Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10318, 21/00206
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10318, 21/00206
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 29 november 2022
- Datum publicatie
- 9 december 2022
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2021:414, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 21/00206
- Relevante informatie
- Art. 225 lid 2 Gemw
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Samenloop met mulderfeit.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/00206
uitspraakdatum: 29 november 2022
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 6 januari 2021, nummer UTR 20/582, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd.
Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brieven van 3 juni 2021 heeft het Hof aan partijen medegedeeld dat de zaak wordt aangehouden in verband met een lopende cassatieprocedure bij de Hoge Raad (met zaaknummer 20/03717). Partijen hebben hiertegen geen bezwaren geuit.
Bij brief van 15 maart 2022 heeft het Hof belanghebbende in de gelegenheid gesteld te reageren op de arresten van de Hoge Raad van 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:156 (zaaknummer 20/03717), ECLI:NL:HR:2022:157 en ECLI:NL:HR:2022:346.
In een nader stuk heeft belanghebbende hierop gereageerd.
Het Hof heeft partijen gevraagd of zij ter zitting willen worden gehoord. Partijen hebben binnen de gestelde termijn van twee weken daarop niet gereageerd. Het Hof heeft vervolgens bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
2 Vaststaande feiten
Op 9 september 2019 om 11:02 uur is geconstateerd dat de auto van belanghebbende geparkeerd stond aan de Louis Couperusstraat te Utrecht (voor de Van Asch van Wijckschool, nabij een verkeersdrempel) en dat geen parkeerbelasting is voldaan (hierna: de constatering). Van de constatering zijn foto’s gemaakt, waarop te zien is waar de auto toen stond.
Naar aanleiding van de constatering is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft in bezwaar en beroep standgehouden.
3 Geschil
In geschil is of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.