinderopvangtoeslag ontvangen, onder het voorbehoud dat hun familierechtelijke band met [voornaam minderjarige] in Nederland wordt erkend. Verzoekers hebben voor [voornaam minderjarige] geen kinderbijslag kunnen ontvangen omdat zij niet als haar ouders staan geregistreerd.
Mede in verband met de omstandigheid dat die band nog niet is erkend, en de hieruit voor verzoekers en [voornaam minderjarige] voortvloeiende problematiek, hebben verzoekers er inmiddels voor gekozen om weer met [voornaam minderjarige] in Israël te gaan wonen. Op het moment van de zitting zaten zij in het vliegtuig, op weg naar Israël.