Rechtbank Midden-Nederland, 06-01-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:414, UTR 20/582
Rechtbank Midden-Nederland, 06-01-2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:414, UTR 20/582
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 6 januari 2021
- Datum publicatie
- 3 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:414
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2022:10318, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- UTR 20/582
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelastingen. Gefiscaliseerde parkeerplek. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/582
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: R. Janmaat).
Procesverloop
In de beschikking van 9 september 2019 heeft verweerder aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 62,70 opgelegd.
In de uitspraak op bezwaar van 20 december 2019 is het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op een Skype-zitting van 26 november 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Allereerst stelt de rechtbank vast dat het beroepschrift van eiseres tijdig is
ingediend, namelijk per fax op 28 januari 2020 om 19.36 uur en 30 seconden. Dit is binnen de termijn. Het beroep is dus ontvankelijk.
2. Aan eiseres is een naheffingsaanslag opgelegd, omdat zij volgens verweerder op
op 9 september 2019 om 11.02 uur op de [straat] in [woonplaats] met haar voertuig, kenteken [kenteken], geparkeerd stond zonder de verschuldigde parkeerbelasting te voldoen.
3. Tijdens de zitting is gebleken dat tussen partijen niet in geschil is dat het voertuig van
eiseres bij de rode en gele paaltjes net voorbij de verkeersdrempel voor de
[school] stond geparkeerd.
4. Eiseres voert aan dat het voertuig niet op een gefiscaliseerde parkeerplek stond
geparkeerd, maar binnen vijf meter van een kruispunt en nabij een verkeersbord E1. Verweerder had daarom volgens eiseres geen naheffingsaanslag, maar een Mulderboete kunnen en moeten opleggen op grond van artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
5. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat het
voertuig van eiseres op een gefiscaliseerde parkeerplek stond geparkeerd en dat hij terecht de naheffingsaanslag heeft opgelegd. De rechtbank stelt vast dat in het verweerschrift een parkeerplattegrond is opgenomen, waaruit blijkt dat het voertuig van eiseres op een gefiscaliseerde parkeerplaats in zone B1 van Utrecht stond geparkeerd. Op grond daarvan is de Verordening parkeerbelastingen 2019 van toepassing en niet het RVV 1990. Verder bevat het verweerschrift foto’s van het geparkeerde voertuig van eiseres, inclusief de situatie ter plaatse. Daaruit kan worden opgemaakt dat nabij de plek waar het voertuig stond geparkeerd, zich een parkeerautomaat bevindt. Daarnaast bevat het (op ambtseed opgemaakte) fiscale brondocument meerdere gedetailleerde foto’s van het geparkeerde voertuig. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met het verweerschrift en met hetgeen hij tijdens de zitting naar voren heeft gebracht, gemotiveerd betwist dat de plek waar het voertuig stond hinderlijk was geparkeerd of een gevaarlijke situatie opleverde, daarbij rekening houdend met de afstand tot de nabijgelegen kruising. Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres met het voertuig geparkeerd stond aan de kant van de weg waar geen verkeersbord E1 staat. Het parkeerverbod op grond van dat verkeersbord gold dus alleen voor de andere zijde van de weg. Aangezien uit het (op ambtseed opgemaakte) fiscale brondocument blijkt dat om
11:02 uur geen parkeerbelasting op aangifte is voldaan, was verweerder dus bevoegd om de naheffingsaanslag op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.M.A. Koeman, griffier. De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op
6 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op: