Home

Rechtbank Den Haag, 20-09-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10134, 21_7628

Rechtbank Den Haag, 20-09-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:10134, 21_7628

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 september 2022
Datum publicatie
12 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:10134
Zaaknummer
21_7628
Relevante informatie
Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 lid 1 onderdeel b Uitv.reg. WOZ

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2020 naar toestandsdatum 1 januari 2021 voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 1.851.000. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de waarde niet aannemelijk heeft gemaakt, omdat in het waarderapport geen vergelijking wordt gemaakt met andere objecten, geen kapitalisatiefactor is weergegeven en geen gerealiseerde huurwaarden dan wel gerealiseerde transactieprijzen zijn aangevoerd. Ook de overige gebruikte kengetallen zijn niet door verweerder onderbouwd. Met hetgeen eiser heeft gesteld, heeft hij de door hem bepleite waarde van € 999.000 eveneens niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelt de waarde van de onroerende zaak schattenderwijs vast op € 1.500.000. Beroep gegrond.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 21/7628

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2022 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

Zitting

Beslissing

Overwegingen

Rechtsmiddel