Rechtbank Limburg, 23-07-2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:10056, C/03/261359 / FA RK 19-768
Rechtbank Limburg, 23-07-2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:10056, C/03/261359 / FA RK 19-768
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 23 juli 2019
- Datum publicatie
- 11 november 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2019:10056
- Zaaknummer
- C/03/261359 / FA RK 19-768
Inhoudsindicatie
Nietigverklaring huwelijk. Nietigverklaring werkt ook ten aanzien van de vrouw terug tot het tijdstip van de huwelijksvoltrekking.
Uitspraak
Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 23 juli 2019
Zaaknummer: C/03/261359 / FA RK 19-768
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven in de zaak van:
[verzoeker] ,
verzoeker, verder te noemen: [verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. G.M.B.R. Niellissen, kantoorhoudende te Geleen, gemeente Sittard-Geleen.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende 1] ,
verder te noemen: de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. A.J. Crombag, kantoorhoudende te Beek,
[belanghebbende 2] ,
verder te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. N.R. Heilhof, kantoorhoudende te Maastricht,
[belanghebbende 3] ,
verder te noemen: [belanghebbende 3] ,
wonende te Grevenbicht, gemeente Sittard-Geleen,
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht.
Wederom gezien de stukken, waaronder de beschikking van deze rechtbank van 15 mei 2019.
1 Het verdere verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het door mr. Crombag namens de man op 14 juni 2019 ingediende verweerschrift.
De zaak is behandeld ter zitting van 14 mei 2019.
Verschenen zijn:
- -
-
mr. Niellissen namens [verzoeker] ;
- -
-
mr. Crombag namens de man;
- -
-
de vrouw en mr. Heilhof;
- -
-
[getuige 2] , ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, vergezeld van E.M.A. Budé-Nafzger (verder te noemen: Budé) en [getuige 1] (verder te noemen: [getuige 1] );
- -
-
J.A.W.H. Spronken (verder te noemen: Spronken), in haar hoedanigheid van bewindvoerder/mentor van de man.
[belanghebbende 3] is behoorlijk opgeroepen voor de zitting, maar is niet verschenen.
Partijen hebben ter zitting hun standpunten uiteengezet. Mr. Niellissen heeft een pleitnota (met producties) overgelegd. De pleitnota is deels voorgedragen.Budé, [getuige 1] en Spronken zijn als informanten gehoord. Budé heeft een door haar ter zitting voorgelezen schriftelijke verklaring aan de rechtbank overhandigd.
2 De feiten
2.1.
[verzoeker] en [belanghebbende 3] zijn de zonen van de man uit zijn eerste huwelijk met [naam] .
2.2.
De man en de vrouw zijn op [1999] te [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd. Bij beschikking van deze rechtbank van 28 november 2016 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. Op 3 januari 2017 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in het daartoe bestemde register van de burgerlijke stand.
2.3.
Bij beschikking van 24 augustus 2016 van de burgemeester van de gemeente Heerlen is de man op grond van artikel 20, lid 3, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) in bewaring gesteld in psychiatrisch ziekenhuis Mondriaan te Heerlen. In de door J. van Dijk, psychiater te Mondriaan, met het oog op het verkrijgen van een last tot inbewaringstelling afgegeven geneeskundige verklaring is als voorlopige diagnose vermeld: ‘organisch psychosyndroom / dementieel beeld’
2.4.
Bij beschikking van 21 juni 2018 van deze rechtbank is een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 2 Wet Bopz verleend om de man te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van maximaal zes maanden.
In die beschikking is, voor zover hier van belang, het navolgende overwogen:
‘De rechtbank stelt op grond van tijdens de hoorzitting verkregen inlichtingen van de specialist ouderengeneeskunde vast dat bij betrokkene sprake is van een stoornis van de geestvermogens, de stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar (als in de geneeskundige verklaring in rubriek 5 nader omschreven) doet veroorzaken en het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie van het Alzheimertype en is al diverse malen opgenomen geweest.”
2.5.
Bij besluit van 9 augustus 2018 heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ, na een op 31 juli 2018 voor de man aangevraagd onderzoek op grond van artikel 60 Wet Bopz, besloten dat het noodzakelijk is dat de man verblijft in een Wet Bopz aangemerkte instelling.
Tevens heeft het CIZ bij besluit van 9 augustus 2018 in verband met een aanvraag voor de man tot zorg op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) besloten dat de man recht heeft op 24-uurszorg uit de Wlz, met als zorgprofiel ‘Beschermd wonen met intensieve dementiezorg’ met ingang van 9 augustus 2018 voor onbepaalde tijd.
In het kader van de onderzoeken door het CIZ is een medewerker van het CIZ op 9 augustus 2018 bij de man op bezoek geweest.
2.6.
Bij op 24 oktober 2018 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift heeft de vrouw aan de kantonrechter de onderbewindstelling van de man als bedoeld in titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de instelling van een mentorschap als bedoeld in titel 20 van Boek 1 BW ten aanzien van de man verzocht.
Als reden voor de onderbewindstelling heeft de vrouw in het verzoekschrift aangekruist dat de man als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Als reden voor het mentorschap heeft zij in het verzoekschrift aangekruist dat de man als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of wordt bemoeilijkt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.Daarbij heeft de vrouw vermeld dat het vorenstaande blijkt uit de volgende feiten:
De diagnose “dementie” gesteld door de arts Ehling in Mondriaan (Heerlen) + RM t/m 21/12/18.”
Op 19 december 2018 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek ten overstaan van de kantonrechter plaatsgevonden op het verblijfadres van de man. De man was daarbij aanwezig. Bij die mondelinge behandeling heeft [verzoeker] ook een verzoek tot instelling van een bewind/mentorschap ten behoeve van de man ingediend. Bij beschikking van de kantonrechter van 21 december 2018 is de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek en zijn met ingang van de datum van de beschikking de goederen die (zullen) toebehoren aan de man wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder bewind gesteld en is ten behoeve van de man een mentorschap ingesteld. Tot bewindvoerders en mentoren zijn benoemd: Spronken en J.J.M. Lienaerts, vennoten van Lienaerts Bewindvoeringen V.O.F.
Op [2018 1] zijn de man en de vrouw te [huwelijksplaats] weer met elkaar gehuwd. De huwelijksakte komt voor in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht in het jaar 2018 onder [aktenummer] . Het huwelijk is voltrokken door Budé en als getuigen bij het huwelijk zijn opgetreden: [getuige 2] en [getuige 1] .
2.8.
De bewindvoerder/mentor Spronken heeft op grond van de op 9 augustus 2018 door het CIZ gegeven indicatie beslist dat de man naar zorgcentrum De Beyaert in Maastricht wordt overgeplaatst. Sinds 10 januari 2019 verblijft hij op een gesloten afdeling van dat zorgcentrum.
2.9.
In maart 2019 hebben de bewindvoerders/mentoren van de man bij deze rechtbank een verzoek aan de kantonrechter ingediend tot ondercuratelestelling van de man op de grond dat hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk kan waarnemen of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand.
Dat verzoek is door de kantonrechter afgewezen.
3 Het verzoek
3.1.
Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe dat de rechtbank bij beschikking, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het op [2018 1] te [huwelijksplaats] tussen de man en de vrouw voltrokken huwelijk zal nietig verklaren, waarbij die nietigverklaring terugwerkt tot het tijdstip van het aangaan van het huwelijk, met veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure.
3.2.
Aan voormeld verzoek is ten grondslag gelegd dat de geestvermogens van de man ten tijde van het aangaan van het huwelijk zodanig gestoord waren dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen of de betekenis van zijn verklaring te begrijpen.
Daartoe is het navolgende aangevoerd:
In 2016 was de eerste rechterlijke machtiging van de man in het kader van de Wet Bopz. In die periode werd ook de echtscheidingsprocedure tussen de man en de vrouw afgewikkeld. Na afloop van de rechterlijke machtiging is de man in januari 2017 opnieuw bij de vrouw gaan wonen vanuit praktische overwegingen. Zij zou voor hem zorgen, zodat hij niet naar een instelling zou hoeven en hij zou op zijn beurt de huur en vaste lasten betalen. Die woonsituatie heeft tot een escalatie geleid en in april 2018 is de man opnieuw (onvrijwillig) bij Mondriaan opgenomen. Uit het onderzoek van het CIZ in het kader van het indicatiebesluit met betrekking tot de Wlz is gebleken dat de man vanwege dementie niet meer in staat is om zijn dagelijkse leven te regelen. Hij heeft geheugenproblemen en kan niet altijd zijn zorgbehoefte goed inschatten. Hij kwam in aanmerking voor een zorgprofiel beschermd wonen met intensieve dementiezorg. Gedurende de laatste rechterlijke machtiging van de man op grond van de Wet Bopz heeft de vrouw bij de rechtbank een verzoek ingediend voor het instellen van een bewind/mentorschap voor de man, waarbij zij heeft voorgesteld om zelf tot bewindvoerder/mentor te worden benoemd. [verzoeker] heeft van dat verzoek via zijn oom en tante vernomen. De vrouw heeft noch [verzoeker] noch [belanghebbende 3] daarover geïnformeerd. Slechts drie dagen na de beschikking van de kantonrechter, waarbij het bewind/mentorschap voor de man werd ingesteld, heeft zij de man (hij had toen een aantal uren proefverlof voor de kerstdagen) bij Mondriaan opgehaald en meegenomen naar het gemeentehuis in Maastricht om daar opnieuw met hem in het huwelijk te treden. Zij heeft de bewindvoerder/mentor, noch andere familieleden hiervan in kennis gesteld, niet op voorhand, maar ook niet achteraf. Zij heeft, toen zij de man op [2018 1] bij Mondriaan ophaalde, met geen woord gerept over het voorgenomen huwelijk tegen een medewerker van de afdeling en de eindverantwoordelijke behandelaar op dat moment. Eerst rond 22 januari 2019 heeft zij in een contact met zorgcentrum De Beyart melding gemaakt van het huwelijk. Uit de geneeskundige verklaring van 2016 in het kader van het verzoek tot inbewaringstelling van de man blijkt dat in 2016 reeds sprake was van een organisch psychosyndroom/dementieel beeld. Dementie kent een progressief ziektebeeld; de verschijnselen nemen steeds meer toe. Sinds de in april 2018 afgegeven nieuwe rechterlijke machtiging verbleef de man op een gesloten afdeling. Het feit dat hij op een gesloten afdeling verbleef betekent dat het dementiële beeld (zeer) ernstig is. Bij de zitting in het kader van het bewind/mentorschap kwam naar voren dat hij geen enkel besef had waar de hoorzitting over ging. Het is volstrekt onaannemelijk dat hij slechts drie dagen na de beschikking betreffende het bewind/mentorschap wel volledig het besef had over het sluiten van het huwelijk en de gevolgen die dit huwelijk zou hebben. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft desgevraagd verklaard zich op basis van een momentopname een indruk te vormen van de man en die was dusdanig dat het huwelijk kon worden voltrokken. De vrouw heeft de ambtenaar niet geïnformeerd over de klinische opname van de man op een gesloten afdeling in verband met het dementieel ziektebeeld. Zij heeft wel verteld dat hij terminaal zou zijn, hetgeen volstrekt niet aan de orde is. Zij heeft welbewust een verkeerd beeld geschetst van de omstandigheden waarin de man zich bevond ten tijde van het sluiten van het huwelijk. De mentale toestand van de man was en is dusdanig dat hij de gevolgen van zijn ja-woord niet kan overzien. De behandelend psychiater van de man in Mondriaan, de heer T. Ehling (verder te noemen: Ehling) heeft in zijn e-mail van 14 februari 2019 aan de bewindvoerder bevestigd dat de man zich op [2018 1] zeker in een ver gevorderde fase van zijn dementie, te weten de ziekte van Alzheimer, bevond, echter van een “terminale” fase was op dat moment geen sprake. Ook acht Ehling de man niet in staat om op [2018 1] zijn belangen in goede orde te behartigen. Verder wordt verwezen naar de ontslagbrief van Ehling in het kader van de overdracht van Mondriaan naar Beyart, waaruit volgt dat er sprake is van een dementieel ziektebeeld bij de man, waarbij hij 24-uurs zorg nodig heeft. Hij heeft onder meer problemen met nadenken, oriëntatie, is vaak verward, confabuleert, praat onsamenhangend, begrijpt de afdeling niet en heeft bijna geen heldere momenten meer. De vrouw heeft misbruik gemaakt van de uiterst kwetsbare positie waarin de man zich bevindt. Terwijl zij wist dat de man onder bewind en mentorschap stond in verband met een ernstig dementieel beeld, heeft zij hem meegenomen naar het gemeentehuis en hem ‘ja’ laten zeggen en een akte laten ondertekenen waarvan hij de gevolgen niet kon en kan overzien. Hij staat onder bewind en heeft een mentor hetgeen betekent dat hij niet in staat is en was om de rechtsgevolgen van zijn rechtshandeling te overzien. De man heeft ook geen enkel belang bij dit huwelijk. De enige die bij het huwelijk belang heeft is de vrouw, die door dit huwelijk rechten en aanspraken krijgt die zij daarvoor niet had. Gedacht dient te worden aan de aanspraken op een tweepersoons unit binnen de Beyart, maar ook aan aanspraken die zij vergaart op het pensioen (ouderdoms-en nabestaandenpensioen) van de man en als erfgenaam van de man na diens overlijden. Gezien de rol van de vrouw in het geheel is een proceskostenveroordeling van haar op zijn plaats.