Home

Rechtbank Midden-Nederland, 22-07-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4026, UTR 21/5297

Rechtbank Midden-Nederland, 22-07-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4026, UTR 21/5297

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22 juli 2022
Datum publicatie
26 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:4026
Formele relaties
Zaaknummer
UTR 21/5297

Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. De heffingsambtenaar heef aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. WOZ

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/5297

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Bakker),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] (verweerder)

(gemachtigde: D. Mertens).

Inleiding

1.1

Eiser heeft op 26 februari 2021een aanslag op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) gekregen, waarin de waarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] in [woonplaats] (de woning) voor het belastingjaar 2021 is vastgesteld op € 482.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.

1.2

In de uitspraak op bezwaar van 19 november 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de waarde verlaagd naar € 376.000,-.

1.3

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift met een taxatiematrix overgelegd.

1.4

De zaak is behandeld op de zitting van 3 juni 2022 door middel van een Teams-beeldverbinding. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [taxateur] , taxateur.

Feiten

Conclusie

Beslissing

Bent u het niet eens met deze uitspraak?