Home

Rechtbank Limburg, 04-05-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3874, C/03/290810 / KG ZA 21-139

Rechtbank Limburg, 04-05-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:3874, C/03/290810 / KG ZA 21-139

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
4 mei 2021
Datum publicatie
11 mei 2021
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:3874
Formele relaties
Zaaknummer
C/03/290810 / KG ZA 21-139

Inhoudsindicatie

Aanbestedingsrecht. Uitleg knock out-eis.

Verklaring van toeleverancier van inschrijver dat de inkoopcondities van de inschrijver van toepassing zijn op de offerte.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/290810 / KG ZA 21-139

Vonnis in kort geding van 4 mei 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BECHTLE GROEP NL PUBLIC B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres,

advocaat mr. M. de Wijs,

tegen

de coöperatie

INKOOPCENTRUM ZUID, COÖPERATIEVE VERENIGING VAN AANBESTEDENDE DIENSTEN U.A.,

gevestigd te Venlo, kantoorhoudend te Echt, gemeente Echt-Susteren,

gedaagde,

advocaat mr. J.D.E. van den Heuvel,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRALPOINT B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

tussenkomende partij,

advocaat mr. drs. F.J.J. Cornelissen.

Partijen zullen hierna Bechtle, ICZ en Centralpoint genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 16 april 2021, met producties,

-

de brief van 26 april 2021 van ICZ, met producties waarvan is aangegeven dat een deel daarvan vertrouwelijke gegevens bevat over de inschrijving van Bechtle en waarvan alleen de voorzieningenrechter kennis mag nemen,

-

de conclusie tot tussenkomst,

-

de brief van 28 april 2021 van Bechtle, met producties,

-

de akte houdende eiswijziging van Bechtle,

-

de mondelinge behandeling van 29 april 2021,

-

de pleitnota van Bechtle,

-

de pleitnota van ICZ,

-

de spreekaantekeningen van Centralpoint.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting op het incident tot tussenkomst positief beslist, omdat de vordering voldoet aan de eis gesteld in artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en heeft daarbij de bezwaren van Bechtle gepasseerd.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft ter zitting op het verzoek van ICZ bepaalde door haar ingediende stukken alleen door de rechter te laten inzien positief beslist. Het betreft bedrijfsvertrouwelijke informatie en de stukken zijn in het geding gebracht door de aanbestedende dienst ICZ, die in het kader van de Aanbestedingswet de vertrouwelijke omgang met dergelijke gegevens jegens elke inschrijver moet waarborgen. De stukken zien op de inschrijfprijs en het tweede argument voor het terzijdeleggen van de inschrijving van Bechtle. De bezwaren van de tussenkomende partij Centralpoint worden gepasseerd, omdat het belang van de aanbestedende dienst én de verliezende inschrijver bij zorgvuldige beoordeling van de grond voor terzijdelegging op voorhand van doorslaggevend gewicht wordt geacht.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

ICZ heeft een Europese openbare aanbesteding in de markt gezet betreffende ICT-hardware en additionele dienstverlening. De aanbesteding is opgedeeld in vijf percelen: 1) werkplekken met maximale opdrachtwaarde € 12.000.000, 2) rekencentrum hardware met maximale waarde € 15.000.000, 3) smartphones en tablets met maximale waarde€ 5.000.000, 4) audiovisuele middelen, met maximale waarden € 2.000.000 en 5) accessoires met maximale waarde € 3.000.000.

De bedoeling is op de percelen 1, 3, 4 en 5 één aanbieder te contracteren die een raamcontract zal worden aangeboden voor de duur van een jaar, met de mogelijkheid van driemaal een verlenging van een jaar. Voor perceel 2 geldt een afwijkende regeling wat betreft de beoordeling en het aantal contractanten.

2.2.

In deze kortgedingprocedure gaat het om de percelen 1, 3 en 5.

2.3.

In § 4.10 van de Inschrijfleidraad zijn de verschillende fases in de beoordeling van de inschrijvingen beschreven:

“De beoordeling van de Inschrijvingen vindt plaats volgens de onderstaande stappen:

1. Controle op volledigheid en de door de Opdrachtgever gestelde voorwaarden aan de Inschrijving van Hoofdstuk 5.

2. Vervolgens zullen de uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en programma van eisen betreffende deze Aanbesteding beoordeeld worden. Dit wordt uiteengezet in Hoofdstuk 6.

3. Daarna zullen de Inschrijvingen aan de hand van de gunningcriteria (zie Hoofdstuk 7) beoordeeld worden.”

2.4.

De geschiktheidseisen en de eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de opdracht zijn opgenomen in het programma van eisen (hierna: PvE). Alle (geschiktheids) eisen zijn elk afzonderlijk als een knock-out eis aangemerkt (§ 6.7 van de Inschrijfleidraad).

2.5.

Het gunningscriterium is de beste prijs/kwaliteitverhouding (§ 7.2 van de Inschrijfleidraad).

2.6.

De inschrijfprijs wordt bepaald aan de hand van een zogenaamd “winkelmandje” met daarin de prijzen voor de producten op basis van de inkoopprijs en het opslagpercentage (marge op de inkooprijs). Voor de inschrijfprijs wordt uitgegaan van een meetdatum.

2.7.

Bij brief van 29 maart 2021 heeft ICZ de gunningsbeslissing op de inschrijvingen op de percelen 1, 3 en 5 medegedeeld aan Bechtle. De percelen 1, 3 en 5 zullen worden gegund aan Centralpoint. De gunningsmededeling luidt, voor zover relevant, als volgt.

“(...) hebt u een inschrijving gedaan op de percelen 1 (werkplekken), 3 (smartphones en tablets) en 5 (accessoires).

ICZ heeft besloten uw inschrijving als niet geldig te kwalificeren om twee redenen.

Uw inschrijving is niet besteksconform. U voegt bij uw inschrijving een offerte van uw toeleverancier, maar u laat deze niet vergezellen van een verklaring van uw toeleverancier dat de geoffreerde prijs van het betreffende product is op basis van de inkoopcondities van u als inschrijver, waardoor u niet voldoet aan de gestelde eis 15 en de in dit verband gegeven antwoorden op vraag 24 en 66.

Voorts is uw inschrijving manipulatief en derhalve ook om deze reden ongeldig.

Ter toelichting dient het navolgende.

Eis 15 is naar aanleiding van enkele vragen in het inlichtingen fase gewijzigd. In plaats van een accountantsverklaring is in het kader van de verificatie van de inkoopprijs van de inschrijver, niet alleen de eis gesteld dat de inschrijver van zijn toeleverancier de inkoopprijs van het product toevoegt aan de inschrijving, maar ook dat deze vergezeld dient te gaan van een “ verklaring ” van de toeleverancier, dat de geoffreerde prijs van het betreffende product, “is op basis van de inkoopcondities van de inschrijver.” Bij uw inschrijving hebt u geen verklaring van uw toeleverancier bijgevoegd als hier bedoeld. De offerte d.d. 18 februari 2021 van [X] B.V. is een offerte waarop [X] B.V. haar eigen Algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Niet blijkt dat de offerte is afgegeven op basis van de inkoopcondities van Bechtle. Uw inschrijving voldoet niet aan de gesteld eis 15.

(...)

2.8.

Naar aanleiding van het antwoord op vraag 24 van de Nota van Inlichtingen (hierna: NvI) is eis 15 PvE van de percelen 1, 3 en 5 gelijkluidend als volgt:

“Om de inkoopprijs per product van de inschrijver te verifiëren, dient de inschrijver, de inkoopprijs van zijn toeleverancier per product toe te voegen aan de inschrijving, vergezeld met een verklaring van de toeleverancier dat de geoffreerde prijs van het betreffende product, is op basis van de inkoopcondities van de inschrijver. De inschrijver voegt bij zijn inschrijving de contactgegevens van zijn toeleverancier per product, zodat de aanbestedende dienst bij significante afwijkingen de afgegeven prijzen nog kan toetsen.”

2.9.

Het antwoord op vraag 66 NvI luidt, voor zover relevant:

“Uw inkoopprijs van de producten in de inschrijving is op basis van uw inkoopcondities, bij uw toeleverancier. (...) ”

2.10.

In § 4.6 van de Inschrijfleidraad is bepaald dat de NvI prevaleert boven de Inschrijfleidraad.

3 Het geschil

3.1.

ICZ noch Centralpoint hebben bezwaren geuit tegen de door Bechtle tijdig en schriftelijk aangekondigde wijziging van eis, zodat de voorzieningenrechter op die eis recht zal doen.

3.2.

Bechtle vordert na wijziging van eis bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

Primair

1. ICZ te gebieden, om binnen een week na de datum van het in dezen te wijzen vonnis, de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden en te verbieden uitvoering te geven aan de voorgenomen gunningsbeslissing.

II. ICZ te gebieden, voor zover zij de opdracht nog wil gunnen, over te gaan tot herbeoordeling van alle toegelaten inschrijvingen waarbij de inschrijving van Bechtle niet ter zijde wordt gelegd en in die beoordeling wordt meegenomen, waarna een nieuwe gunningsbeslissing wordt genomen met daarin wederom een standstilltermijn.

Subsidiair

III. ICZ te gebieden, om binnen een week na de datum van het in dezen te wijzen vonnis, de voorgenomen gunningsbeslissing (zoals overgelegd als productie 7 bij de dagvaarding) in te trekken en ingetrokken te houden en te verbieden uitvoering te geven aan die voorgenomen gunningsbeslissing.

IV. ICZ te gebieden, voor zover zij de opdracht nog wil gunnen, over te gaan tot (primair) herbeoordeling van de toegekende punten aan de andere toegelaten inschrijvingen en daarbij tevens de inschrijving van Bechtle te herbeoordelen, dan wel (subsidiair) alleen de inschrijving van Bechtle te herbeoordelen, waarbij (zowel primair als subsidiair) de inschrijving van Bechtle niet ter zijde mag worden gelegd op de gronden die in de gunningsbeslissing (zoals overgelegd als productie 7 bij de dagvaarding) zijn aangevoerd, waarna een nieuwe gunningsbeslissing wordt genomen ten aanzien van in ieder geval de inschrijving van Bechtle met daarin wederom een standstilltermijn.

Meer subsidiair

V. ICZ te gebieden, om binnen een week na de datum van het in dezen te wijzen vonnis, de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden en te verbieden uitvoering te geven aan de voorgenomen gunningsbeslissing.

VI. ICZ te gebieden, voor zover zij de opdracht nog wil gunnen, over te gaan tot heraanbesteding.

Uiterst subsidiair

VII. Elke andere voorlopige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Bechtle.

Primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair

VIII. Het onder I t/m VII van dit petitum op te leggen op straffe van verbeurte van een eenmalige en in geval van overtreding van het betreffende gebod of verbod direct opeisbare dwangsom ter hoogte van € 250.000,- (zegge: tweehonderdvijftigduizend euro), dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag.

IX. Met veroordeling van ICZ in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen een tegemoetkoming in de door Bechtle gemaakte kosten van juridische bijstand.

3.3.

Bechtle legt kort gezegd het volgende aan de vordering ten grondslag. Bechtle heeft door het overleggen van een offerte van de leverancier met de daarin vastgelegde inkoopprijs voldaan aan eis 15 PvE. De inkoopprijs is de verlangde inkoopconditie. De motivering van de gunningsbeslissing vindt geen steun in de aanbestedingsdocumenten.De algemene voorwaarden van de leverancier zijn bovendien gelijk aan die van Bechtle, die ter gelegenheid van de zitting ten bewijze worden overgelegd.

Bechtle betwist dat is ingeschreven met een manipulatieve lage prijs. Bechtle heeft ingeschreven met een scherpe prijs, die op dat moment kon worden gerealiseerd. Prijzen fluctueren nu eenmaal in deze branche. ICZ heeft voorts ten onrechte nagelaten de verificatieprocedure op de prijsvorming toe te passen.

Bechtle stelt recht op en spoedeisend belang bij degevraagde voorzieningen te hebben.

3.4.

ICZ en Centralpoint voeren gemotiveerd verweer.

3.5.

Centralpoint vordert in de hoofdzaak bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

I. Bechtle niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen af te wijzen, althans de door Bechtle gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad aan enige te treffen voorziening te onthouden,

II. ICZ te gebieden de raamovereenkomsten definitief aan Centralpoint te gunnen, althans ICZ te verbieden de raamovereenkomsten te gunnen aan een ander dan Centralpoint,

III. Bechtle te gebieden te gehengen en te gedogen dat de raamovereenkomsten definitief aan Centralpoint worden gegund,

met veroordeling van Bechtle in de (na)kosten van deze procedure vermeerderd met rente.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing