Rechtbank Gelderland, 23-11-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6533, C/05/399009 / HZ ZA 22-36
Rechtbank Gelderland, 23-11-2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:6533, C/05/399009 / HZ ZA 22-36
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 23 november 2022
- Datum publicatie
- 30 november 2022
- Zaaknummer
- C/05/399009 / HZ ZA 22-36
- Relevante informatie
- Art. 67 Iw 1990
Inhoudsindicatie
Onttrekkingen uit B.V. door middellijk bestuurder. Paulianeuze rechtshandeling (42 Fw): 1dag voor faillissement is de vordering op hem administratief weggeboekt. 3:45 BW: ook paulianeus is de kwijtschelding op de vordering op zijn dochter na faillissement
Uitspraak
vonnis
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zutphen
zaaknummer / rolnummer: C/05/399009 / HZ ZA 22-36
Vonnis van 23 november 2022
in de zaak van
[curator] in hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [vennootschap 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. I.L. Conijn te Doetinchem,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. B.H.M. Harbers te Doetinchem,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [curator] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 6 juli 2022
- -
-
de akte aanvullende productie van [gedaagde 1]
- -
-
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 6 oktober 2022.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[vennootschap 1] (hierna: [vennootschap 1] ) is opgericht op 9 oktober 2009. Haar enig aandeelhouder en bestuurder is [vennootschap 2] (hierna [vennootschap 2] ), van welke vennootschap [vennootschap 3] (hierna: [vennootschap 3] ) de enig aandeelhouder en bestuurder is. [gedaagde 1] is enig bestuurder en via de [stichting] (hierna: de [stichting] ) enig aandeelhouder van [vennootschap 3] .
Op 9 april 2018 is een vordering in rekening-courant van € 381.168,35 van
[vennootschap 1] op [gedaagde 1] administratief weggeboekt.
Bij vonnis van 10 april 2018 van deze rechtbank is [vennootschap 1] in staat van faillissement verklaard en is [curator] tot curator in het faillissement benoemd.
Op 19 juni 2018 is een akte van schenking ondertekend waarin staat dat [gedaagde 1] een bedrag van € 117.500,00 heeft kwijtgescholden op de vordering op [gedaagde 2] die is ontstaan in 2018.
Bij e-mailbericht van 14 december 2018 heeft [curator] aan [gedaagde 1] onder meer het volgende bericht:
“(…)
Grootboekadministratie
We hebben inmiddels meerdere pogingen gewaagd om de grootboekadministratie veilig te stellen en door te nemen. Elke versie van deze administratie die wij op een usb-stick hebben ontvangen is echter niet leesbaar. Aangezien wij het van belang achten dat deze deugdelijk wordt gecontroleerd en het blijkbaar niet mogelijk is om deze op een andere computer uit te lezen, stel ik voor dat een collega van mij een aantal uur bij jullie op kantoor komt om deze te bekijken en waar nodig de relevante informatie uitprint.
(…)”
Naar aanleiding van een e-mailbericht waarin om een nadere toelichting op verschillende boekingen is gevraagd, heeft [gedaagde 1] bij e-mailbericht van 6 augustus 2020
onder meer het volgende geschreven:
“(…)
-
(…) Deze boekingen zijn uitgevoerd op advies/met goedkeuring van twee accountantskantoren (…)
-
De rechtsgrond waarop de boekingen zijn gemaakt is de feitelijke financiële positie van de rechtspersonen en de natuurlijke persoon waarop vorderingen bestonden, zijnde [maatschap] , [vennootschap 4] . ( [vennootschap 2] , rb.), [vennootschap 5] ( [vennootschap 3] , rb.) en RC directie ( [gedaagde 1] ,). Met andere woorden is de vraag gesteld: waren ten tijde van de boeking, deze vorderingen van [vennootschap 1] nog realistisch en ook daadwerkelijk inbaar kijkende naar de financiële positie van de verwante rechtspersonen en de natuurlijke persoon waar de vorderingen op bestonden? Het antwoord van de adviseurs was “nee”. Derhalve is fiscale/economische afboeking, kijkende naar het voorzichtigheidsprincipe (verliezen worden genomen zodra ze geconstateerd worden), doorgevoerd en werden deze interne vorderingen en schuldposities tegen elkaar afgeboekt. Er was geen sprake van een realistische/haalbare vordering op feitelijk lege entiteiten.
Er is destijds met de adviseurs gesproken over de inbaarheid en opeisbaarheid van de vorderingen en schulden wanneer deze bij het opstellen van normale jaarcijfers (going concern) ook voorzien zouden worden of zouden vrijvallen. Dit laatste was het geval. Hierbij komt dus ook wederom de voor accountants vaktechnische noodzakelijke afwaardering van een vordering als deze oninbaar geacht wordt.
(…)
[vennootschap 1] had ook R/C verhoudingen met schulden aan andere intercompanies.
Deze schulden (en dus vorderingen vanuit het oogpunt van de andere entiteiten) zijn
logische wijs tegelijktijdig afgeboekt, het is niet slechts vanuit één zijnde gebeurd. De hele
groep/kerstboom had simpelweg geen vermogen meer waardoor de opeisbaarheid van de vorderingen/schulden nihil was. De levensader ( [vennootschap 1] ) waar de cashflow in zat was immers gefailleerd terwijl het vermogen uit de andere entiteiten verdampt was door handelingen uit het verleden van de fiscus zelf.
(…)
Conclusie: deze geldstromen zijn binnen de Brutra-groep gebleven.
(…)”
Bij brief van 19 augustus 2021 is namens [curator] aan [gedaagde 1] bericht dat hij met deze brief onder meer het wegboeken van de vordering in rekening-courant van
€ 381.168,35 op [gedaagde 1] aantast c.q. vernietigt, omdat deze rechtshandeling een paulianeus karakter heeft.
Na een daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [curator] op 5 november 2021 ten laste van [gedaagde 1] conservatoir beslag doen leggen onder [gedaagde 2] op al hetgeen zij aan [gedaagde 1] schuldig is en uit reeds bestaande rechtsverhouding schuldig zal worden. Voorts heeft [curator] ten laste van [gedaagde 2] conservatoir beslag gelegd op haar aandelen in [vennootschap 6] en op haar woning.
Op 5 november 2021 heeft de deurwaarder een “aanzegging vernietiging” betekend aan zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] , waarin is aangezegd dat [curator] de schenking van
€ 117.500,00 van [gedaagde 1] aan [gedaagde 2] middels de aanzegging met een beroep op de Pauliana ex artikel 3:45 BW heeft vernietigd.