Home

Rechtbank Midden-Nederland, 09-12-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:5519, RP 22/9 H

Rechtbank Midden-Nederland, 09-12-2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:5519, RP 22/9 H

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
9 december 2022
Datum publicatie
22 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:5519
Zaaknummer
RP 22/9 H

Inhoudsindicatie

WHOA. Toewijzing afkoelingsperiode.

Zie ook: FT RK 22/953, 23/171 10-3-2023 ECLI:NL:RBMNE:2023:1075

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Toezicht locatie Lelystad

zaaknummer: RP 22/9 H uitspraakdatum: 9 december 2022

Beschikking op grond van artikel 376 Fw (afkoelingsperiode)

in de zaak van:

de besloten vennootschap

[verzoekster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekster,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

advocaten: mr. A.W. de Man en mr. M. Anneveld te Amsterdam,

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit:

-

de starverklaring van 24 november 2022,

-

het verzoekschrift van 25 november 2022.

1.2.

Het verzoek werd op 9 december 2022 behandeld middels een videoverbinding. Daarbij waren aanwezig:

-

de heer [A] , bestuurder,

-

de heer [B] , adviseur bij [onderneming] B.V.,

-

de heer mr. A.W. de Man, advocaat,

-

mevrouw mr. M. Anneveld, advocaat.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] is sinds 1974 actief als [.] . De onderneming had aanvankelijk alleen een zelfservice locatie. Later is daar een bezorgservice aan toegevoegd. Op enig moment heeft de onderneming besloten de zelfservice te staken en zich volledig te richten op bezorging. Dit heeft erin geresulteerd dat [verzoekster] in 2019 afscheid moest nemen van ongeveer 140 werknemers. Begin 2020 is de vestiging van de bezorgservice verplaatst van [plaats 1] naar [plaats 2] . De locatie van de zelfbedieningsgroothandel kon toen sluiten. Een maand later werd de bedrijfsvoering van [verzoekster] getroffen door de gevolgen van de Coronacrisis. In 2022 heeft [verzoekster] gemerkt dat haar omzet weer is aangetrokken. Zij heeft op dit moment nog 320 werknemers in dienst en richt zich uitsluitend op de bezorgservice.

2.2.

In mei 2022 heeft de financier van [verzoekster] , ABN Amro Bank, medegedeeld dat zij het uitstaande krediet wenste terug te brengen. Vanaf dat moment is [verzoekster] in gesprek met

ABN Amro Bank. Daarnaast verlangt de Belastingdienst vanaf 1 oktober 2022 terugbetaling van de opgebouwde belastingschuld.

2.3.

[verzoekster] heeft de volgende schulden (x € 1.000):

Aandeelhouderslening

€ 5.600

Rente aandeelhouderslening

€ 259

Financial Lease

€ 74

ABN Amro Bank

€ 3.498

Belastingdienst

€ 6.080

Te betalen BTW

€ 227

RVO TVL

€ 850

NOW

p.m.

Leveranciers

€ 4.513

Dwangcrediteuren

€ 515

Crediteuren < €5.000

€ 128

Crediteuren

€ 419

2.4.

Vanaf juni 2022 is [verzoekster] in gesprek met schuldeisers. Vanaf augustus 2022 is [verzoekster] bezig met de voorbereiding van een akkoord. [verzoekster] heeft daartoe [onderneming] als adviseur aangetrokken. Zij heeft een rapport opgesteld waarin onder meer wordt ingegaan op de structuur van, en het traject naar een WHOA akkoord, de levensvatbaarheid van de onderneming en de gevolgen voor de schuldeisers van een eventueel faillissement. Zij is thans bezig met de uitwerking van een conceptakkoord. Het conceptakkoord voorziet in een sanering van een gedeelte van de schulden van [verzoekster] . [verzoekster] verwacht begin 2023 het akkoord aan de schuldeisers te kunnen aanbieden.

2.5.

Voor de financiering van het akkoord is een kapitaalinjectie nodig ter hoogte van ongeveer € 2,5 à € 3 miljoen. De huidige bestuurder/aandeelhouder van [verzoekster] , de heer [A] , heeft een toezegging van een investeerder ontvangen dat deze bereid is de kapitaalinjectie te doen in de vorm van een lening. Tevens zal een nog nader overeen te komen belang in het aandelenkapitaal van de moedervennootschap van [verzoekster] aan de investeerder moeten worden overgedragen.

2.6.

[verzoekster] is in overleg met de Belastingdienst en ABN Amro Bank, die ook op de hoogte zijn van het verzoek om afkondiging van een afkoelingsperiode. Verschillende schuldeisers, waaronder leveranciers, zijn inmiddels op de hoogte van de financiële situatie van [verzoekster] .

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] heeft gevraagd een afkoelingsperiode te gelasten voor een periode van drie maanden. Zij heeft hiertoe – verkort weergegeven – het volgende aangevoerd.

3.2.

De afkoelingsperiode is noodzakelijk om de door [verzoekster] gedreven onderneming te kunnen voortzetten tijdens de herstructurering. Het is voor de voortzetting van de onderneming noodzakelijk dat [verzoekster] in staat blijft voortdurend te leveren aan haar klanten. De distributieketen die [verzoekster] heeft met haar restauratieve klanten is zodanig dat zij in feite

voorraadhoudend is voor haar klanten. Als [verzoekster] bepaalde producten niet meer kan leveren, leidt dit ertoe dat een klant daags daarna overstapt naar een andere leverancier. [verzoekster] moet dus over haar voorraden kunnen blijven beschikken.

3.3.

De gezamenlijke schuldeisers van [verzoekster] zullen ingeval van de totstandkoming van een akkoord een hogere uitkering ontvangen dan zij in een faillissementsscenario zouden ontvangen. Zij hebben daarom belang bij de afkoelingsperiode. ABN Amro Bank is akkoord gegaan met een bedrag waarvoor zij bereid is afscheid te nemen van haar vordering. In de betaling van dit bedrag wordt voorzien in het akkoord. De maand december is historisch de maand waarin [verzoekster] de hoogste omzet realiseert, zodat de positie van ABN Amro Bank niet verder zal verslechteren.

4 De beoordeling

5 De beslissing