Home

Rechtbank Gelderland, 12-10-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5779, 9819892

Rechtbank Gelderland, 12-10-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5779, 9819892

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12 oktober 2022
Datum publicatie
19 oktober 2022
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:5779
Zaaknummer
9819892

Inhoudsindicatie

Artikel 1:253j BW: de kantonrechter veroordeelt de moeder tot terugbetaling van de gelden die zij heeft opgenomen van de spaarrekening van de kinderen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9819892 \ CV EXPL 22-2835

uitspraak van 12 oktober 2022

vonnis

in de zaak van

[eiser] , in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen [kind 1] en [kind 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.S. Eijgenraam

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde de heer J.C.M. Achterberg.

Partijen worden hierna de vader en de moeder genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 mei 2022 en de daarin genoemde processtukken,

- de mondelinge behandeling van 13 september 2022, waarbij zijn verschenen de vader en zijn advocaat en de moeder bijgestaan door de heer J.C.M. Achterberg als haar gemachtigde.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad.

2.2.

Zij hebben samen drie kinderen:

-

[kind 1] (roepnaam [kind 1] ), geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,

-

[kind 2] (roepnaam [kind 2] ), geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,

-

[kind 3] (roepnaam [kind 3] ), geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .

2.3.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. Het gezamenlijk gezag over [kind 1] is aangetekend op [datum] en over [kind 2] op [datum] . Bij beschikking van [datum] heeft de rechtbank de ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [kind 3] .

2.4.

De kinderen staan ingeschreven bij de vader.

2.5.

[kind 1] heeft een rekening bij de Rabobank voor Rabo DoelSparen met rekeningnummer [rekeningnummer 1] . Ook [kind 2] heeft zo’n rekening. Haar rekeningnummer is [rekeningnummer 2] . Uit de overgelegde Rabo Doelsparen overeenkomsten volgt dat de kinderen rekeninghouder zijn.

3 De vordering en het verweer

3.1.

De vader vordert, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de moeder te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van een bedrag van € 4.126,34 uit hoofde van de opname van [opnamedatum 1] en de daaraan verbonden opnamekosten, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente over voornoemd bedrag vanaf [opnamedatum 1] tot aan de dag van algehele voldoening en waarbij betaling dient plaats te vinden op de spaarrekening van [kind 1] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] ,

  2. de moeder te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van een bedrag van € 1.147,37 uit hoofde van de opname van [opnamedatum 2] en de daaraan verbonden opnamekosten, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente over voornoemd bedrag vanaf [opnamedatum 2] tot aan de dag van algehele voldoening en waarbij betaling dient plaats te vinden op de spaarrekening van [kind 1] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] ,

  3. de moeder te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van een bedrag van € 3.105,14 uit hoofde van de opname van [opnamedatum 1] en de daaraan verbonden opnamekosten, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente over voornoemd bedrag vanaf [opnamedatum 1] tot aan de dag van algehele voldoening en waarbij betaling dient plaats te vinden op de spaarrekening van [kind 2] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] ,

  4. de moeder te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van een bedrag van € 326,62 uit hoofde van de opname van [opnamedatum 2] en de daaraan verbonden opnamekosten, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente over voornoemd bedrag vanaf [opnamedatum 2] tot aan de dag van algehele voldoening en waarbij betaling dient plaats te vinden op de spaarrekening van [kind 2] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] ,

  5. de moeder te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 980,43 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 lid sub c BW, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente ex artikel 6:119 BW over voornoemd bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele vergoeding,

  6. de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure en te bepalen dat de moeder de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de proceskosten verschuldigd zal zijn als zij niet binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis heeft betaald,

  7. de moeder te veroordelen in de nakosten conform het geldende tarief en te bepalen dat de moeder de wettelijke rente over de nakosten verschuldigd zal zijn als zij niet binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis heeft betaald.

3.2.

De moeder heeft verweer gevoerd. Zij vraagt haar niet te veroordelen en haar de tijd te geven de tijdelijk opgenomen gelden aan de kinderen terug te betalen.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing