Home

Rechtbank Limburg, 27-11-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:12041, C/03/251118 / FA RK 18-2155

Rechtbank Limburg, 27-11-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:12041, C/03/251118 / FA RK 18-2155

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
27 november 2018
Datum publicatie
20 december 2018
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2018:12041
Formele relaties
Zaaknummer
C/03/251118 / FA RK 18-2155

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor erkenning door biologische vader op grodn van artikel 1:204 lid 3 sub b BW. Intended family life.

Uitspraak

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 27 november 2018

Zaaknummer: C/03/251118 / FA RK 18-2155

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake:

[verzoeker],

verzoeker, verder te noemen: de man,

wonend te [woonplaats],

advocaat mr. B. Lynen, kantoorhoudend te Kerkrade.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[belanghebbende],

verder te noemen: de moeder,

wonend te [woonplaats],

advocaat mr. B.M.A. Jegers, kantoorhoudend te Heerlen,

ter zake het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming tot erkenning tevens

de minderjarige:[minderjarige],

verder te noemen: [minderjarige],

geboren op [2018] te [geboorteplaats],

in rechte vertegenwoordigd door mr. J.P.C.M. van Riet, advocaat, kantoorhoudend te Hoensbroek, gemeente Heerlen,in zijn hoedanigheid van bijzondere curator voor [minderjarige],

verder te noemen: de bijzondere curator.

Wederom gezien de stukken, waaronder de beschikking van deze rechtbank van 19 juni 2018.

1 Het verdere verloop van de procedure

Het verdere procesverloop blijkt uit:

-

het verweerschrift van de moeder van 6 juli 2018;

-

het verslag van de bijzondere curator van 12 juli 2018;

-

de mondelinge behandeling van 30 oktober 2018 waar zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door mr. Lynen;

- de moeder, bijgestaan door mr. Teerling, waarnemend voor mr. Jegers;

- de bijzondere curator;

- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost-Nederland, locatie Maastricht, verder te noemen: de raad.

2 Het verzoekschrift van de man

De verzoeken strekken ertoe dat de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

-

aan de man vervangende toestemming verleent tot erkenning van [minderjarige] en aan de man vervangende toestemming verleent om [minderjarige] de geslachtsnaam van de man te geven;

-

een omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] vaststelt, zoals in het petitum van het verzoekschrift nader is omschreven;

-

de man, samen met de moeder, met het gezag over [minderjarige] belast;

-

kosten rechtens.

Aan voormelde verzoeken heeft de man het navolgende ten grondslag gelegd.

De man heeft gesteld dat partijen ruim vijftien jaar zeer goed bevriend met elkaar zijn en dat er op enig moment sprake is geweest van een zeer korte amoureuze relatie. Bij de moeder bestond al jaren de wens om een kind te krijgen. De man heeft na een zorgvuldige afweging van belangen beslist dat hij die wens wilde vervullen. Partijen hebben gekozen voor kunstmatige inseminatie. Vervolgens hebben zij duidelijke afspraken gemaakt betreffende hun ongeboren kind, welke het volgende inhielden:

- de man zal het kind erkennen en het kind krijgt de achternaam van de man;

- de man heeft in eerste instantie bij de moeder omgang met het kind, waarna vervolgens de omgang tussen de man en het kind één keer per veertien dagen gedurende het weekend zal plaatsvinden;

- vakanties en feestdagen worden in onderling overleg gedeeld.

Toen de man vervolgens aangaf ook samen met de moeder te willen worden belast met het ouderlijk gezag over hun kind is onenigheid tussen partijen ontstaan. Helaas hebben partijen sindsdien weinig tot geen contact meer. Dat de man een volwaardige rol als vader zou gaan spelen volgt ook uit de brief van de moeder aan de man van 15 juli 2017, waaruit ook de afspraken tussen partijen blijken. Naar de mening van de man staat niets aan zijn erkenning van zijn dochter in de weg. Gelet op de intentie van partijen was het de bedoeling dat de man als vader op zeer regelmatige basis omgang met zijn kind zou hebben en het kind dan ook mee zou verzorgen. De man acht het zeer in het belang van het kind dat beide ouders op gelijkwaardige wijze bij het kind zijn betrokken. Er is geen enkele reden waarom er geen gezamenlijk gezag zou kunnen zijn. Er is geen risico dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders.

3 Het verweerschrift van de moeder

De moeder heeft verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, dan wel deze af te wijzen, kosten rechtens.

De moeder heeft gesteld dat de vriendschap tussen partijen pas de laatste drie jaren hecht te noemen is en zij betwist met klem dat er sprake is geweest van een amoureuze relatie. De moeder heeft nooit affectieve gevoelens voor de man gehad omdat zij lesbisch is.

Op enig moment heeft de moeder de man gevraagd of hij als zaaddonor wilde fungeren. De man heeft daarmee ingestemd. De man heeft zijn zaad in een speciaal daarvoor bestemd doosje bij de moeder aangeleverd, zodat de moeder zichzelf hiermee door middel van een spuit kon insemineren. De moeder bleek twee weken na de inseminatie al zwanger te zijn. De man heeft niet als verwekker te gelden, maar als zaaddonor. Er is geen geslachtsgemeenschap geweest. Voorafgaand aan de inseminatie hebben partijen mondelinge afspraken gemaakt. De man zou het kind mogen erkennen, het kind zou de achternaam van de man krijgen, de man mocht het kind bezoeken bij de moeder thuis, doch het ouderlijk gezag zou eenhoofdig bij de moeder berusten. Dat laatste was een harde eis omdat de man nauwelijks voor zichzelf kan zorgen. Hij is verslaafd aan verdovende middelen, zit in de schuldsanering en zijn woning is een puinhoop. Er zou ook geen sprake zijn van een onbegeleide omgangsregeling, evenmin is overeengekomen dat de vakantie en feestdagen in onderling overleg gedeeld zouden worden.

De man is zaaddonor en daarmee de biologisch vader van het kind. De rechtbank kan dan enkel vervangende toestemming voor erkenning verlenen als vast komt te staan dat de man in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Voor de zwangerschap heeft de man meermaals zijn twijfels uitgesproken over het afleveren van het zaad, direct na de bevruchting leek de man ongeïnteresseerd. De man is niet bij de bevalling aanwezig geweest en op geen enkele afspraak bij de verloskundige, ziekenhuis en consultatiebureau. De man is niet betrokken geweest bij de voornaam keuze. De man heeft gedurende de zwangerschap niet geïnformeerd naar het kind en heeft [minderjarige] nog nooit ontmoet. Hieruit volgt dat de man niet in nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Het contact tussen partijen is verbroken omdat de man onbetrouwbaar bleek in het nakomen van de gemaakte afspraken door opeens gezamenlijk gezag te eisen. Het staat de moeder vrij op haar afspraken terug te komen. De moeder is altijd stellig geweest tegenover de man dat zij een alleenstaande moeder met een bekende spermadonor wilde zijn. De man is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot verlenen van vervangende toestemming tot erkenning.

Voor het geval dat de rechtbank het verzoek vervangende toestemming tot erkenning zou toewijzen, verzoekt de moeder de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek om het kind zijn achternaam te geven, want het is niet in het belang van kind de achternaam nu nog te gaan wijzigen zonder enige deugdelijke onderbouwing. In dat geval geeft de moeder wat betreft het verzoek van de man tot omgang nog aan dat de moeder de man niet in staat acht om onbegeleide omgang met een klein kind te hebben. De moeder meent dat de ontzeggingsgronden van artikel 1:377a lid 3 sub a en b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing zijn. Deze ontzeggingsgronden leiden tot afwijzing van het verzoek tot omgang. Indien de rechtbank inhoudelijk zou toekomen aan het omgangsverzoek dan ligt het voor de hand dat de raad eerst onderzoek gaat doen naar de wenselijkheid en mogelijkheden. De man is niet-ontvankelijk in zijn verzoek ter zake het gezag indien zijn verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning wordt afgewezen. Indien de rechtbank dat verzoek inhoudelijk zou gaan behandelen dan ligt ook hier een onderzoek van de raad voor de hand.

4. Het standpunt van de bijzondere curator ter zake het verzoek tot verlenen van vervangende toestemming tot erkenning

De bijzondere curator heeft het standpunt ingenomen dat er geen bezwaar bestaat tegen toewijzing van het verzoek tot verlening van vervangende toestemming tot erkenning. De bijzondere curator heeft aangegeven dat de man niet de verwekker maar de biologische vader van het kind is en dat er geen sprake is van ‘family life’. Partijen hebben wel langdurig en veel gesproken over de toekomst van het kind en daarover afspraken gemaakt. Het was de wens van beide ouders dat de man betrokken was bij het kind. Op de afspraak van partijen dat de man de juridische ouder van het kind zou worden, kan en mag niet lichtvaardig worden teruggekomen.

5 Het standpunt van de raad

6 De beoordeling

7 De beslissing