Rechtbank Gelderland, 09-05-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5218, 435751
Rechtbank Gelderland, 09-05-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5218, 435751
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 9 mei 2025
- Datum publicatie
- 10 juli 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:5218
- Zaaknummer
- 435751
Inhoudsindicatie
AVG. Verzoeken grotendeels afgewezen. Verzoek ex art. 15 AVG tot verstrekken persoonsgegevens door ouder van onder toezicht staande kinderen bij een gecertificeerde jeugdbeschermingsinstelling. Verzoek grotendeels afgewezen, maar wel bevel om te verstrekken persoonsgegevens die zijn ontvangen van de voorganger (ECLI:NL:GHARL:2023:7768). Verzoek om te bevelen om te verklaren wie de auteur van bepaalde documenten is afgewezen, omdat de informatie bij verzoekster bekend is. Verzoek om deskundige te benoemen om te beoordelen of verwerkingsverantwoordelijke volledig, juist en zorgvuldig het verzoek tot inzage van verzoekster heeft behandeld, wordt afgewezen nu de rechtbank, in het midden latend of daarvoor een grondslag is, daarvoor geen noodzaak ziet.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: C/05/435751 / HA RK 24-71
Beschikking van 9 mei 2025
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
in persoon verschenen.
tegen
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Enschede,
verweerster,
hierna te noemen: Leger des Heils,
advocaat: mr. W.H. van Wijk.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 5 mei 2024 met producties 2a, 2b, 2c, 3, 4, 4a, 4b, 4c, 4d, 4e, 5, 5a, 5b, 5f, 5g, 6a, 6b en 7,
- het herziene verzoekschrift van 17 oktober 2024, met bijgevoegd twee USB-sticks met daarop geluidsopnames van een gesprek van 3 juni 2024 tussen [verzoekster] en medewerkers van Leger des Heils,
- het verweerschrift met 12 bijlagen,
- producties 4dd, 11a, 11b, 11d tot en met 14 van [verzoekster] ,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 december 2024.
Tenslotte is beschikking bepaald.
2 De feiten
[verzoekster] en haar ex-partner, de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), zijn de ouders van [kind 1] en [kind 2] .
Leger des Heils is een gecertificeerde jeugdbeschermingsinstelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet die onder andere kinderbeschermingsmaatregelen uitvoert.
Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 7 januari 2020 zijn [kind 2] en [kind 1] onder toezicht gesteld van gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland. De rechtbank Gelderland heeft bij beschikking van 2 september 2021 Stichting Jeugdbescherming Gelderland vervangen door Leger des Heils.
Een jeugdwerker werkzaam voor Leger des Heils heeft ter uitvoering van de ondertoezichtstelling een dossier ingericht met betrekking tot de hulpverlening aan [kind 1] .1 Het dossier bevat persoonsgegevens en documenten die voor dat doel van belang zijn. In het dossier bevinden zich documenten, zoals rapporten en beschikkingen, en correspondentie, zoals brieven en e-mails, die betrekking hebben op [kind 1] en het gezin waar zij onderdeel van uitmaakt. Verder maken onderdeel uit van het dossier aantekeningen van contacten die Leger des Heils met de betrokkenen bij het dossier onderhoudt. De stukken worden opgeslagen in een digitaal archiveersysteem genaamd WIJZ. De jeugdbeschermer beheert ook de inhoudelijke correspondentie.
Bij beschikkingen van de rechtbank Gelderland van 5 februari en 8 juli 2021 is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor [kind 2] en [kind 1] . Sindsdien hebben zij bij [naam 1] gewoond. Sinds eind juli 2021 heeft [verzoekster] geen contact meer met [kind 2] en [kind 1] .
Bij beschikking van 19 mei 2022 heeft de rechtbank Gelderland beslist dat het gezamenlijk gezag van de ouders wordt beëindigd en dat [naam 1] alleen met het ouderlijk gezag wordt belast.
Bij verzoekschrift van 21 november 2022 heeft Leger des Heils de rechtbank Gelderland verzocht om de ondertoezichtstelling van [kind 1] te verlengen.
Bij e-mailbericht van 13 december 2022 heeft de jeugdbeschermer in het dossier van [kind 1] , mevrouw [naam 2] , aan [verzoekster] geschreven dat zij vanaf deze dag uit dienst is bij Leger des Heils en dat de heer [naam 3] haar zal vervangen.
Op 14 december 2022 heeft Leger des Heils aan de rechtbank Gelderland een brief geschreven. In de brief staat dat deze is opgesteld door mevrouw [naam 2] . Het onderwerp van de brief is een update over een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. In de brief staan persoonsgegevens van [verzoekster] opgenomen, waaronder een citaat uit een e-mailbericht. De brief is niet overgelegd.
Leger des Heils heeft bepaalde documenten waaronder een brief gedateerd op 20 december 2022 verstuurd. Deze stukken hebben betrekking op de ondertoezichtstelling van [kind 1] . In de stukken staat dat deze zijn opgesteld door de heer [naam 3] . De stukken zijn niet overgelegd.
Een verzoek opgesteld door Leger des Heils en gedateerd op 20 december 2022 is door Leger des Heils bij e-mailbericht gezonden aan de Raad van de Kinderbescherming. Het document heeft de naam “OTS [verzoekster] ”. Dit verzoek is niet overgelegd.
Op 20 december 2022 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek van Leger des Heils van 21 november 2022 plaatsgevonden, waarbij aanwezig zijn geweest [naam 1] en mevrouw [naam 4] , een pedagoog werkzaam bij Leger des Heils.
Bij beschikking van 21 december 2022 heeft de rechtbank Gelderland vastgesteld dat de procedure aanhangig door het verzoek van 21 november 2022 is geëindigd doordat het verzoek is ingetrokken.
Op 7 januari 2023 is de ondertoezichtstelling van [kind 1] geëindigd.
Bij e-mailberichten van 15 en 23 januari 2024 heeft [verzoekster] Leger des Heils verzocht om een afschrift van alle persoonsgegevens van haarzelf die zich bevinden in het dossier van [kind 1] sinds 3 september 2021 tot en met 6 januari 2023 en een ‘logging overzicht’ van de pedagogen in dienst van Leger des Heils die in het digitale dossier van [kind 1] hebben gewerkt. Een logging overzicht is een digitaal gegenereerd overzicht van wie, waar en wanneer in het dossier data heeft ingezien, ingevoerd of aangepast.
Bij brief van 26 maart 2024 heeft Leger des Heils aan [verzoekster] geschreven dat zij de verzoeken toewijst en daarom bij de brief gevoegd een vijftal documenten uit het dossier van [kind 1] en een logging overzicht van de betrokken pedagogen.
Op 4 april 2024 heeft [verzoekster] een klacht ingediend bij Leger des Heils.
Op 3 juni 2024 heeft een gesprek tussen [verzoekster] en medewerkers van Leger des Heils plaatsgevonden over haar klacht. In dit gesprek heeft [verzoekster] geklaagd dat niet volledig aan haar verzoek tot inzage in haar persoonsgegevens is voldaan. [verzoekster] heeft volgens haar de brief van 14 december 2022, verzonden door Leger des Heils, niet van Leger des Heils ontvangen terwijl haar naam daarin meermaals is genoemd. Daarom vermoedt zij dat er meer documenten met opzet zijn achtergehouden. Daarnaast bevat de brief onjuistheden en is een citaat uit een e-mailbericht van [verzoekster] zonder haar toestemming daarin opgenomen. Verder klaagt zij dat onduidelijk is gebleven hoe Leger des Heils tot het besluit is gekomen geen verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen aan te vragen; zij is niet uitgenodigd voor evaluaties of de Jeugdbeschermingstafel waarin het besluit is genomen. Dat had volgens haar wel gemoeten.
Bij brief van 6 juni 2023 van Leger des Heils aan [verzoekster] maakt Leger des Heils onder andere excuses aan [verzoekster] voor het opnemen van het voornoemde citaat in de brief van 14 december 2022 en voor het haar niet op de hoogte brengen van een geplande Jeugdbeschermingstafel.
Bij brief van 11 juni 2024 heeft Leger des Heils aan [verzoekster] geschreven met antwoorden op vragen die door [verzoekster] tijdens het gesprek van 3 juni 2024 zijn gesteld.
3 Het verzoek en het verweer
[verzoekster] heeft aan de rechtbank geschreven dat zij beoordeling van haar zaak wenst op grond van het herziene verzoekschrift, zodat de eerste versie van het verzoekschrift buiten beschouwing kan worden gelaten. Daarom zullen in het hiernavolgende de verzoeken en standpunten van [verzoekster] uit het herziene verzoekschrift worden weergegeven en beoordeeld.
[verzoekster] verzoekt dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
I. het Leger des Heils beveelt om binnen één maand na betekening van deze beschikking of een door de rechtbank te bepalen redelijke termijn digitaal aan [verzoekster] een volledig overzicht te vertrekken van alle persoonsgegevens en de verwerking daarvan (objectieve en subjectieve informatie) die betrekking hebben op [verzoekster] en die zijn opgenomen in het dossier van [kind 1] , op straffe van een dwangsom;
II. het Leger des Heils beveelt om binnen één maand na betekening van deze beschikking of een door de rechtbank te bepalen redelijke termijn digitaal aan [verzoekster] mede te delen welke persoonsgegevens uit het dossier van [kind 1] aan derden zijn verstrekt; en zo ja van wie en door wie (de auteur van het document), op straffe van een dwangsom;
III. een onafhankelijke derde benoemt die zal controleren of het verzoek van [verzoekster] naar de regels in de AVG2 volledig, juist en zorgvuldig is behandeld en die [kind 2] informeert over de gemaakte fouten, waarbij de kosten voor rekening van Leger des Heils komen;
IV. het Leger des Heils veroordeelt in de proceskosten.
[verzoekster] neemt aan dat in het dossier van [kind 1] onjuiste persoonsgegevens zijn opgenomen en zijn gedeeld met derden. Uit aan haar verstrekte documenten blijkt namelijk dat er fouten zijn gemaakt en daarnaast heeft een schriftelijke verklaring van een externe geleid tot negatieve gevolgen voor [verzoekster] , zoals volgt uit bijlage 2 b en c bij het verzoekschrift. Daarom heeft zij schriftelijk verzocht om inzage in alle door Leger des Heils van haar verwerkte persoonsgegevens in het dossier van [kind 1] . Zij wil de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens controleren en waar nodig verdere stappen ondernemen. Leger des Heils heeft echter niet volledig aan haar verzoek voldaan en is onnauwkeurig geweest. [verzoekster] stelt dat bepaalde documenten zouden moeten bestaan maar onterecht niet aan haar zijn verstrekt en dat geen volledig logging overzicht is gegeven van de medewerkers van Leger des Heils in het dossier van [kind 1] . [verzoekster] noemt in haar verzoekschrift elf voorbeelden waaruit volgt dat niet volledig aan haar verzoeken is voldaan. Gelet hierop betwijfelt [verzoekster] of Leger des Heils transparant en volledig wil zijn in het verstrekken van inzage in persoonsgegevens. Zij vermoedt dat er een schaduwdossier wordt aangehouden. Daarom verlangt zij dat een derde wordt ingeschakeld, zoals een auditor of deskundige op het gebied van gegevensbescherming om objectiviteit, transparantie en volledigheid te waarborgen in de te verstrekken persoonsgegevens van [verzoekster] uit het dossier van [kind 1] , een onderzoek te starten naar de echte auteurs van de opgemaakte documenten van 14 en 20 december 2022 en het helpen met het opstellen van een verklaring en naleving van de AVG te waarborgen. [verzoekster] stelt verder nog dat er onterecht persoonsgegevens van [kind 2] zijn gedeeld nadat [verzoekster] haar verzoek om inzage in haar persoonsgegevens heeft gedaan, terwijl dit niet relevant is. [verzoekster] betwijfelt of dit in overeenstemming is met de AVG en verlangt dat [kind 2] daarover wordt geïnformeerd en hem wordt uitgelegd wat hij hiertegen kan doen. [verzoekster] betwijfelt voorts of voor [kind 2] en [kind 1] separate dossiers zijn aangemaakt.
Leger des Heils meent vooraleerst dat [verzoekster] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek onder II., voor zover het betreft welke gegevens aan derden zijn verstrekt. Dat verzoek heeft zij namelijk nog niet eerder aan Leger des Heils gedaan. Leger des Heils betoogt vervolgens dat de verzoeken moeten worden afgewezen, omdat reeds volledige inzage is gegeven in de persoonsgegevens van [verzoekster] die door Leger des Heils zijn verwerkt én een volledig logging overzicht is verstrekt van de pedagogen die toegang hebben gehad tot het dossier van [kind 1] . [verzoekster] heeft een afschrift ontvangen van alle stukken waarin persoonsgegevens van [verzoekster] zijn verwerkt uit het dossier van [kind 1] , het gezamenlijke contactjournaal in de zaken van [kind 1] en [kind 2] en e-mailcorrespondentie met derden. Leger des Heils betoogt dat [verzoekster] , nu volledig aan haar verzoek is voldaan door Leger des Heils, met haar verzoeken misbruik maakt van haar inzagerecht als bedoeld in artikel 3:13 BW. Zij wil namelijk niet controleren of de van haar verwerkte persoonsgegevens correct en rechtmatig zijn verwerkt, maar veeleer bevestiging van haar visie op de werkelijkheid en dat zij terecht de hulpverlening wantrouwt, waaronder Leger des Heils. Leger des Heils betwist dat er een schaduwdossier bestaat en betwist vervolgens ook ieder van de elf door [verzoekster] gegeven voorbeelden, waarbij zij meermaals aanvoert dat documenten die volgens [verzoekster] moeten bestaan, niet bestaan of reeds zijn verstrekt voor zover daarin haar persoonsgegevens staan.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.