Home

Rechtbank Limburg, 23-06-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:5358, C/03/290037 / HA ZA 21-160

Rechtbank Limburg, 23-06-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:5358, C/03/290037 / HA ZA 21-160

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23 juni 2021
Datum publicatie
6 juli 2021
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:5358
Formele relaties
Zaaknummer
C/03/290037 / HA ZA 21-160

Inhoudsindicatie

Afwijzing provisionele vordering in het incident ex art. 223 Rv.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/290037 / HA ZA 21-160

Vonnis in incident op grond van artikel 223 Rv van 23 juni 2021

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE MONUMENTENCENTRALE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat: mr. P.H.L.M. Kuypers,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HEERLEN,

zetelend te Heerlen,

gedaagde,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. H.C. Lejeune,

2. de stichting

STICHTING ATELIER STADSREVISIE 'ASTA',

zetelend te Heerlen,

gedaagde,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. H.A.J. Stollenwerck,

3. [gedaagde, verweerder in het incident sub 3],

wonend te [woonplaats] ,

gedaagde,

verweerder in het incident,

advocaat: mr. H.A.J. Stollenwerck.

Partijen zullen hierna “ [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] ”, “de Gemeente”, “de Stichting” en “ [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] ” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de drie dagvaardingen betekend op 15 januari 2021, met daarin de incidentele vorderingen op grond van artikel 223 Rv en artikel 843a Rv,

-

de akte houdende producties van [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] ,

-

het antwoord in het incident ex artikel 223 Rv van de Gemeente, met producties,

-

de conclusie van antwoord in het incident van artikel 223 Rv van de Stichting en [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] ,

-

het verzoek van [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] tot het nemen van een nadere akte in het incident,

-

de bezwaren tegen het nemen van een nadere akte in het incident door [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] van de Gemeente,

-

de bezwaren tegen het nemen van een nadere akte in het incident door [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] van de Stichting en [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] ,

-

de beslissing tot afwijzing van het verzoek van [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident op grond van artikel 223 Rv.

2 De feiten

2.1.

De rechtbank zal bij het oordeel over de provisionele vordering uitgaan van de volgende feiten als voldoende aannemelijk gemaakt op basis van de ingenomen stellingen en in geding gebrachte producties.

2.2.

[gedaagde, verweerder in het incident sub 3] , ontwerper en kunstenaar, heeft een plan uitgewerkt om het aanzien van de binnenstad van Heerlen te verbeteren en te laten aansluiten op het Maankwartier, waarvoor hij als ontwerper verantwoordelijk was. Dit project met de naam ‘Atelier Stadsrevisie’ is door de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders omarmd (productie 4 bij conclusie in het incident van de Gemeente). Het project ‘Atelier Stadsrevisie’ wordt door de Gemeente gezien als een kunstproject en een sociaal project (productie 4 bij conclusie in het incident van de Gemeente). Belangrijk onderdeel van het project ‘Atelier Stadsrevisie’ is het bieden van oplossingen voor pandeigenaren, die de gevel van hun pand willen renoveren.

2.3.

Het jaar 2020 geldt voor de Gemeente als een proefjaar voor het project ‘Atelier Stadsrevisie’. Bij een positief resultaat zullen de werkzaamheden van [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] door een in te richten stichting worden uitgevoerd in de jaren 2021 en 2022 (productie 4 bij conclusie in het incident van de Gemeente; het collegevoorstel van 8 juli 2020 inzake het inhuren van [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] en productie 1 bij dagvaarding; de raadsinformatiebrief van 12 augustus 2020 inzake de werkzaamheden van [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] ).

2.4.

De Stichting is op 8 juli 2020 opgericht. Het doel van de Stichting wordt in artikel 2 van de oprichtingsakte omschreven als:

Het – zoveel mogelijk tezamen met alle daarbij betrokken partijen – bevorderen, ondersteunen, begeleiden en faciliteren van kunstproject “Atelier Stadsrevisie van de Heerlense kunstenaar [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] , alsmede het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn , een en ander in de ruimste zin des woords.

2.5.

In de begroting van de Gemeente wordt een bedrag van ruim € 400.000,00 gereserveerd voor renovatie van een groot aantal gevels door de Stichting.

2.6.

[gedaagde, verweerder in het incident sub 3] drijft een onderneming zonder personeel met de naam ‘ [onderneming] ’ en wordt – met terugwerkende kracht – voor de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 als ZZP-er ingehuurd door de Gemeente op basis van een payrollconstructie met [naam] ten behoeve van het project Atelier Stadsrevisie. Een en ander blijkt uit de bevestiging van de overeenkomst van 22 juli 2020 door [naam] (productie 3 bij conclusie in het incident van de Gemeente).

De overeengekomen vergoeding bedraagt € 135.000,00 ex btw voor [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] en € 7.890,00 (ex btw) voor [naam] . De kosten van [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] worden door de Gemeente betaald uit het budget van het Programma Centrum, kostenplaats Uitvoeringsregeling Gevelfonds (productie 4 bij conclusie in het incident van de Gemeente). De kosten van [naam] vallen onder de raamovereenkomst van 26 november 2018 die met Driessen B.V. is gesloten in het kader van payrolling en inhuur ZZP’ers (productie 5 bij conclusie in het incident van de Gemeente).

2.7.

Met [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] is een drietal kritieke prestatie-indicatoren overeengekomen in het kader van zijn werkzaamheden in het project ‘Atelier Stadsrevisie’ (productie 2 bij dagvaarding; de bijlage bij het collegevoorstel van 8 juli 2020). Het gaat om:

I. het realiseren van minimaal zeven panden uiterlijk 31 december 2020, waaronder het pand “de Worstenhemel”,

II. het maken van een realistisch ondernemingsplan voor 2021 en 2021 uiterlijk op1 november 2020, waarin begrepen liquiditeitsbegroting waaruit onder meer blijkt hoeveel de pandeigenaren financieren en hoeveel andere financiers betalen, een plan voor het aanboren van fondsen en subsidies en het inrichten van een zichtbaar, overtuigend en actief project ‘Atelier Stadsrevisie’ per 31 december 2020,

III. het zorgdragen voor een organisatiemodel voor het project ‘Atelier Stadsrevisie’, onder meer door het inrichten van een stichting en het oprichten van een vereniging, alsmede een model voor het baantrekken van vrijwilligers uiterlijk vóór 1 oktober 2020.

Het werk van [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] zal geëvalueerd worden. De Gemeente zal daarna een besluit nemen over voortzetting van het project (productie 4 bij conclusie in het incident van de Gemeente). [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] zal bij voortzetting van het project ‘Atelier Stadsrevisie’ dit uitvoeren binnen de Stichting.

2.8.

De Stichting doet een subsidieaanvraag bij de Gemeente in het kader van het project ‘Atelier Stadsrevisie’. Het betreft een bijdrage in de kosten van zes winkelpuien, de Worstenhemel en een bijdrage in de exploitatiekosten van de Stichting, alsmede een bijdrage voor het aanstellen van een project-assistent (productie 1 bij conclusie in het incident van de Gemeente).

De Gemeente geeft € 65.000,00 subsidie voor de zes winkelpuien en € 50.000,00 voor de Worstenhemel. De subsidie voor exploitatie van de Stichting en een project-medewerker wordt afgewezen, omdat in het Gevelfonds daarvoor geen budget beschikbaar is en de Gemeente ook geen andere middelen kan inzetten.

2.9.

Tot op heden heeft het project ‘Atelier Stadsrevisie’ nog geen (financieel) vervolg gekregen.

2.10.

Zowel het inhuren van [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] , als het verlenen van subsidies uit het Gevelfonds zijn bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders.

3 De vordering in de hoofdzaak

3.1.

[eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] vordert in de hoofdzaak, kort weergegeven, (1) een verklaring voor recht dat de Gemeente en/of de Stichting een overheidsopdracht inzake het project ‘Atelier Stadsrevisie’ in strijd met de Aanbestedingswet (hierna: “Aw”) en/of de beginselen van het Unieverdrag onderhands hebben gegund, en [eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident] vordert (2), op straffe van een dwangsom, vernietiging van rechtshandelingen tussen de Gemeente en/of de Stichting en [gedaagde, verweerder in het incident sub 3] onder ongedaanmaking van de rechtsgevolgen daarvan.

4 De vordering in het incident op grond van artikel 223 Rv

5 De beoordeling in het incident op grond van artikel 223 Rv

6 De beslissing