Rechtbank Den Haag, 23-04-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6768, AWB - 23 _ 1671
Rechtbank Den Haag, 23-04-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6768, AWB - 23 _ 1671
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 april 2024
- Datum publicatie
- 11 juli 2024
- Zaaknummer
- AWB - 23 _ 1671
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 6:17 Awb, Art. 7:4 Awb, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
WOZ, ongegrond. Uitstelverzoeken terecht afgewezen. Waarde aannemelijk gemaakt. Geen schending van artikel 40, artikel 6:17, artikel 7:4, vierde lid, artikel 8:42, eerste lid en het motiveringsbeginsel.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 23/1671
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2024 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: mr. A. Bakker),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 17 januari 2023 op het bezwaar van eiser tegen de beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak gelegen aan het [adres 1] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) voor het kalenderjaar 2022 is vastgesteld op € 975.000 (de beschikking).