Home

Rechtbank Midden-Nederland, 19-04-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1484, C/16/485775 / HA RK 19-225

Rechtbank Midden-Nederland, 19-04-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1484, C/16/485775 / HA RK 19-225

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 april 2021
Datum publicatie
19 april 2021
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2021:1484
Formele relaties
Zaaknummer
C/16/485775 / HA RK 19-225

Inhoudsindicatie

Het openbaar ministerie heeft de rechtbank Midden-Nederland verzocht om de motorclub Caloh Wagoh op grond van art. 2:20 BW verboden te verklaren en te ontbinden. Caloh Wagoh is niet in de procedure verschenen. Zes belanghebbenden, leden van Caloh Wagoh, zijn wel in de procedure verschenen en hebben verweer gevoerd. Anders dan de zes belanghebbenden is de rechtbank van oordeel dat zij relatief bevoegd is en dat Caloh Wagoh op de juiste wijze is opgeroepen. De rechtbank is verder van oordeel dat de werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd is met de openbare orde en dat Caloh Wagoh daarom moet worden verboden en ontbonden. Die werkzaamheid bestaat uit gedragingen van Caloh Wagoh zélf en uit gedragingen die voortkomen uit de geweldscultuur van Caloh Wagoh. Ook de lokale chapters vallen onder het verbod omdat zij geen informele verenigingen zijn. Het verzoek van het openbaar ministerie om de verbodenverklaring en de ontbinding van Caloh Wagoh uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt, na een belangenafweging, afgewezen.

Uitspraak

beschikking

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht, zitting houdende te Amsterdam

zaaknummer / rekestnummer: C/16/485775 / HA RK 19-225

Beschikking van 19 april 2021

in de zaak van

het OPENBAAR MINISTERIE,

domicilie kiezend te Rotterdam,

verzoeker,

tegen

de informele vereniging CALOH WAGOH MAIN TRIAD (MOTORCYCLE CLUB),

zonder bekende vestigingsplaats,

gerekwestreerde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het openbaar ministerie (hierna: het OM) heeft op 1 augustus 2019 een verzoek tegen de informele vereniging Caloh Wagoh Main Triad (Motorcycle Club) (hierna: Caloh Wagoh) ingediend. De griffier heeft met een bericht in de Staatscourant van 14 oktober 2019 Caloh Wagoh en andere belanghebbenden opgeroepen om uiterlijk op 10 januari 2020 een verweerschrift in te dienen. De griffier heeft Caloh Wagoh ook via een contactformulier op de website http://calohwagohmc.com/ (hierna: de website) opgeroepen dit te doen.

1.2.

De griffier heeft met een bericht in de Staatscourant van 21 januari 2020 Caloh Wagoh en andere belanghebbenden opgeroepen om op de zitting van 20 april 2020 te verschijnen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. De griffier heeft Caloh Wagoh daarnaast via een contactformulier op de website hiervoor opgeroepen. De zitting heeft niet kunnen plaatsvinden door maatregelen tegen verspreiding van Covid-19.

1.3.

De griffier heeft met een bericht in de Staatscourant van 21 juli 2020 Caloh Wagoh en andere belanghebbenden opgeroepen om op de zitting van 26 oktober 2020 te verschijnen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. De griffier heeft Caloh Wagoh daarnaast via een contactformulier op de website hiervoor opgeroepen. Caloh Wagoh is niet op de zitting verschenen. Mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, heeft zich op de zitting namens de belanghebbenden [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] gesteld. De rechtbank heeft op de zitting bepaald dat de behandeling van het verzoek op de zitting van 14 december 2020 wordt voortgezet en deze datum (en het tijdstip en de plaats van de zitting) aan de verschenen partijen aangezegd. De rechtbank heeft een procesverbaal van de zitting opgemaakt.

1.4.

De zitting is op 14 december 2020 voortgezet. Mr. Boumanjal heeft zich op die zitting ook namens [belanghebbende 5] als belanghebbende gesteld. Daarnaast heeft [belanghebbende 6] zich op die zitting als belanghebbende in deze zaak gemeld. Het OM heeft op de zitting het verzoek toegelicht. De rechtbank heeft op de zitting bepaald dat de behandeling van het verzoek op de zitting van 4 maart 2021 wordt voortgezet en deze datum (en het tijdstip en de plaats van de zitting) aan de verschenen partijen aangezegd, aan [belanghebbende 6] in persoon, aan de overige vijf verschenen belanghebbenden door mededeling aan mr. Boumanjal. De rechtbank heeft een procesverbaal van de zitting opgemaakt.

1.5.

De datum waarop de behandeling van het verzoek zou worden voortgezet, 4 maart 2021, is hierna in overleg met het OM en de verschenen belanghebbenden verzet naar 5 maart 2021. Met een e-mail van 4 maart 2021 heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, zich als gemachtigde voor de zes bovengenoemde belanghebbenden (hierna: de zes belanghebbenden) gesteld.

1.6.

De zitting is op 5 maart 2021 voortgezet. Mr. Boumanjal heeft op die zitting meegedeeld dat hij, naast mr. Van der Werf, alle zes de belanghebbenden als gemachtigde bijstaat. De zes belanghebbenden hebben op de zitting verweer gevoerd. Het OM heeft op dit verweer gereageerd, waarna de zes belanghebbenden tot slot het woord hebben gevoerd. Hierna heeft de rechtbank bepaald dat zij op 19 april 2021 uitspraak zal doen. De rechtbank heeft een procesverbaal van de zitting opgemaakt.

2 De zaak in het kort

2.1.

De zaak gaat, kort gezegd, over het volgende. Caloh Wagoh is een Nederlandse motorclub die op 9 juli 2016 is opgericht. Eind 2019 waren er ongeveer 20 lokale chapters (afdelingen) van Caloh Wagoh. Het OM vindt het noodzakelijk dat Caloh Wagoh wordt verboden en heeft daarvoor een verzoek ingediend. De zes belanghebbenden, allen lid van Caloh Wagoh, voeren verweer tegen het verzoek. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de zes belanghebbenden niet opgaat en dat Caloh Wagoh moet worden verboden. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel is gekomen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Het OM verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de informele vereniging Caloh Wagoh verboden te verklaren en te ontbinden met benoeming van een vereffenaar. Het OM vindt dat gedragingen van Caloh Wagoh in strijd zijn met de openbare orde. Het verzoek is gebaseerd op artikel 2:20 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin staat dat een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde op verzoek van het OM door de rechtbank verboden wordt verklaard en wordt ontbonden. Een informele vereniging is een rechtspersoon.

3.2.

De zes belanghebbenden voeren verweer. Zij vinden dat de rechtbank Midden-Nederland niet bevoegd is om deze zaak te behandelen en dat Caloh Wagoh niet op de juiste manier is opgeroepen. Zij wijzen er verder op dat de rechtbank uiterst terughoudend moet zijn met een verbod van een rechtspersoon. Zij voeren ook aan dat lokale chapters van Caloh Wagoh niet onder een eventueel verbod kunnen vallen, omdat zij zelf informele verenigingen zijn en tot slot dat het OM er onvoldoende belang bij heeft dat een eventueel verbod uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. De rechtbank zal hierna, onder hoofdstuk 4, nader ingaan op de stellingen van het OM en de zes belanghebbenden.

4 De beoordeling

5 De beslissing