Rechtbank Gelderland, 22-07-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3800, AWB - 21 _ 5317
Rechtbank Gelderland, 22-07-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3800, AWB - 21 _ 5317
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 22 juli 2022
- Datum publicatie
- 12 augustus 2022
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 5317
- Relevante informatie
- Art. 2 lid 3 BPB, Art. 3 BPB
Inhoudsindicatie
De heffingsambtenaar heeft voor op de hoorzitting gelijktijdig behandelde zaken de proceskostenvergoeding voor het horen gematigd naar 0,25/0,5 punt. De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2 lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn, zodat de matiging ten onrechte heeft plaatsgevonden.
Uitspraak
Zittingsplaats Arnhem
Belastingrecht
zaaknummer: AWB 21/5317
in de zaak tussen
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
Procesverloop
In de beschikking van 30 januari 2021 heeft verweerder op grond van de Wet Waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de [adresgegevens] (zijnde een woning) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft bij deze beschikking aan belanghebbende als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de WOZ-waarde verminderd. Verweerder heeft daarbij een kostenvergoeding toegekend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2022. Namens belanghebbende zijn verschenen [persoon A] en [persoon B] . Namens verweerder zijn verschenen [persoon C] en [persoon D] .
De rechtbank heeft in totaal 46 zaken, waaronder deze zaak, gelijktijdig behandeld als bedoeld in artikel 8:14 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het betreft de zaken met de volgende zaaknummers: 21/5317; 21/5307; 21/5409; 21/5618; 21/5619; 21/5547; 21/5416; 21/5553; 21/5552; 21/5625; 21/5620; 21/5624; 21/5616; 21/5621; 21/5548; 21/5556; 21/5555; 21/5554; 21/5615; 22/103; 22/100; 22/88; 22/90; 22/1189; 22/1190; 22/1188; 22/1142; 22/1211; 22/1171; 22/1170; 22/1176; 22/1175; 22/1169; 22/1148; 22/1184; 22/1177; 22/1173; 22/817; 22/818; 22/819; 22/820; 22/823; 22/934; 22/815; 22/1149 en 22/1143. In elke zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
Verweerder heeft voor de zitting een pleitnota, die ziet op alle hiervoor genoemde zaken, toegezonden aan de rechtbank en (door tussenkomst van de griffier) aan de wederpartij, welke pleitnota met instemming van gemachtigde wordt geacht ter zitting te zijn voorgedragen.
Procedureel
Omdat het geschil tussen partijen in al deze zaken zich beperkt tot de vraag of verweerder al dan niet terecht de kostenvergoeding voor het horen in bezwaar heeft gematigd, heeft verweerder op voorstel van de rechtbank en met instemming van de gemachtigde uitsluitend in de zaak 21/5317 een verweerschrift ingediend, welk verweerschrift van toepassing is op alle 46 zaken. Verder heeft verweerder met instemming van de gemachtigde niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb aan de rechtbank overgelegd. In plaats daarvan heeft verweerder na te noemen lijsten overgelegd.
Op 18 maart 2022 heeft belanghebbende een reactie op verweer (gedateerd 16 maart 2022) ingediend, welk stuk eveneens betrekking heeft op alle 46 zaken.
Verweerder heeft vervolgens op 23 maart 2022 twaalf lijsten overgelegd.
Op de overzichtslijst van verweerder staan de 46 in geschil zijnde zaken vermeld (het betreft steeds één object op één beschikking), bestaande uit 42 verschillende woningen en vier niet-woningen gelegen in vijf gemeenten, met daarachter op welke hoorzitting deze zijn behandeld en hoeveel punten voor het horen per zaak is toegekend (voor de woningen 0,25 punt en voor de niet-woningen 0,5 punt). Voor 22 zaken heeft verweerder vermeld hoeveel tijd tijdens de hoorzitting aan de zaak is besteed.
Omdat verweerder de 46 zaken, gelijktijdig met de bezwaren over de WOZ-waarde van andere objecten, behandeld heeft op één van negen hoorzittingen op 13, 15, 20, 22, 28 en 29 april 2021 en op 5, 19 en 20 juli 2021 heeft hij daarbij per hoorzitting een lijst (in totaal dus negen lijsten) met daarop de tijdens die hoorzitting besproken objecten, het aantal besproken bezwaren en de uitspraak op bezwaar overgelegd. Het gaat in totaal om 312 bezwaren en 468 objecten (bestaande uit 349 woningen en 119 niet-woningen) waarvan 46 thans in geschil zijn. Voor alle 46 zaken geldt dat de WOZ-waarde in de uitspraak op bezwaar is verminderd.
De twee overige lijsten die verweerder heeft overgelegd zien op totaaltellingen van de hoorzittingen in april en de hoorzittingen in juli. Daarop staan het aantal bezwaren, aantal objecten, aantal woningen en niet-woningen en de totale tijdsduur van de hoorzittingen. Bij de aprilhoorzittingen is volgens berekening van verweerder gemiddeld 4,48 minuten aan één object besteed en bij de juli-hoorzittingen 3,40 minuten.
Samengevat heeft verweerder in de lijsten het volgende opgenomen:
|
Data hoorzittingen |
Aantal bezwaren |
Aantal objecten |
minuten horen |
Aantal gegronde bezwaren |
|
13-apr |
36 |
37 |
205 |
10 |
|
15-apr |
45 |
50 |
211 |
14 |
|
20-apr |
42 |
42 |
219 |
11 |
|
22-apr |
20 |
78 |
217 |
6 |
|
28-apr |
35 |
47 |
216 |
10 |
|
29-apr |
41 |
45 |
272 |
10 |
|
5-jul |
36 |
65 |
254 |
15 |
|
19-jul |
44 |
74 |
280 |
17 |
|
20-jul |
13* |
30* |
40 |
5* |
|
Totaal |
312 |
468 |
1914 |
98 |
*) Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat in de lijst van 20 juli een dubbeltelling zit en dat er 12 bezwaren en 23 objecten zijn besproken in plaats van 13 respectievelijk 30 en dat het aantal gegronde bezwaren van deze zitting 4 in plaats van 5 bedraagt.
Verweerder heeft tevens op 23 maart 2022 brieven overgelegd over de planning van de hoorzittingen en een geheugendrager met de opnames van die hoorzittingen overgelegd. De rechtbank is om technische redenen niet in staat geweest om de geheugendrager te openen. De gemachtigde is hiertoe wel in staat geweest.
Feiten
1. Verweerder heeft het bezwaar van belanghebbende behandeld op één van de genoemde hoorzittingen.
2. Bij uitspraak op bezwaar is het bezwaar gegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak verminderd.
3. Tevens heeft verweerder een kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend. Voor het indienen van het bezwaarschrift is een bedrag van € 265 toegekend en voor van het horen een bedrag van € 66,25 (voor woningen, 0,25 punt) of € 132,50 (voor niet-woningen, 0,5 punt). In totaal bedraagt de kostenvergoeding in bezwaar voor woningen dus € 331,25 en voor niet-woningen € 397,50.