Rechtbank Midden-Nederland, 12-08-2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:6002, C/16/396103 / KG ZA 15-505
Rechtbank Midden-Nederland, 12-08-2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:6002, C/16/396103 / KG ZA 15-505
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2015
- Datum publicatie
- 12 augustus 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2015:6002
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:7519, Overig
- Zaaknummer
- C/16/396103 / KG ZA 15-505
Inhoudsindicatie
onrechtmatigheid tv-uitzending
Uitspraak
vonnis
Afdeling Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/396103 / KG ZA 15-505
Vonnis in kort geding van 12 augustus 2015
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. D.I.N. Levinson-Arps te Amsterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENDEMOL NEDERLAND MEDIAGROEP B.V.,
gevestigd te Amsterdam/Duivendrecht ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENDEMOL NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam/Duivendrecht ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SBS BROADCASTING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. [gedaagde sub 4],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagden,
advocaat mr. J.A. Schaap te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en Endemol c.s. genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 14 juli 2015 met producties, genummerd 1 tot en met 16;
- -
-
de akte houdende bezwaar tegen verzoek behandeling achter gesloten deuren, tevens vermelding relevante feiten, tevens overlegging producties, genummerd 1 tot en met 7;
- -
-
de bij fax van 22 juli 2015 aangekondigde vermeerdering van eis, (voorshands) oordeel over verzoeken tot behandeling achter gesloten deuren en de niet-openbaarmaking van de identiteit en overige directe en indirecte persoonsgegevens van [eiser] , akte houdende uitlating zijdens Endemol c.s. overgelegde producties i.v.m. preliminaire verzoeken tot een behandeling achter gesloten deuren (en anonimiteit) en indiening van de producties 17 tot en met 20, van de zijde van [eiser] ;
- -
-
de e-mailwisseling tussen partijen omtrent het overleggen door Endemol c.s. van een USB-stick en de daarop volgende beslissing van de voorzieningenrechter inhoudende dat het depot ter griffie tot inzage van productie 1 (USB-stick) van Endemol c.s. is aanvaard en dat de desbetreffende USB-stick daarmee deel uitmaakt van de procedure. Mr. Levinson-Arps heeft op de rechtbank het materiaal dat op de USB-stick stond bekeken op een computer van de rechtbank en in het bijzijn van een medewerker van de rechtbank;
- -
-
de bij e-mailbericht van 23 juli 2015 aan partijen toegezonden beslissing van de voorzieningenrechter op het door eisende partij gedane verzoek ex artikel 27 Rv (houden van een zitting in kort geding achter gesloten deuren en geanonimiseerd procederen);
- -
-
de brief van 24 juli 2015 van de zijde van Endemol c.s.;
- -
-
het e-mailbericht van 24 juli 2105 van de zijde van [eiser] inhoudende een verzoek tot het treffen van een ordemaatregel in verband met voornoemde brief van Endemol c.s. van 24 juli 2015;
- -
-
voornoemd verzoek is ter zitting behandeld. De voorzieningenrechter heeft toegelaten dat de USB-stick ter zitting mocht worden beluisterd en bekeken. Ter zitting zijn slechts delen van de op die USB-stick staande fragmenten getoond en gehoord.
- -
-
de bij brief van 24 juli 2015 ingediende productie, genummerd 21, van de zijde van [eiser] ;
- -
-
de mondelinge behandeling gehouden op 27 juli 2015;
- -
-
de pleitnota van de zijde van [eiser] ;
- -
-
de pleitnota van de zijde van Endemol c.s.
Op 23 juli 2015 heeft de voorzieningenrechter in de onderhavige kortgedingprocedure een beslissing genomen op het door eisende partij gedane verzoek ex artikel 27 Rv (houden van een zitting in kort geding achter gesloten deuren en geanonimiseerd procederen). De beslissing luidt als volgt:
“Uitspraak op een verzoek tot het houden van een zitting in kort geding achter gesloten deuren en geanonimiseerd procederen.
[eiser] heeft verzocht de behandeling van het door hem tegen Endemol c.s. aangespannen kort geding op maandag 27 juli 2015 om 15.00 uur achter gesloten deuren te behandelen en om de zaak geanonimiseerd te behandelen.
De voorzieningenrechter heeft partijen voorgesteld op deze punten, in afwijking van hetgeen normaliter geschiedt, reeds op voorhand te beslissen. Daarbij is, indien partijen met deze gang van zaken zouden instemmen, aan Endemol c.s. de gelegenheid gegeven op het verzoek te reageren.
[eiser] heeft zijn verzoek in de concept dagvaarding gemotiveerd.
In haar op 22 juli 2015 aan de voorzieningenrechter en [eiser] toegezonden Akte houdende bezwaar tegen verzoek behandeling achter gesloten deuren, tevens vermelding relevante feiten, tevens overlegging producties heeft Endemol c.s. tegen het verzoek om behandeling achter gesloten deuren bezwaar gemaakt. Tegen het verzoek om de zaak geanonimiseerd te behandelen heeft Endemol c.s. geen bezwaar, voor zover het betreft de publicatie van een te wijzen vonnis op Rechtspraak.nl op de daarvoor gebruikelijke (geanonimiseerde) wijze.
Vervolgens heeft [eiser] bij faxbericht van 22 juli 2015 zijn eis vermeerderd en voorts commentaar gegeven op het bezwaar van Endemol c.s., zoals hiervoor genoemd.
De voorzieningenrechter laat de stukken die zijn ingediend na voornoemde akte van Endemol c.s. van beide partijen en de (delen van) stukken die niet zien op het verzoek ex artikel 27 Rv in het kader van deze beoordeling buiten beschouwing. Hij heeft daarvan in het kader van deze ordemaatregel geen kennis genomen. Immers, [eiser] heeft zijn verzoek reeds gemotiveerd in de concept dagvaarding (en overigens ook in de definitieve, aan de voorzieningenrechter toegezonden dagvaarding). In het kader van het toe te passen hoor en wederhoor heeft de voorzieningenrechter Endemol c.s. gelegenheid gegeven haar standpunt kenbaar te maken. Voor een verdere aktewisseling is geen plaats.
Het verzoek tot behandeling achter gesloten deuren.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij overweegt als volgt.
Een verzoek als het onderhavige moet worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in artikel 27 Rv. Daarin staan limitatief de gronden opgesomd. [eiser] grondt zijn verzoek op de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Hij wenst niet - in relatie tot het onderwerp van dit kort geding - dat er meer gegevens over zijn persoon bekend worden, hetgeen onmogelijk is bij een openbare behandeling.
Gelet op het vorenstaande moet het belang van [eiser] worden afgewogen tegenover het belang van openbaarheid van rechtspleging. Dit laatstgenoemde belang kan alleen om zwaarwegende gronden terzijde worden geschoven. In deze zaak zijn geen dergelijke zwaarwegende belangen gebleken. Het zojuist verwoorde belang van [eiser] is onvoldoende. In veel aanhangig te maken en gemaakte gedingen speelt een rol dat gegevens omtrent de persoonlijke levenssfeer tijdens een mondelinge behandeling aan de orde komen. Dat is inherent aan het voeren van een procedure en dat kan dan ook leiden tot (enige) aantasting van de persoonlijke levenssfeer van een partij. In deze zaak is voor de beoordeling van het verzoek om behandeling achter gesloten deuren van belang dat het gaat om de privacy van [eiser] rakende gegevens, die reeds sinds de gewraakte televisie-uitzending op 27 mei 2012 in het publieke domein verkeren.
Endemol c.s. heeft in haar akte vermeld zelf geen publiciteit uit te lokken in verband met de mondelinge behandeling op 27 juli 2015. De voorzieningenrechter vertrouwt erop dat Endemol c.s. zich aan die toezegging zal houden.
Het verzoek tot geanonimiseerde behandeling
Ook hier geldt als uitgangspunt dat vonnissen in het openbaar worden uitgesproken. Naar gebruik zal de voorzieningenrechter de uitspraak in het onderhavige kort geding op www.rechtspraak.nl publiceren onder anonimisering van de partijgegevens en in elk geval die van [eiser] . De minuut en de aan partijen uit te reiken grosse en afschrift zullen vanzelfsprekend niet geanonimiseerd worden.
Het is goed en bestendig gebruik dat in de week voorafgaande aan een kort geding op een zogenoemde perslijst, dit vooral vanwege de openbaarheid van rechtspraak, de korte gedingen worden aangekondigd. Omdat de anonimisering van de zaak niet verder kan gaan dan zojuist beschreven, zal de zaak op de persrol worden vermeld onder de naam: [eiser] / Endemol c.s. Voor zover een journalist kennis wil nemen van de dagvaarding zal hem dat worden toegestaan.
Deze aan de mondelinge behandeling vooruitlopende ordemaatregel zal in het vonnis worden opgenomen.
Spoedshalve zal de voorzieningenrechter deze ordemaatregel via de juridisch medewerker aan de raadslieden van partijen per e-mail doen toekomen.
Mr. A.S. Penders,
voorzieningenrechter.”
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[gedaagde sub 4] is misdaadverslaggever en maakt tv-uitzendingen. Endemol produceert deze programma’s en SBS6 zendt ze uit.
Begin 2012 hebben twee jongemannen [gedaagde sub 4] benaderd omdat zij beschikten over een USB-stick met daarop een opname - gemaakt met een (verborgen) pencamera - van een gesprek dat één van de jongemannen heeft gehad met [eiser] . In dat gesprek spraken zij over een uit te voeren moord en de details over de wijze waarop die moord diende plaats te vinden. [gedaagde sub 4] heeft op een door hem gekozen moment de politie ingeschakeld omdat het volgens [gedaagde sub 4] , blijkens de in het geding gebrachte beelden, duidelijk was dat het beoogde slachtoffer zeer wel mogelijk zou worden vermoord (als niet door één van de jongemannen dan wel door een ander). De politie heeft, nadat [gedaagde sub 4] tijdens een ontmoeting met de jongemannen de beschikking had verkregen over de desbetreffende USB-stick, de twee jongemannen gearresteerd. [gedaagde sub 4] heeft de beschikking over de beelden die op de USB-stick staan en heeft (mede) deze beelden gebruikt bij het maken van een tv-uitzending over huurmoord waartoe (in de visie van [gedaagde sub 4] ) [eiser] opdracht zou hebben gegeven. Ook zijn beelden gebruikt die [gedaagde sub 4] heeft opgenomen met een verborgen camera op de redactie van het programma, opnamen van telefoongesprekken met (één van) de jongemannen en een opname van een interview met het beoogde slachtoffer.
De jongemannen hebben een kort geding aangespannen met als doel de tv-uitzending te voorkomen. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 22 mei 2012 (zaaknummer: 200.105.903/01) geoordeeld dat de uitzending rechtmatig was en derhalve mocht worden uitgezonden, onder de voorwaarde dat de jongemannen onherkenbaar in beeld diende te worden gebracht en zij met fictieve namen zouden worden aangeduid.
Op 27 juli 2012 heeft de uitzending van de desbetreffende aflevering van het programma [gedaagde sub 4] Misdaadverslaggever plaatsgevonden. Deze tv-uitzending is niet op televisie herhaald. Het programma is door Endemol Nederland B.V. in opdracht van SBS6 geproduceerd en vervolgens door SBS6 uitgezonden. Endemol Nederland B.V. had voor het maken van het programma met [gedaagde sub 4] een overeenkomst gesloten. In de tv-uitzending is [eiser] herkenbaar in beeld te zien en wordt zijn Amerikaanse achternaam genoemd en getoond. De twee jongemannen zijn onherkenbaar in beeld getoond.
Bij vonnis van 15 augustus 2012 is [eiser] door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren wegens poging om een ander door het verschaffen van inlichtingen en beloften te bewegen om het misdrijf medeplegen van een moord te begaan. [eiser] is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof Amsterdam. Die procedure is thans nog aanhangig.
In het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 25 november 2013 welk onderzoek is onderbroken en hervat op 3 december 2013 is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“Het hof wenst in het bezit te komen van de volledige inhoud en weergave van de gesprekken tussen de getuige [getuige] en [gedaagde sub 4] en zijn medewerkers, waarvan gedeelten onderdeel zijn gaan uitmaken van de aflevering van het programma van [gedaagde sub 4] van 27 mei 2012 (uitzending ‘dossier huurmoord’).”
In het proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2014 stelt de raadsheer-commissaris dat alles is geprobeerd om het materiaal (zoals aangeduid onder 2.6.) ter beschikking te krijgen, hetgeen niet is gelukt.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in het proces-verbaal van de terechtzitting op
27 oktober 2014 en 24 november 2014 het verzoek van de verdediging tot gebruikmaking door het Openbaar Ministerie van de bevoegdheid ex artikel 126nd Sv afgewezen.
In het e-mailbericht van 20 juli 2015 bericht [gedaagde sub 4] aan de advocaat van Endemol c.s., voor zover relevant, het volgende:
“Toen wij in 2012 de uitzending/reportage maakten hebben wij enkele dagen voor de uitzending de toenmalige advocaat van [eiser] - strafpleiter mr. Peter Plasman uit Amsterdam – uitgenodigd om in de studio commentaar op de feiten en omstandigheden te komen geven. (...)
In mijn bijzijn heeft hij toen eerst (...) de gehele reportage bekeken, zodat hij inhoudelijk elk aspect daarvan zou kunnen becommentariëren. (...)
Ik hecht er aan te benadrukken dat mr. Plasman geen moment, met geen woord, zich tegen de inhoud van de reportage heeft verzet nadat hij deze op mijn kantoor heeft gezien. Ook tijdens het studio-interview heeft hij geen opmerkingen gemaakt die er op duiden dat hij het met de inhoud en weergaven van een en ander niet eens was en daar tegen protesteerde en/of de uitzending wilde verhinderen.
Ook na het studio-interview heeft mr. Plasman op geen wijze laten weten dat de inhoud en weergave van de reportage onrechtmatig zou zijn jegens zijn client. Mr. Plasman heeft op geen enkele wijze aangedrongen op aanpassingen of correcties van de inhoud, terwijl hij heel goed wist dat de reportage pas zondags zou worden uitgezonden en er in geval van een ‘strijdpunt’ nog voldoende tijd was om dit kenbaar te maken en aan te vechten.
Ook na de uitzending, op zondagavond, hebben wij nooit een reactie van mr. Plasman ontvangen waaruit zou kunnen blijken dat hij (juridische) bezwaren had tegen de uitzending en de inhoud daarvan.”
In het e-mailbericht van 21 juli 2015 bericht [eiser] aan zijn advocaat, voor zover relevant, het volgende:
“Ik vroeg hem of ik er met een waas of geblokt opstond zoals namelijk altijd in het programma van [gedaagde sub 4] gebeurd. Plasman beaamde dat ik inderdaad onherkenbaar in beeld was in de TV uitzending die aan hem was getoond in de TV studio. Dit was ook in lijn met de fragmenten die als een soort trailer regelmatig door SBS6 getoond werden. De dag van het hoger beroep dat [gedaagde sub 4] gewonnen bleek werd nog de geblokte beelden in een trialer getoond. Maar de dag erna verscheen ik in de trailer wel volledig inbeeld. Los daarvan was Mr Plasman alleen mijn strafadvocaat en stond mij ook niet bij in de procedure die door [getuige] was aangespannen tegen Endemol et al. Ik wist niets van deze procedure door die jongens en als ik het had geweten dan had ik een civiele advocaat geregeld die mijn belangen zouden behartigen.”
In het e-mailbericht van 22 juli 2015 bericht mr. Plasman aan de advocaat van [eiser] , voor zover relevant, het volgende:
“In de tekst van [gedaagde sub 4] kan ik mij vinden. De beschrijving van de gang van zaken is op hoofdlijnen conform hetgeen ik mij nog voor de geest kan halen. (...) Van uitdrukkelijk instemming is geen sprake geweest. Dat de uitzending ging plaatsvinden was een voldongen feit en aan mij was de keuze om wel of niet een weerwoord te leveren. De kans op een verbod als voorlopige voorziening leek mij zeer laag, terwijl een dergelijke vordering veel extra media-aandacht zou hebben gegenereerd. Wanneer het wel of niet uitzenden afhankelijk zou zijn gemaakt van enige toestemming van mijn kant (lees: van mijn ex-cliënt) zou ik die toestemming in de gegeven omstandigheden hebben geweigerd.”
In de brief van 24 juli 2015 van de zijde van Endemol c.s. is aangegeven dat Endemol alsnog opnamen heeft gevonden met betrekking tot de op de redactie gevoerde drie gesprekken en de twee telefoongesprekken met de twee jongemannen. Deze opnamen zijn toegezonden aan het Kabinet raadsheer-commissaris gerechtshof Amsterdam en
mr. J.W. Soeteman.
3 Het geschil
[eiser] vordert - na vermeerdering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Endemol c.s. hoofdelijk met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis:
I. te veroordelen om aan [eiser] te vergoeden, bij wijze van voorschot op de te betalen schadevergoeding, de door [eiser] geleden immateriële schade van een bedrag van
€ 500.000,00;
II. A: te veroordelen tot afgifte van al het ruwe beeld- en geluidsmateriaal van de tv-uitzending dat Endemol c.s. onder zich heeft, dat betrekking heeft op de gesprekken die tussen eind januari 2012 en 6 februari 2012 zijn gevoerd met (de redactie van [gedaagde sub 4] ), te weten:
a. de (drie) gesprekken met de vermeende ‘hitmen’ die hebben plaatsgevonden op het kantoor van [gedaagde sub 4] en/of Endemol , alsmede alle transcripties, uitwerkingen, notities, foto’s en/of stillfoto’s;
b. de in dat verband gevoerde telefoongesprekken met de vermeende ‘hitmen’; en
c. de gesprekken met het vermeende slachtoffer de heer [A] ;
B: te veroordelen om, indien Endemol c.s. niet voldoet aan het onder II.A verzochte bevel tot afgifte, na ommekomst van een termijn van zeven dagen, aan een door partijen aan te wijzen onafhankelijke derde de opdracht te geven tot het verrichten van een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of het verzochte materiaal bij Endemol c.s. aanwezig is (geweest) en zo ja, wat daarop te zien c.q. te horen is/was, hoe deze gegevens luid(d)en en op welke gegevensdragers deze zijn/waren opgeslagen, waaronder maar niet beperkt tot de harde schijven van de gebruikte computerapparatuur, alsmede opdracht te geven tot het opstellen van een deskundigenrapport naar aanleiding van dat onderzoek;
C: te veroordelen om aan het onder II.B genoemde onderzoek volledige medewerking te verlenen, onder de bepaling dat aan [eiser] na voltooiing van dat onderzoek gelijktijdig een kopie van het deskundigenrapport wordt verstrekt, kosten rechtens;
III. te veroordelen tot het laten verwijderen van de (her)publicatie van de tv-uitzending op YouTube;
IV. te veroordelen tot het opvragen van de persoonsgegevens van de anonieme publicist met het pseudoniem [pseudoniem] ’ bij YouTube en deze gegevens aan [eiser] te verstrekken;
V. te veroordelen tot betaling van een dwangsom indien zij niet aan de onder sub II tot en met IV verzochte bevelen voldoet;
VI. te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze niet binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald.
Ter zitting is het deel van vordering II, onder A, sub a en b ingetrokken. Dat betekent dat in het kader van de vordering ex artikel 843a Rv het gevorderde onder II, A, sub c, en B en C ter beoordeling voorliggen.
Endemol c.s. voert verweer. Zij verzoekt de voorzieningenrechter alle vorderingen af te wijzen en [eiser] te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.