Rechtbank Gelderland, 31-01-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:448, AWB 22 - 5199
Rechtbank Gelderland, 31-01-2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:448, AWB 22 - 5199
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 31 januari 2024
- Datum publicatie
- 16 februari 2024
- Zaaknummer
- AWB 22 - 5199
- Relevante informatie
- Art. 229b Gemw, Art. 15.33 WMB
Inhoudsindicatie
Afvalstoffenheffing. Opbrengstlimiet. Gemeente heeft volledige afvaltaak overgedragen aan gemeenschappelijke regeling. Rechtbank acht dit toegestaan, beoordeelt begroting van de gemeenschappelijke regeling en concludeert dat de vragen die belanghebbende heeft opgeworpen voldoende zijn beantwoord. Geen grond om de ramingen niet redelijk te achten. Geen strijd met het beginsel dat de vervuiler betaalt. Onduidelijkheden en gebrekkige informatie leiden tot vergoeding griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Belastingrecht
zaaknummer: AWB 22/5199
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 31 januari 2024
in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [woonplaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Rivierenland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 1 augustus 2022.
De heffingsambtenaar heeft in één geschrift genaamd Belastingaanslag lokale belastingen 2022 aan belanghebbende een aanslag afvalstoffenheffing basistarief 2022 naar een vast tarief van € 284,83 en een afrekening variabel deel van € 8 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar tijdig beroep ingesteld bij de rechtbank. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en heeft op 21 maart 2023 een nader stuk ingediend.
De enkelvoudige kamer van de rechtbank heeft het beroep op 17 april 2023 op zitting behandeld. Daaraan heeft belanghebbende deelgenomen. De heffingsambtenaar is met kennisgeving vooraf niet verschenen.
Na de zitting heeft de rechtbank aanleiding gezien de zaak te heropenen en deze te verwijzen naar de meervoudige kamer.
Beide partijen hebben nadere stukken ingediend.
De zitting bij de meervoudige kamer is gepland op 7 november 2023. Hierbij was namens de heffingsambtenaar (digitaal) [naam] aanwezig. Belanghebbende is niet verschenen. Omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de oproep voor de zitting van 7 november 2023 belanghebbende had bereikt, is de zaak op die datum niet inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld schriftelijk nadere vragen te beantwoorden. Partijen hebben van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Daarna zijn zij in de gelegenheid gesteld over en weer te reageren. Belanghebbende heeft dat gedaan.
Desgevraagd hebben partijen niet te kennen gegeven dat zij op een nadere zitting wensen te worden gehoord. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek bij bericht van 25 januari 2024 gesloten.