Rechtbank Gelderland, 15-12-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6737, C/05/362513 / HA ZA 19-184
Rechtbank Gelderland, 15-12-2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6737, C/05/362513 / HA ZA 19-184
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 15 december 2021
- Datum publicatie
- 3 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6737
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2023:7034, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- C/05/362513 / HA ZA 19-184
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Verhanging onderneming binnen concern met achterlating van een schuldeiser. Turboliquidatie.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/362513 / HA ZA 19-184 / 115/871
Vonnis van 15 december 2021
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht GLOBAL PACK PACKAGING SOLUTIONS INC.,
gevestigd te Kingsville, Ontario (Canada),
eiseres,
advocaat mr. B.W. Wijnstekers te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VITE BEHEER B.V.,
statutair gevestigd te Barneveld en kantoorhoudende te Voorthuizen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUPATECH B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Raalte,
3. [gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat mr. J.J.O. Zandt te Amsterdam.
Eisende partij zal hierna Global Pack worden genoemd.
Gedaagde partijen zullen hierna Vite Beheer, Dupatech en [gedaagde sub 3] worden genoemd, gezamenlijk Vite c.s.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 13 januari 2021
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling, gehouden op 14 mei 2021
- -
-
de brief van 28 mei 2021 met productie 38 van de zijde van Vite c.s.
- -
-
de reactie daarop van de zijde van Global Pack.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
In aanvulling op de feiten zoals weergegeven in het vonnis in incidenten van 2 september 2020, dient bij de verdere beoordeling ook van de volgende feiten te worden uitgegaan.
Global Pack produceert verpakkingsmateriaal voor de food en non-food sector.
[gedaagde sub 3] staat, met zijn persoonlijke holding Vite Beheer, aan het hoofd van de Dupatech-groep. Deze groep is gespecialiseerd in de productie en levering van verpakkingsmachines en industriële printers.
Tot medio september 2019 was Vite Beheer als enig aandeelhouder de moedermaatschappij van een viertal (klein)dochter-/werkmaatschappijen, waaronder Dutch Printing & Packaging Technology B.V. (hierna: DPPT, handelsnaam Dupatech) en Holding Dupatech B.V. Laatstgenoemde dochteronderneming was aandeelhouder van Dupatech Injection Moulding B.V. (hierna: DIM). Vite Beheer is ook 49% aandeelhouder in de Turkse onderneming Dupatech Makine iMalat Sanayi ve ticaret A.S. (hierna: DMI).
In september 2019 heeft een herstructurering van de Dupatech-groep plaatsgevonden. Kort gezegd heeft Vite Beheer 40% van haar aandelen in Holding Dupatech B.V. verkocht aan Hiems B.V. (waarvan de heer [aandeelhouder Hiems] aandeelhouder is). De resterende 60% van de aandelen van Vite Beheer in Holding Dupatech B.V. heeft [gedaagde sub 3] per 3 oktober 2019 ondergebracht in een door hem nieuw opgerichte holdingvennootschap, Alvi B.V.
Vervolgens zijn de werkmaatschappijen, waaronder DIM (vanaf oktober 2019 genaamd Dupatech B.V., hierna: Dupatech), onder Holding Dupatech B.V. gebracht, behoudens DPPT. DPPT is op 17 september 2019 door middel van turboliquidatie ontbonden.
De door Global Pack bij DPPT gekochte machine, geproduceerd door DMI in Turkije, is niet naar Canada verscheept (zie ook overweging 2.4. van het vonnis in incidenten van 2 september 2020). Na ontbinding van de koopovereenkomst door Global Pack bij brief van 16 augustus 2019, heeft Global Pack, met verkregen verlof van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle op 30 augustus 2019 ten laste van DPPT conservatoire beslagen gelegd die geen doel hebben getroffen. Global Pack heeft DPPT op 12 september 2019 gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam. Na de turboliquidatie van DPPT heeft Global Pack tot zekerheid van verhaal van haar vordering, en na verkregen verlof van deze rechtbank, op 30 oktober 2019 conservatoir beslag gelegd ten laste van [gedaagde sub 3] en Vite Beheer. Bij brief van 31 oktober 2019 zijn [gedaagde sub 3] en Vite Beheer door Global Pack aansprakelijk gesteld en gesommeerd tot betaling van voorlopig begrote schade over te gaan. Bij brief van 12 november 2019 heeft Global Pack ook Dupatech aansprakelijk gesteld.
Bij verstekvonnis van 15 januari 2020 van de rechtbank Rotterdam, verbeterd bij vonnissen van 12 februari 2020 en 29 april 2020, is kort gezegd voor recht verklaard dat de koopovereenkomst tussen Global Pack en DPPT is ontbonden en is de vordering van Global Pack tot betaling van (schade)vergoeding door DPPT, waaronder terugbetaling van de koopprijs, toegewezen met veroordeling van DPPT in de proceskosten.
3 Het geschil in de hoofdzaak
Global Pack vordert samengevat - hoofdelijke veroordeling van Vite c.s. tot:
-
betaling van € 410.162,50, te vermeerderen met de wettelijke rente;
-
betaling van $ 30.580,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
-
betaling van de schade als gevolg van de aanschaf van een vervangende machine van tenminste € 38.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
-
betaling van $ 94.508,75 aan gederfde winst tot en met december 2019, te vermeerderen met de wettelijke rente;
e+f)verstrekking van de onder paragraaf 64 van de dagvaarding opgesomde afschriften
en overzichten, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat niet aan deze veroordeling wordt voldaan met een maximum van € 250.000,00;
betaling van € 16.890,87 aan kosten van de procedure tegen DPPT;
een en ander met veroordeling van Vite c.s. in k) de proceskosten, waaronder de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en l) in de nakosten.
Op de vorderingen h) tot en met j) is reeds bij incidenteel vonnis beslist.
Global Pack baseert haar vorderingen op de navolgende stellingen. Vanwege de turboliquidatie van DPPT kan Global Pack het verstekvonnis van de rechtbank Rotterdam niet executeren en kan zij haar vordering tot terugbetaling van de koopprijs van de machine en schadevergoeding niet verhalen op DPPT. Global Pack houdt [gedaagde sub 3] en Vite Beheer als (middelijk) bestuurder dan wel aandeelhouder van DPPT aansprakelijk voor deze schade. Door het adres van DPPT op de dag van beslaglegging te wijzigen naar een verzamelpostbus en na dagvaarding op het nieuwe adres een turboliquidatie aan te vragen voor DPPT, is Global Pack als schuldeiser van DPPT benadeeld en hebben [gedaagde sub 3] en Vite Beheer onrechtmatig gehandeld en bewerkstelligd of toegelaten dat DPPT haar verplichtingen jegens Global Pack niet is nagekomen. Daarnaast heeft Vite als aandeelhouder van DPPT verwijtbaar gehandeld door zich de belangen van Global Pack als crediteur onvoldoende aan te trekken bij het rauwelijks beëindigen van de activiteiten van DPPT en het doorstarten in Dupatech, in de wetenschap dat Global Pack daardoor benadeeld zou worden. DPPT en Dupatech zijn te vereenzelvigen en er wordt misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen DPPT en Dupatech. Verder wordt met activa geschoven om verhaal te vermijden door de belangen van Vite Beheer in Dupatech te verhangen naar Alvi. Omdat Dupatech heeft meegewerkt aan voormelde benadeling van Global Pack als schuldeiser van DPPT, handelt ook zij onrechmatig, aldus Global Pack. Het onrechtmatig oogmerk van [gedaagde sub 3] en Vite Beheer kan aan Dupatech worden toegerekend, aldus Global Pack.
Nadat Vite c.s. ter voldoening aan het vonnis in incidenten van 2 september 2020 is overgaan tot het overleggen van bescheiden die inzicht moeten geven in de mutaties van de activa van DPPT in de periode vanaf 14 december 2018 (sluiten koopovereenkomst) tot en met 17 september 2019 (turbo-liquidatie), heeft Global Pack geconcludeerd en haar stellingen nader onderbouwd. Global Pack stelt dat de bankafschriften van DPPT over voornoemde periode laten zien dat na het sluiten van de koopovereenkomst systematische onttrekkingen aan het vermogen van DPPT hebben plaatsgevonden. Gelden van derden (waaronder ook de betalingen van Global Pack) werden vrijwel direct na ontvangst door DPPT aan Dupatech overgemaakt. Het gaat om een totaalbedrag van € 1.097.053,39. Daarnaast blijkt uit de bankafschriften dan een totaalbedrag van € 76.331,65 is voldaan aan andere, aan DPPT gelieerde partijen. Volgens Global Pack bestaat voor deze betalingen geen rechtsgrond en laat het een structuur zien waarbij de verplichtingen (leveren, installeren, onderhouden machines) bij DPPT rustten terwijl de opbrengsten (onder andere betaalde koopsommen) naar Dupatech werden doorgeboekt. Hierdoor bood DPPT geen verhaal. De doorboekingen aan Dupatech hebben geleid tot vorderingen van DPPT op Dupatech, al dan niet via een rekening-courantverhouding. Ook is de inventaris/voorraad van DPPT daags voor de ontbinding voor € 126.500,00 aan Dupatech verkocht. Verder merkt Global Pack op dat Vite c.s. geen bescheiden heeft verstrekt over de overdracht van DPPT’s vordering op DMI tot levering van machine dan wel de vordering op DMI tot betaling van een schadevergoeding. Gelet op deze informatie zouden er genoeg baten in DPPT hadden moeten zitten om haar vordering op te verhalen, aldus Global Pack.
Vite c.s. voert gemotiveerd verweer. Omdat de machine conform de tussen partijen gemaakte afspraken na testen en akkoord bevinden op 25 april 2019 ex works te Istanbul, Turkije is geleverd en het risico van de (verscheping van de) machine op Global Pack was overgegaan, is de ontbinding van de koopovereenkomst niet houdbaar. Dat de Turkse onderneming DMI niet wilde meewerken aan transport, kan DPPT niet worden verweten. Op DPPT rustte niet de verplichting de machine van Turkije naar Canada te verschepen. DPPT is al haar verplichtingen nagekomen zodat ook geen sprake kan zijn van aansprakelijkheid van de bestuurders. Verder zijn geen baten aan DPPT onttrokken en is niet selectief betaald. In 2018 leed DPPT grote verliezen en was sprake van een negatief eigen vermogen, aldus steeds Vite c.s. Bij antwoordconclusie voert Vite c.s. aan dat de door Global Pack ontvangen gelden moesten worden overgemaakt aan DMI als betaling voor de factuur voor het produceren van de machine. Ook de andere bedragen die DPPT aan Dupatech heeft overgemaakt, hangen samen met rechtsverhoudingen, aldus Vite c.s. De betalingen zijn gekoppeld aan lopende projecten waarbij het er niet toe doet in welke entiteit het management binnen de groep vennootschappen verkiest de projecten af te handelen. De betalingen aan Dupatech lopen volgens Vite c.s. via een ‘wat ingewikkeld te noemen structuur’ waarbij een factoringmaatschappij ook een rol speelt, maar van dubieuze onttrekkingen is geen sprake, zo kan ook de accountant verklaren. De enige schulden die niet volledig zijn voldaan, zijn de managementfees van de bestuurders. De geldstromen naar aan DPPT gelieerde partijen betreffen managementfees die zijn betaald aan [aandeelhouder Hiems] en [gedaagde sub 3] en betaling van facturen voor boekhoudkundige werkzaamheden van mevrouw [naam 1] en projectondersteuning door [gedaagde sub 3] senior. Verder merkt Vite c.s. op dat de inventaris boven de liquidatiewaarde is verkocht maar dat zij geen rekening hoefde te houden met het terugbetalen van de koopprijs en vergoeding van schade aan Global Pack omdat de machine, conform de gemaakte afspraken was geleverd. Ook om die reden heeft DPPT geen vordering op DMI die aan Dupatech zou zijn over te dragen. Na advocaatwisseling heeft Vite c.s. bij akte overlegging nog aanvullende producties (30 tot en met 37) overgelegd. Verder is tijdens de mondelinge behandeling namens Vite c.s. betwist dat goodwill van DPPT naar Dupatech is overgegaan.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.