Rechtbank Gelderland, 11-04-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1882, C/05/400739 / KG ZA 22-54
Rechtbank Gelderland, 11-04-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:1882, C/05/400739 / KG ZA 22-54
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 11 april 2022
- Datum publicatie
- 21 april 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2022:1882
- Zaaknummer
- C/05/400739 / KG ZA 22-54
Inhoudsindicatie
Kort geding. BKR-registraties op naam van betrokkene. Vordering tot verwijdering van kredietregistraties afgewezen. Vordering tot verwijdering en verwijderd houden van alle bijzonderheidscoderingen bij de registraties te ruim om te kunnen worden toegewezen.
Bij ‘codering 9’ bij de kredietregistraties niet voldaan aan transparantie- en informatieplicht AVG. Registratie onrechtmatig. Vordering tot verwijdering ‘codering 9’ toegewezen. Dwangsom.
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/400739 / KG ZA 22-54
Vonnis in kort geding van 11 april 2022
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. M. de Boorder te 's-Gravenhage,
tegen
de stichting
BUREAU KREDIET REGISTRATIE,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Tiel,
gedaagde,
advocaten mr. H.H. de Vries en mr. C.R.F. de Plaizier te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en BKR worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding met producties 1 tot en met 6 van 14 maart 2022,
- -
-
de mondelinge behandeling, gehouden op 28 maart 2022,
- -
-
de pleitnota namens [eiser] ,
- -
-
de pleitnota namens BKR.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] stond geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna: het CKI) van BKR. Voor zover voor de beoordeling van belang, betroffen het de volgende registraties, te weten:
-
International Card Services B.V. (hierna: ICS) met de volgende registraties: 19 mei 2015 bijzonderheidscodering A1, 12 maart 2018 bijzonderheidscodering A2, en 23 december 2019 einddatum krediet;
-
Santander Consumer Finance B.V. (hierna: Santander) met de volgende registraties: 17 december 2015 bijzonderheidscodering A2, 19 december 2019 codering A3, en 19 december 2019 einddatum krediet;
-
ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN ARMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) met de volgende registraties: 13 oktober 2017 bijzonderheidscodering A1, 5 december 2015 bijzonderheidscodering A2, 27 december 2019 codering A3, en 27 december 2019 einddatum krediet.
(hierna: de kredietregistraties).
[eiser] heeft BKR op 3 mei 2021 verzocht om de kredietregistraties in het CKI te verwijderen. Bij brief van 10 mei 2021 heeft BKR dat verzoek afgewezen en [eiser] meegedeeld dat hij zich met zijn verzoek dient te wenden tot de afzonderlijke kredietaanbieders die zorg hebben gedragen voor de registratie in het CKI.
[eiser] heeft nadien jegens BKR bij deze rechtbank een procedure aanhangig gemaakt waarin hij onder meer vorderde om BKR te veroordelen over te gaan tot verwijdering van de kredietregistraties dan wel de bijzonderheidscoderingen bij de kredietregistraties in het CKI. BKR heeft daartegen verweer gevoerd.
Bij beschikking van deze rechtbank van 14 januari 2022 (ECLI:NL:RBGEL:2022:126) is BKR bevolen om binnen vijf dagen na datum van betekening van de beschikking de door haar geregistreerde bijzonderheidscoderingen behorende bij de kredietregistraties in het CKI te (doen) verwijderen.
De advocaat van BKR heeft [eiser] op 28 januari 2022 bericht dat BKR hoger beroep zal instellen tegen de beschikking van 14 januari 2022.
Bij e-mailbericht van 8 februari 2022 heeft de heer [naam 1] van Dynamiet.nl (hierna: [naam 1] ) BKR namens [eiser] verzocht danwel gesommeerd om de bijzonderheidscoderingen bij de kredietregistraties uit het CKI te verwijderen. Bij e-mailbericht van 15 februari 2022 heeft de advocaat van BKR [naam 1] bericht dat BKR niet bereid is om daartoe vrijwillig over te gaan en dat BKR die verwijdering zal uitvoeren binnen vijf dagen na betekening van de beschikking aan BKR. [eiser] heeft nadien de beschikking van 14 januari 2022 aan BKR laten betekenen, waarna BKR is overgegaan tot verwijdering van de bijzonderheidscoderingen bij de kredietregistraties van [eiser] in het CKI.
Op 24 februari 2022 heeft BKR bij de kredietregistraties van [eiser] in het CKI code “9 Geschil” geplaatst.
Bij e-mailbericht van 24 februari 2022 heeft [naam 1] de advocaat van BKR namens [eiser] het volgende bericht:
“Uw cliënte heeft inmiddels de betreffende negatieve coderingen uit het CKI gewist. Echter, het BKR heeft daarvoor in de plaats nieuwe bijzonderheidscoderingen geregistreerd. Het betreft hier de bijzonderheidscodering 9. Zie hiervoor de bijlage.
In de praktijk (bij financieringsaanvraag) geldt dat een code 3 zwaarder is dan een code 4 enzovoorts. Ik hoop dat u begrijpt dat mijn cliënte door de nieuwe codes slechter af is dan voorheen. Voorts zijn er aanwijzingen dat uw cliënte de code 9 speciaal in het leven heeft geroepen voor deze specifieke zaak.
Het is jammer dat uw cliënte voor deze bijzondere aanpak kiest. Hoe het ook zij, mijn cliënt kan de huidige gang van zaken niet accepteren. Via deze weg verzoek ik u dan ook om alle nieuwe bijzonderheidscoderingen voor uiterlijk 25 februari a.s. om 17.00 uit het CKI te verwijderen. Bij gebreke daarvan zal cliënt u in rechte betrekken.”
Bij e-mailbericht van 25 februari 2022 heeft de advocaat van BKR het volgende aan [naam 1] geantwoord:
“U doet het verzoek om “alle nieuwe bijzonderheidscoderingen voor uiterlijk 25 februari a.s. om 17.00 uur uit het CKI te verwijderen”. Dient cliënte uw verzoek te begrijpen als een verwijderverzoek van uw cliënt in de zin van artikel 17 van de AVG?
Cliënte kan uw betoog niet goed volgen. U noemt dat de ene bijzonderheidscodering zwaarder weegt dan de andere, en dat uw cliënt vermoedt dat code 9 speciaal in het leven is geroepen voor zijn geval. Cliënt wenst toe te lichten dat de code 9 geen bijzonderheidscodering is. Deze bestaande code betreft een tijdelijke melding dat een registratie onderwerp is van een lopend geschil. Daarvan is sprake in de situatie van uw cliënt.”
Op 26 februari 2022 heeft [naam 2] aan [eiser] bericht dat zij zijn leningaanvraag niet verder in behandeling neemt vanwege drie negatieve BKR registraties met de codering “lopend geschil”.
3 Het geschil
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. BKR beveelt onverwijld, doch binnen één dag, na dit vonnis de registratie van de op zijn naam in het CKI staande kredieten (aangegaan bij ICS, Santander en ABN AMRO), dan wel afzonderlijk alle (bijzonderheids)codering(en), waaronder in het bijzonder de nu geplaatste bijzonderheidscodering 9, bij de registraties op naam van [eiser] te (doen laten) verwijderen en verwijderd te houden;
subsidiair een beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie juist acht;
II. bepaalt dat BKR aan de onder I. genoemde primaire, dan wel (meer) subsidiaire, veroordeling zal voldoen op straffe van een dwangsom ad
€ 5.000,00 voor iedere dag dat BKR niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 100.000,00;
III. BKR veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, waaronder salaris gemachtigde en nasalaris te vermeerderen met de wettelijke rente.
BKR voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.