Home

Rechtbank Gelderland, 21-09-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5409, C/05/406442 / HZ ZA 22-220

Rechtbank Gelderland, 21-09-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5409, C/05/406442 / HZ ZA 22-220

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21 september 2022
Datum publicatie
28 september 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:5409
Formele relaties
Zaaknummer
C/05/406442 / HZ ZA 22-220

Inhoudsindicatie

Incident tussenkomst toegewezen. Interveniënt is legitimaris. Artikel 4:63 lid 3 BW.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/406442 / HZ ZA 22-220

Vonnis in incident van 21 september 2022

in de zaak van

1. [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.1], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [erflater 1] ,

wonende te [plaats] ,

2. [eis.conv/verw.reconv/verw.inc.2], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [erflater 1] ,

wonende te [plaats] ,

3. [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.3], in zijn hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [erflater 1] ,

wonende te [plaats] ,

eisers in conventie in de hoofdzaak,

verweerders in reconventie in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. R.M.J.K.M. Teeuwen te Roermond,

tegen

1. [ged.conv./eis.reconv./verw.inc. 1], in haar hoedanigheid van erfgenaam van [erflater 2] ,

wonende te [plaats] ,

2. [ged.conv./eis.reconv./verw.inc.2] ,

wonende te [plaats] ,

3. [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.3],

wonende te [plaats] ,

4. [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.4],

wonende te [plaats] ,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. S.R. Baetens te Eindhoven,

en

[eis.inc.] ,

wonende te [plaats] ,

eiser in het incident,

advocaat mr. L.J.J. van Wijk te Elsloo, gemeente Stein.

Partijen zullen hierna [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] ., [gedn.conv./eis.reconv./verw.inc.] . en [eis.inc.] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie

-

de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging

-

de incidentele conclusie van antwoord van [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] .

-

de incidentele conclusie van antwoord van [gedn.conv./eis.reconv./verw.inc.] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten in het incident

2.1.

In het incident zijn de volgende feiten van belang.

2.2.

Op 27 juni 2019 is [erflater 1] (hierna: erflaatster) overleden. [eis.inc.] is de zoon van erflaatster. Erflaatster had nog een zoon, [erflater 2] , die is overleden op [overlijdensdatum] . [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.1] (hierna: [ged.conv./eis.reconv./verw.inc. 1] ) was tot zijn overlijden met [erflater 2] gehuwd en is zijn erfgenaam. [ged.conv./eis.reconv./verw.inc.2] (hierna: [ged.conv./eis.reconv./verw.inc.2] ) en [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.3] (hierna: [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.3] ) zijn de kinderen van [eis.inc.] uit zijn eerste huwelijk. [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.4] (hierna: [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.4] ) is de echtenote van [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.3] . [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . (hierna: [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.1] , [eis.conv/verw.reconv/verw.inc.2] en [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.3] ) zijn de kinderen uit het tweede huwelijk van [eis.inc.] .

2.3.

Bij testament van 19 september 2008 heeft erflaatster [eis.inc.] en [erflater 2] tot haar erfgenamen benoemd. Omdat [erflater 2] eerder dan erflaatster is overleden en geen kinderen had, was [eis.inc.] enig erfgenaam van erflaatster.

2.4.

Als productie 23 bij zijn incidentele conclusie van antwoord heeft [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . een ‘verklaring nalatenschap’ gericht aan de rechtbank overgelegd. Het stuk is gedateerd augustus 2019 en op het stuk staat aangegeven dat [eis.inc.] de nalatenschap van erflaatster verwerpt en daarnaast staat er de volgende verklaring: “NB: Ik verklaar hierbij tevens aanspraak te maken op mijn legitieme portie rechtens”.

2.5.

De akte waarin is geregistreerd dat [eis.inc.] de nalatenschap heeft verworpen, overgelegd als productie 4 bij dagvaarding, is door de rechtbank opgemaakt op 1 oktober 2019.

2.6.

Uit het als productie 4 bij dagvaarding overgelegde afschrift van het boedelregister en de als productie 5 bij dagvaarding overgelegde verklaring van erfrecht volgt dat [ged.conv./eis.reconv./verw.inc.2] en [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.3] alsmede hun minderjarige kinderen de nalatenschap van erflaatster ook hebben verworpen. Voorts volgt uit die stukken dat [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.1] , [eis.conv./verw.reconv./verw.inc.3] en [eis.conv/verw.reconv/verw.inc.2] de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard en daarmee de erfgenamen en vereffenaars zijn.

3 Het geschil in het incident

3.1.

[eis.inc.] vordert dat hem wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen dan wel zich te voegen. [eis.inc.] stelt dat hij belang heeft bij de tussenkomst omdat er in de hoofdzaak vorderingen ten behoeve van de nalatenschap zijn ingesteld die de omvang en samenstelling van de legitimaire massa beïnvloeden. Voor de vaststelling van [eis.inc.] ’s vordering uit hoofde van zijn legitieme portie is verder van belang of de betalingen die het onderwerp zijn van de hoofdzaak als gift worden gekwalificeerd, aldus [eis.inc.] . [eis.inc.] wil, zo begrijpt de rechtbank, drie voorwaardelijke vorderingen instellen. Indien de vorderingen in conventie in de hoofdzaak worden toegewezen, wil [eis.inc.] een vordering op grond van artikel 4:223 lid 2 BW instellen tegen [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . Op grond van dit artikel kan een schuldeiser van de nalatenschap zich tijdens de vereffening tot de rechtbank wenden om zijn vordering te laten vaststellen. In het geval dat de vorderingen van [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . in de hoofdzaak worden afgewezen, wil [eis.inc.] verklaringen voor recht vorderen over welke betalingen waarover de vorderingen van [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . in de hoofdzaak gaan giften zijn. Daarnaast wil [eis.inc.] dan vorderingen instellen tegen [ged.conv./eis.reconv./verw.inc. 1] , [ged.conv./eis.reconv./verw.inc.2] , [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.3] en/of [ged.conv./eis.reconv.verw.inc.4] op grond van artikel 4:89 BW. Dit zou een vordering tot inkorting van giften zijn die kan worden ingesteld als de nalatenschap onvoldoende blijkt om de legitieme portie van [eis.inc.] te voldoen. Subsidiair verzoekt [eis.inc.] zich te mogen voegen aan de zijde van [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . omdat afwijzing van de vorderingen van [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . tot gevolg heeft dat de legitimaire massa kleiner wordt, althans de legitimaire massa en daarmee de legitieme portie zal groter worden als de vorderingen van [eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . worden toegewezen.

3.2.

[eis.conv./vwr.reconv./verw..inc.] . concludeert dat de tussenkomst dan wel voeging moet worden toegestaan.

3.3.

[gedn.conv./eis.reconv./verw.inc.] . voert verweer. Het standpunt van [gedn.conv./eis.reconv./verw.inc.] . komt erop neer dat [eis.inc.] geen belang heeft bij tussenkomst of voeging omdat hij het recht op zijn legitieme portie is verloren doordat hij de nalatenschap heeft verworpen zonder de contantenverklaring als bedoeld in artikel 4:63 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) af te leggen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

5 De beslissing