Rechtbank Den Haag, 03-07-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11298, C/09/665985 / KG ZA 24-429
Rechtbank Den Haag, 03-07-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11298, C/09/665985 / KG ZA 24-429
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 juli 2024
- Datum publicatie
- 23 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:11298
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2024:1438, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- C/09/665985 / KG ZA 24-429
Inhoudsindicatie
Kort geding, aanbestedingsrecht, uitsluitingsgronden. De beslissing om eiseres van de aanbestedingsprocedure uit te sluiten kan in stand blijven. Eiseres heeft verzuimd in het UEA te melden dat een eerdere opdracht voortijdig was beëindigd. Daarmee heeft zij een valse verklaring afgelegd. Door vast te blijven houden aan haar uitleg dat zij de vraag ontkennend mocht beantwoorden en door geen zelfreinigende maatregelen te noemen, heeft eiseres gedaagde de mogelijkheid ontnomen om de uitsluitingsgrond Prestaties uit het verleden naar behoren te toetsen.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/665985 / KG ZA 24-429
Vonnis in kort geding van 3 juli 2024
in de zaak van
[eiseres] B.V. te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [naam] ,
advocaat: mr. B.J.H. Kesnich te Bergen,
tegen
DE POLITIE te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Politie,
advocaten: mr. I.J. van den Berge en mr. M.A. Visser te Zwolle.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 mei 2024, met producties; - de schriftelijke reactie van de Politie, met productie.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2024. De advocaten van partijen hebben ter zitting gepleit aan de hand van pleitnotities, die in het dossier zijn gevoegd. Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De aanbestedingsprocedure
Op 5 februari 2024 heeft de Politie de aankondiging gedaan voor de Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure voor de opdracht ‘Schoonmaakdienstverlening’ (hierna: de Opdracht). Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) van toepassing.
De Opdracht omvat het dagelijkse en periodieke schoonmaakonderhoud van de politiepanden (inclusief cellencomplexen, hotelkamers, laboratoria en schietbanen) in heel Nederland. De Opdracht is verdeeld in tien percelen.
De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in de Selectieleidraad van 5 februari 2024 (hierna: de Selectieleidraad), met bijlagen, waaronder de Begrippenlijst ARVODI 2018 (hierna: de Begrippenlijst).
De aanbestedingsprocedure bestaat uit een selectiefase en een inschrijvingsfase. In de selectiefase kunnen gegadigden een verzoek tot deelname indienen, waarna de geschikt bevonden gegadigden (tot een maximum van zes) worden uitgenodigd voor de inschrijvingsfase. In de selectiefase worden de verzoeken tot deelname onder meer getoetst aan de uitsluitingsgronden.
In de Selectieleidraad staat met betrekking tot de uitsluitingsgronden en het Uniform Europees aanbestedingsdocument (UEA) voor zover hier van belang het volgende vermeld:
“2.2 Uitsluitingsgronden
“Bij de Uitsluitingsgronden toetst de Politie of er redenen zijn om u al dan niet door te laten in de verdere aanbestedingsprocedure. Als er Uitsluitingsgronden van toepassing zijn, wordt u uitgesloten van verdere deelname aan deze aanbestedingsprocedure, tenzij naar het oordeel van de Politie sprake is van Self-cleaning maatregelen die een uitsluiting niet rechtvaardigen.
Toelichting document bij Verzoek tot deelname
Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)
Met een UEA (formulier A) geeft u aan of er Uitsluitingsgronden van toepassing zijn, dan wel of u aan de Geschiktheidseisen voldoet
(...)
Door het indienen van het rechtsgeldig ondertekend UEA verklaart u:
1. Dat de gestelde Uitsluitingsgronden, zoals bedoeld in art 2.86 en 2.87 van de Aanbestedingswet 2012, niet op u en betrokken onderneming(en) van toepassing zijn;
(...)
5. Dat alle bijlagen, verklaringen en Bewijsstukken juist en naar waarheid zijn ingevuld, dan wel worden ingevuld.”
In de Begrippenlijst is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
Uitsluitingsgronden : de gronden genoemd in de artikelen 2.86 en 2.87 (voor zover van toepassing verklaard) van de Aanbestedingswet 2012, op basis waarvan de Politie Gegadigden respectievelijk Inschrijvers moet uitsluiten van deelname aan deze
aanbestedingsprocedure. Voorbeelden hiervan zijn de Ernstige beroepsfout,
Betrokken bij de voorbereiding, Prestaties uit het verleden.
Prestaties uit het verleden : Een Uitsluitingsgrond die van toepassing is als een Inschrijver blijk heeft gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van
een wezenlijk voorschrift bij de uitvoering van een eerdere opdracht bij de Politie, waar daarbij deze tekortkoming heeft geleid tot vroegtijdige beëindiging van die eerdere
opdracht, schadevergoeding of andere vergelijkbare sancties.
Self-cleaning : Inschrijver dient in Deel III van het UEA aan te geven of een Uitsluitingsgrond van toepassing is op Inschrijver of niet. In het geval dat een
Uitsluitingsgrond van toepassing is op Inschrijver, dan dient Inschrijver in Deel
III van het UEA tevens te vermelden welke maatregelen daartegen zijn
genomen. (...)”
In het UEA zijn in Deel III met betrekking tot de uitsluitingsgronden de volgende vragen opgenomen.
“Prestaties uit het verleden
Is het de ondernemer overkomen dat een eerdere overheidsopdracht, een eerdere opdracht van een aanbestedende entiteit of een eerdere concessieovereenkomst heeft geleid tot vroegtijdige beëindiging van die eerdere opdracht, tot schadevergoeding of tot andere vergelijkbare sancties?
Valse verklaring
Kan de ondernemer bevestigen dat:
-
hij zich niet in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is om te controleren of er geen gronden voor uitsluiting zijn dan wel of aan de selectiecriteria wordt voldaan,
-
(...)”
In het UEA in Deel IV (Slotopmerkingen) staat het volgende:
“Ondergetekende(n) verklaart/verklaren formeel dat de door hem/haar/hen
hiervoor in de delen II-V verstrekte informatie accuraat en correct is en dat hij/zij
zich volledig bewust is/zijn van de consequenties van het afleggen van een
valse verklaring.”
[naam] heeft een verzoek tot deelname ingediend voor de Percelen 1 tot en met 10. Op het hierbij ingediende UEA heeft [naam] de hiervoor vermelde vraag met betrekking tot Prestaties uit het verleden met “nee” en die over de Valse verklaring met ‘ja’ beantwoord.
Prestaties uit het verleden
In november/december 2022 hebben de Politie en [naam] na een eerdere aanbestedingsprocedure voor drie percelen drie afzonderlijke overeenkomsten gesloten met betrekking tot glasbewassing en gevelreiniging. Deze overeenkomsten zijn aangegaan voor een periode van in beginsel vier jaar met de mogelijkheid van verlenging tot maximaal tien jaar.
Bij brief van 2 november 2023 heeft de Politie de overeenkomst voor Perceel 3
met nummer NP0029966 (hierna: overeenkomst NP0029966) ontbonden, dan wel opgezegd. In deze brief schrijft de Politie dat zij het vertrouwen in [naam] is verloren. Hierbij heeft de Politie melding gemaakt van meerdere tekortkomingen, waaronder gebreken in de locatieboeken, het ontbreken van locaties in de planning, waardoor enkele panden het gehele jaar nog niet gereinigd zijn en ernstig vervuild raken, discrepanties tussen de door [naam] vooraf aangemelde personen en de in de bezoekersregistratie van de Politie geregistreerde personen.
Sinds 7 november 2023 geeft [naam] geen uitvoering meer aan de werkzaamheden voor Perceel 3. Deze werkzaamheden worden sindsdien uitgevoerd door de onderneming waarmee de Politie een wachtkamerovereenkomst had gesloten. De tussen [naam] en de Politie gesloten overeenkomsten voor Perceel 1 en 2 zijn gewoon doorgelopen.
Bij brieven van 7 november 2023 en 30 januari 2024 heeft [naam] bezwaar gemaakt tegen de voortijdige beëindiging van de overeenkomst NP0029966. Hierbij heeft [naam] de Politie gesommeerd haar in gelegenheid te stellen de overeengekomen werkzaamheden te hervatten.
Op 2 mei 2024 heeft [naam] in verband met de beëindiging van overeenkomst NP0029966 een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen de Politie. Hierbij heeft [naam] de ontbinding van overeenkomst NP0029966 ingeroepen.
Bij brief van 17 juni 2024 heeft [naam] gereageerd op een brief van 4 juni 2024 van de Politie. Hierbij heeft [naam] zich op het standpunt gesteld dat de Politie geen of volstrekt onvoldoende grond had om de overeenkomst NP0029966 te ontbinden of op te zeggen. In deze brief gaat [naam] uitvoerig in op de door de Politie gemelde tekortkomingen in de overeenkomst NP0029966.
De selectiebeslissing
Bij brief van 29 april 2024 heeft de Politie aan [naam] meegedeeld dat zij heeft geconstateerd dat op [naam] twee uitsluitingsgronden (Prestaties uit het verleden en Valse verklaring) van toepassing zijn en dat zij voornemens is [naam] van verdere deelname uit te sluiten. Hierbij heeft de Politie verwezen naar de voortijdige beëindiging van de overeenkomst NP0029966, op grond waarvan volgens haar de uitsluitingsgrond Prestaties uit het verleden van toepassing is. Daarnaast heeft de Politie meegedeeld dat het verzwijgen van die beëindiging een valse verklaring betreft. In deze brief heeft de Politie [naam] in de gelegenheid gesteld om ondanks de geconstateerde uitsluitingsgronden haar betrouwbaarheid aan te tonen en aangekondigd dat zij nadien zal bepalen of zij het door [naam] aangeleverde bewijs van betrouwbaarheid toereikend acht om haar niet uit te hoeven sluiten.
Bij brief van 30 april 2024 heeft [naam] zich op het standpunt gesteld dat het voorlopig oordeel van de Politie onjuist is en dat zij niet van deelname behoort te worden uitgesloten. Hierbij heeft [naam] aangevoerd dat overeenkomst NP0029966 niet rechtsgeldig is beëindigd en dat zij deze beëindiging pas hoeft te melden als deze overeenkomst wel rechtsgeldig is beëindigd. Hierbij heeft [naam] het standpunt ingenomen dat zij niet is tekortgeschoten in haar verplichtingen en dat de Politie onvoldoende belang heeft bij opzegging van overeenkomst NP0029966. [naam] heeft er verder op gewezen dat de Politie van een en ander op de hoogte was, zodat zij hiervoor niet van de verklaring van [naam] afhankelijk was. Bij deze brief heeft [naam] de conceptdagvaarding van de bodemprocedure gevoegd. Tot slot bevat de brief een sommatie om [naam] niet van de aanbesteding uit te sluiten.
Bij brief van 3 mei 2024 heeft de Politie aan [naam] meegedeeld dat zij van verdere deelname wordt uitgesloten. In deze selectiebeslissing heeft de Politie opnieuw het standpunt ingenomen dat [naam] in verband met de beëindiging van de overeenkomst NP0029966 de vraag over Prestaties uit het verleden met “ja” had moeten beantwoorden, dat zij zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van een valse verklaring en dat [naam] heeft nagelaten om aan de hand van ‘self-cleaning measures’ te bewijzen dat zij voldoende maatregelen heeft genomen om haar betrouwbaarheid aan te tonen.
Bij brief van 24 mei 2024 heeft de Politie aan [naam] een nadere toelichting op de selectiebeslissing verstrekt. Hierbij heeft de Politie onder meer toegelicht dat het feit dat [naam] de ernst van de tekortkomingen in de eerdere overeenkomst en het verzwijgen van de vroegtijdige beëindiging niet heeft erkend in combinatie met het feit dat zij geen enkele zelfreinigende maatregel heeft genoemd, [naam] in de ogen van de Politie geen betrouwbare contractspartij maakt.
3 Het geschil
[naam] vordert – samengevat – de Politie te verbieden [naam] uit te sluiten op de gronden zoals vermeld in de uitsluitingsbeslissing van 3 mei 2024 en de Politie te gebieden [naam] door te laten naar de inschrijvingsfase van de aanbesteding, zulks op straffe van een dwangsom, althans een in goede justitie te bepalen voorziening, met veroordeling van de Politie in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[naam] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
De Politie heeft [naam] ten onrechte uitgesloten van de aanbesteding. Op grond van de ongerechtvaardigde beëindiging van overeenkomst NP0029966, die bovendien niet formeel definitief was, hoefde [naam] de vraag over Prestaties uit het verleden niet met ‘ja’ te beantwoorden. Een redelijke uitleg van het UEA brengt mee dat deze vraag in de gegeven omstandigheden alleen met ‘ja’ behoefde te worden beantwoord indien de betreffende uitsluitingsgrond van toepassing was. De Politie was verder van alles op de hoogte en zij is dus niet op het verkeerde been gezet, zodat de Politie [naam] niet kan verwijten dat zij een valse verklaring heeft afgelegd. Mede gelet op de nadelige gevolgen van een uitsluiting voor toekomstige aanbestedingsprocedures, weegt het belang van [naam] bij niet-uitsluiting zwaarder dan het belang van de Politie om op dit moment wel tot uitsluiting over te gaan.
De Politie voert verweer. De Politie concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [naam] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [naam] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [naam] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.