Rechtbank Midden-Nederland, 16-03-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1117, UTR 20/1608 en UTR 20/1609
Rechtbank Midden-Nederland, 16-03-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1117, UTR 20/1608 en UTR 20/1609
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 16 maart 2021
- Datum publicatie
- 1 april 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1117
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2022:10083, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- UTR 20/1608 en UTR 20/1609
Inhoudsindicatie
WOZ waarde sportcomplex en zwembad. GVW. Levensduur. Restwaarden niet aannemelijk gemaakt. Rechtbank stelt schattenderwijs waarden vast. Beroep gegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 20/1608 en UTR 20/1609
gemachtigde: G. Gieben,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage.
Procesverloop
Bij beschikking van 28 februari 2019 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaken [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] , allen te [plaats] (de onroerende zaken) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op onderscheidenlijk € 2.585.000,-, € 956.000,- en € 364.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiseres als gebruiker van de onroerende zaken [adres 1] en [adres 2] ook een aanslag onroerendezaakbelastingen gebruik opgelegd naar het tarief van niet-woningen. Bij deze aanslag is deze waarde als heffingsgrondslag gehanteerd.
Bij de uitspraak op bezwaar van 4 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak [adres 1] verminderd en vastgesteld op € 2.372.000,-. De waarde van de andere onroerende zaken is gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en twee taxatierapporten
overgelegd van [taxateur van eiseres] . Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en een
taxatierapport overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2020, waarbij een van de rechters heeft deel genomen via een Skype- en telefoonverbinding. Eiseres heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door een kantoorgenoot van haar gemachtigde, N. van der Schoor, vergezeld van [taxateur van eiseres] , taxateur (hierna: de taxateur van eiseres). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [taxateur van eiseres] , taxateur (hierna: de taxateur van verweerder).
Na de zitting heeft eiseres op 3 februari 2021 een afschrift aan de rechtbank gezonden van de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 31 december 2020, 20/001251.
Feiten
1. Eiseres is gebruiker van [adres 1] . Het pand is eigendom van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De onroerende zaak bestaat uit een sportcomplex, met bowlingcentrum en horecagelegenheid, gebouwd in 1977. Het perceeloppervlak is 4.637 m2 en het bruto vloeroppervlak is 4.137 m2.
Eiseres is gebruiker en eigenaar van [adres 2] . Deze onroerende zaak bestaat uit een binnenzwembad met horecagelegenheid, gebouwd in 1974. Het perceeloppervlak is 8.780 m2 en het bruto vloeroppervlak is 1.402 m2.
Geschil
2. Het beroep richt zich uitsluitend tegen de door verweerder vastgestelde woz-waarden van de onroerende zaken [adres 1] , met name het sportcomplex (hierna: het sportcomplex) en [adres 2] , met name het zwembad (hierna: het zwembad). De ongebouwde onroerende zaken zijn niet in geschil.
Eiseres stelt dat de waarde van beide objecten te hoog is. Zij bepleit een waarde van
€ 975.000,- voor het sportcomplex en € 352.000,- voor het zwembad.
Verweerder handhaaft in beroep de door hem vastgestelde waarde van € 2.372.000,- voor het sportcomplex en € 956.000,- voor het zwembad voor het belastingjaar 2019.