Rechtbank Gelderland, 18-12-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5861, NL17.10572
Rechtbank Gelderland, 18-12-2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5861, NL17.10572
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 18 december 2019
- Datum publicatie
- 18 december 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2019:5861
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2022:2174, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- NL17.10572
Inhoudsindicatie
Woundex B.V. en de Radboud Universiteit hebben samengewerkt om een innovatieve brandwondenpleister te ontwikkelen, het Heal-X project. Nadat de samenwerking is beëindigd, heeft Woundex B.V. zich op het standpunt gesteld dat alle materialen en onderzoeksdocumentatie van het Heal-X project aan haar moest worden overgedragen. Zij vorderde daarom de afgifte daarvan door de Radboud Universiteit. De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. Volgens de rechtbank is Woundex geen eigenaar van de materialen en documenten. Voor zover er afgesproken zou zijn dat die materialen en documenten aan Woundex zouden worden overgedragen, zijn die afspraken komen te vervallen doordat het Heal-X project is beëindigd.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer: NL17.10572
Vonnis van 18 december 2019
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidWOUND-EX B.V.,gevestigd te Nijmegen,eiseres, hierna te noemen: Wound-ex,advocaat mr. A.A.H.M. van der Wijst te 's-Hertogenbosch,
tegen
de stichtingSTICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT NIJMEGEN,gevestigd te Nijmegen,verweerster, hierna te noemen: SKU,advocaat mr. C. Jeunink te Arnhem.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de procesinleiding
- het verweerschrift
- de door Wound-ex op 23 maart 2018 ingediende producties
- de akte in het geding brengen stukken van Wound-ex van 11 april 2018
- de antwoordakte met producties van SKU van 26 april 2018
- de akte wijziging van eis met producties van 4 september 2018
- de door SKU op 5 september 2018 ingediende producties
- de door Wound-ex op 6 september 2018 ingediende producties
- de door Wound-ex op 12 september 2018 ingediende producties
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 september 2018
- de door SKU op 3 oktober 2018 ingediende productie
- de nadere akte van Wound-ex van 3 oktober 2018
- de akte van Wound-ex van 16 oktober 2018
- de aanvullende akte met producties van SKU van 22 oktober 2018
- de akte naar aanleiding van het proces-verbaal van Wound-ex van 22 oktober 2018
- de door Wound-ex op 3 september 2019 ingediende producties
- de akte wijziging vordering van Wound-ex van 4 september 2019
- de door SKU op 5 september 2019 ingediende producties
- de door Wound-ex op 7 september 2019 ingediende producties
- de door SKU op 10 september 2019 ingediende productie
- de door Wound-ex op 10 september 2019 ingediende productie
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 18 september 2019.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
In 2015 is een project gestart onder de naam Heal-X project. Dat project zag op de verdere ontwikkeling en exploitatie van zogenaamde PIC-technologie, een uitvinding van professor [naam professor] , die voorheen verbonden was aan de Radboud Universiteit (onderdeel van SKU en verder aangeduid als de universiteit). PIC staat voor polyisocyanopeptide, een polymeer die bepaalde eigenschappen heeft die hem bijzonder geschikt maken om te worden toegepast bij de behandeling van brandwonden. Met deze PIC-polymeer kan namelijk een gel worden gemaakt die op een brandwond kan worden gegoten en dan een soort pleister vormt. Die gel kan vervolgens worden afgespoeld met water op kamertemperatuur. Een belangrijk voordeel voor een brandwondenpatiënt is dat dat proces een stuk minder pijnlijk is dan het vervangen van verbanden zoals dat nu wordt gedaan.
Om de verdere ontwikkeling en commercialisering te realiseren, is een consortium opgericht. In dat consortium zaten de volgende partijen:
a. De universiteit
b. Het Radboud Universitair Medisch Centrum (RUMC), eveneens onderdeel van SKU
c. Vereniging Samenwerkende Brandwondencentra Nederland (VSBN)
d. Nederlandse Brandwonden Stichting (NBS)
e. Secmatix B.V. (de moedervennootschap van Wound-ex, hierna Secmatix)
f. Chiralix B.V. ( hierna: Chiralix).
De taakverdeling binnen het consortium lag grofweg als volgt. De universiteit was verantwoordelijk voor de projectleiding en de verdere ontwikkeling van de PIC-technologie. Het RUMC, de VSBN en de NBS waren verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van de klinische toepassing van de technologie. Chiralix leverde de monomeren die nodig waren om de PIC-polymeren te maken. Secmatix (toen ook exclusief licentienemer ten aanzien van de op de PIC-technologie rustende octrooien) zou zorgdragen voor het op de markt brengen van de technologie.
Om het project te financieren is een subsidie aangevraagd bij – en toegekend door – de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMw). De afspraken tussen de partijen van het consortium zijn vastgelegd in de Heal-X Consortium Agreement (versie van 19 juni 2015).
In juli 2017 hebben partijen de Consortium Agreement gewijzigd. Deze wijziging hield in dat de betrokkenheid van de universiteit bij het Heal-X project zou eindigen. Dit is als volgt verwoord in artikel 1 van het “Amendment no. l to Heal-X Consortium Agreement”:
Stichting Katholieke Universiteit, doing business as Radboud University (RU), will withdraw as a party from the Heal-X Consortium, the Heal-X Project (Project) and the Consortium Agreement as of December 31, 2016. The withdrawal from the consortium as a Non-Defaulting party, requested by RU in a letter to Prof. [naam professor] d.d. June 6, 2017 will take place according to the provisions of the Consortium Agreement, which will be monitored by the General Assembly and the Coordinator. The Coordinator will take care of a smooth transition and will align with ZonMw on this matter. Parties will sign the document (Annex A) which is attached to this amendment.
An overview of Activities, all results, all materials and any other information related to the Heal-X project will be transferred by RU to the Coordinator no later than July 31, 2017.
Onder “the Coordinator” werd onder de oorspronkelijke Consortium Agreement de universiteit verstaan. Vanaf het Amendment no. 1 wordt daarmee gedoeld op het RUMC. Feitelijk werd de rol van de Coordinator vervuld door prof. [naam professor] en vanaf maart 2018 door [naam] .
Annex A bij het Amendment no. 1 bepaalt het volgende:
All the remaining parties to the HEAL-X consortium, as formalized in the Heal-X Consortium Agreement, final version, 19-06-2015, hereby accept and aprove the withdrawal of Stichting Katholieke Universiteit, doing business as Radboud University (RU), from the Heal-X Consortium and the Heal-X Project (Project) as a Non-Defaulting party, requested by RU in a letter to Prof. [naam professor] d.d. June 6, 2017.
The following conditions will apply to the withdrawal:
1. RU will cease its activities regarding to the Project from January 1, 2017;
2. RU will be compensated for its contribution to the Project according to the Consortium Agreement, Project Budget and Project Proposal;
3. Parties hereby indemnify RU for all consequenses of its withdrawal form the Heal-X Consortium.
Daarnaast zijn partijen in juli 2017 een tweede wijziging overeengekomen, die is vastgelegd in de “Amendment no. 2 to Heal-X Consortium Agreement”. Deze wijziging hield (onder meer) in dat Secmatix zich uit het consortium zou terugtrekken en dat Wound-ex in haar plaats tot het consortium zou toetreden.
Partijen hebben gecorrespondeerd over wat er feitelijk met de monomeren, polymeren en documentatie horend bij het Heal-X project (hierna gezamenlijk “de materialen”) zou moeten gebeuren. Op 26 juni 2017 heeft [naam directeur] , directeur van Wound-ex, het volgende aan [naam professor] ge-e-maild:
“In de laatste tekst suggesties voor het Amendement Consortium Agreement (zie mijn e-mail van 18:09 vandaag) is geschreven dat RU een overzicht van haar activiteiten, alle resultaten, alle materialen en alle overige zaken gerelateerd aan het Heal-X project aan jou (in je rol als Coordinator) zal overdragen.
Graag je bevestiging dat jij alle bovengenoemde zaken en verder alle materialen gerelateerd aan het project (aanwezig bij Chiralix, RU, RUMC en/of andere Partijen) onverwijld aan Wound-ex zal overdragen. Dat betreft dus onder andere PIC intermediates, monomeren (in verschillende varianten), polymeren, etc. M.b.t. polymeren die je zelf nodig hebt voor je onderzoek kunnen we bij voorkeur middels een MTA (conform het consortium agreement) de formele levering door Wound-ex en de daarbij behorende condities en de acceptatie daarvan door jouw groep regelen. Dat is voor ons beiden makkelijker en voorkomt onnodig gesleep met materiaal tussen partijen. Mocht dat om wat voor reden dat niet mogelijk zijn, gaat het ook dit materiaal in de algemene overdracht naar Wound-ex mee, zoals beschreven in de eerste zin van deze paragraaf. Wij streven ernaar om deze overdracht uiterlijk eind Juli plaats te laten vinden.”
Diezelfde dag heeft [naam professor] als volgt gereageerd:
“Ik ben hiermee accoord en zal alles overdragen, zodra dit in mijn bezit is. Ik zal ook zorgen dat tzt de monomeer aan jou wordt overgedragen zodra [naam] deze aan mij heeft geleverd.”
Op 22 september 2017 heeft ZonMw het volgende geschreven aan [naam professor] :
“Een essentieel onderdeel van de afspraken die tussen partijen en met ZonMw zijn gemaakt is de uittreding van de RU en de daaraan verbonden overdracht van alle materialen en informatie van RU naar Wound-ex via de de coordinator RUMC/ [naam professor] . Wound-ex heeft activiteiten van de RU overgenomen. Binnen het consortium is afgesproken dat de materialen die RU heeft verkregen van Chiralix nu via de coordinator overgaan naar Wound-ex. Daarmee is de RU geen eigenaar meer van deze materialen en gaat het eigenaarschap over van de RU naar Wound-ex. Alle overige resultaten en kennis die de RU heeft opgedaan in het Heal-X project gaan over naar de RUMC zodat deze ten goede kunnen komen van het consortium. [...] Het is dus van groot belang dat de overdracht van RU naar RUMC (financieel EN inhoudelijk) die uiterlijk 31 juli 2017 klaar had moeten zijn alsnog zo spoedig mogelijk moet plaatsvinden.”
De levering van de materialen heeft echter nooit, althans niet volledig, plaatsgevonden, ondanks sommatie daartoe door Wound-ex. Op 27 september 2017 heeft Wound-ex conservatoir beslag tot afgifte laten leggen op de bij de SKU aanwezige materialen en op 11 oktober 2017 is zij de onderhavige procedure gestart.
Ontwikkelingen sinds de procedure is aangevangen
Nadat de procedure is gestart in oktober 2017, hebben de feitelijke ontwikkelingen in deze zaak niet stilgestaan. In april 2018 heeft ZonMw aan partijen laten weten dat de verdere subsidieverlening afhankelijk wordt gemaakt van het oplossen van de problemen omtrent de materialen. ZonMw heeft op 5 april 2018 aan [naam] onder meer het volgende geschreven:
“(...) the remaining issues related to the transfer of materials and the subsequent exit of Radboud University remain a concern to the committee. In particular, a potential defaulting exit of Radboud University from the consortium together with the ongoing legal seizure procedure of the monomers by Wound-ex are unacceptable risks that will endanger the continuation of the project. Consequently, the committee advices ZonMw to conditionally approve the progress in 2017 and to make the 2018 advance payment when the remaining issues related to the transfer of materials and exit of Radboud University have been resolved.
Condition to final approval will be (1) the non-defaulting withdrawal of Radboud
University from the consortium and (2) the abrogation of the legal seizure procedure related to the monomers that were transferred from Chiralix to Radboud University and Radboud UMC for the purpose of the Heal-X project.
ZonMw requires you to substantiate the solution of the above described legal issues with a copy of the relevant legal documents before May 1st 2018. Upon approval by ZonMw of these documents, ZonMw will make the 2018 advance payment.”
Toen de door ZonMw gestelde deadline niet werd gehaald, heeft ZonMw bij brief van 3 mei 2018 aan RUMC laten weten voornemens te zijn de subsidie voor het Heal-X project voortijdig te beëindigen. Bij brief van 8 oktober 2018 heeft ZonMw bericht het project per 1 november 2018 definitief te willen beëindigen.
In de periode oktober/november 2018 heeft een mediation tussen partijen plaatsgevonden. Dit heeft echter niet geresulteerd in de beëindiging van het geschil.
Op 18 december 2018 heeft een telefonische vergadering plaatsgevonden tussen de leden van het consortium. In het verslag van die vergadering staat onder meer het volgende opgenomen:
[naam] heet iedereen welkom en geeft aan dat op verzoek van de board dit een buitengewone vergadering zal zijn en er rechtsgeldige besluiten genomen kunnen worden.
[naam directeur] : wil graag nog een korte vooropmerking maken. [naam directeur] geeft aan dat er een lopend mediation-proces is en hangende dat proces zal hij geen positie bepalen m.b.t. het Heal-X project of de punten die vandaag besproken worden.
[naam directeur] geeft aan dat hij daarom niet voor of tegen punten te stemmen maar dat hij ten aanzien van deze bijeenkomst en punten die besproken worden formeel alle rechten moet voorbehouden. (...)
(...)
[naam] : vandaag moet het besluit worden genomen om als consortium onszelf en het project op te heffen.
Geen andere optie omdat ZonMW besloten heeft om e.e.a. niet meer te financieren.
Als daar geen bezwaren tegen zijn. Iedereen is het hiermee eens.
(...)
ZonMW geeft aan dat de materialen van de partners terug dienen te gaan naar [naam] [ [naam] , Chiralix, toevoeging rechtbank]. [naam] gaat hiermee akkoord.
3 Het geschil
Deze procedure wordt gevoerd omdat partijen twisten over de vraag wie recht heeft op de materialen (monomeren, polymeren en documentatie) die horen bij het Heal-X project. Wound-ex stelt dat zij eigenaar is van de monomeren en dat SKU contractueel verplicht is de materialen aan Wound-ex over te dragen.
Wound-ex vordert samengevat het volgende:
1. de verklaring voor recht dat Wound-ex eigenaar is van de betreffende monomeren;
2. de verklaring voor recht dat SKU gehouden is de monomeren aan Wound-ex te geven;
3. de veroordeling van SKU tot het overdragen van de materialen aan Wound-ex;
4. de veroordeling van SKU in de beslag- en proceskosten.