Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1075, FT RK 22/953, 23/171
Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1075, FT RK 22/953, 23/171
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 maart 2023
- Datum publicatie
- 6 juli 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1075
- Zaaknummer
- FT RK 22/953, 23/171
Inhoudsindicatie
WHOA. Twee beperkingen aan 378 verzoek nader gespecificeerd.
Zie ook: RP 22/9 H 9-12-2022 ECLI:NL:RBMNE:2022:5519
Uitspraak
beschikking
Afdeling Toezicht
locatie Lelystad
zaaknummer / rekestnummer: FT RK 22/953, 23/171
Beschikking op grond van de artikelen 376 Fw (afkoelingsperiode) en van 378 Fw (aspectenverzoek) 10 maart 2023
in de zaak van:
de besloten vennootschap
[verzoekster] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: “ [verzoekster] ”,
advocaten: mrs. A.W. de Man en M. Anneveld te Amsterdam,
belanghebbenden:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,
statutair gezeteld te Amsterdam,
hierna: “UWV”
gemachtigde: mr. P. van Dongen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift op grond van artikel 378 Faillissementswet (Fw) van 7 december 2022,
- -
-
de beschikking op grond van artikel 376 Fw van 9 december 2022,
- -
-
de brief van [verzoekster] van 15 februari 2023 met daarin een aanvulling op het verzoek op grond van artikel 378 Fw,
- -
-
het verzoekschrift op grond van artikel 376 Fw van 27 februari 2023.
[verzoekster] heeft UWV een kopie van het verzoekschrift en de brief van 7 december 2022 en 15 februari 2023 gestuurd en gewezen op de mogelijkheid om een schriftelijke zienswijze in te dienen. UWV heeft op 14 december 2022 per e-mail een beknopte zienswijze ingediend.
De verzoeken zijn op 22 december 2022 en op 7 maart 2023 via een videoverbinding behandeld in aanwezigheid van:
- -
-
de heer [naam 1] , bestuurder van [verzoekster] ,
- -
-
de heer mr. A.W. de Man, advocaat van [verzoekster] ,
- -
-
de heer [naam 2] , adviseur bij [Organisatie]
Bij de behandeling op 22 december 2022 was ook [naam 3] , jurist bij UWV, aanwezig. Toen is verzocht om aanhouding van de beslissing op het verzoek ex artikel 378 Fw.
2 De feiten
Ingaande op 9 december 2022 werd een afkoelingsperiode gelast voor de duur van drie maanden. De voor deze beslissing relevante feiten werden opgenomen in de beschikking van 9 december 2022.
[verzoekster] heeft een reorganisatie gestart in verband met onder meer een schuld aan de Belastingdienst van ruim € 6 miljoen. De waarde van de onderneming in geval van een faillissement is berekend op ongeveer € 2,7 miljoen. Hiervan zal een groot gedeelte toekomen aan de schuldeisers met zekerheidsrechten. In deze beslissing is met name van belang dat de ABN Amro Bank een pandrecht op de vorderingen op debiteuren.
[verzoekster] heeft van maart 2020 tot en met maart 2022 een beroep gedaan op de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW). [verzoekster] heeft in acht verschillende tranches een voorschot van UWV ontvangen van in totaal € 7.973.509,-.
Tussen [verzoekster] en UWV heeft sinds de mondelinge behandeling van 22 december 2022 overleg plaatsgevonden. Dit overleg heeft erin geresulteerd dat UWV opgave heeft gedaan van de SV loonsommen die als basis fungeren voor de vaststelling van de correcte NOW subsidie. [verzoekster] heeft met behulp van een financieel adviseur de definitieve vordering van UWV berekend. [verzoekster] heeft dit gedaan op basis van voormelde SV loonsommen en door een accountant vastgestelde omzet. UWV heeft een vordering op [verzoekster] van € 1.114.741,- uit hoofde van de eerste en tweede tranche. [verzoekster] heeft een vordering op UWV van € 1.155.274,- uit hoofde van tranches drie tot en met acht. Per saldo blijkt er op basis van deze berekeningen sprake te zijn van een vordering van [verzoekster] op UWV van € 40.533,-1.
|
Aanvraagperiode |
Voorschot (€) |
Tegemoetkoming (€) |
Te betalen/ ontvangen (€) |
|
1 (maart t/m mei 2020) |
1.653.699 |
1.467.562 |
-186.137 |
|
2 (juni t/m september 2020) |
1.356.084 |
427.480 |
-928.604 |
|
3 (oktober t/m december 2020) |
992.412 |
1.240.514 |
248.102 |
|
4 (januari t/m maart 2021) |
1.302.540 |
1.578.452 |
275.913 |
|
5 (april t/m mei 2021) |
775.320 |
930.385 |
155.065 |
|
6 (juni t/m september 2021) |
471.966 |
573.103 |
101.137 |
|
7 (oktober t/m december 2021) |
634.052 |
792.565 |
158.513 |
|
8 (januari t/m maart 2022) |
787.437 |
1.003.981 |
216.544 |
|
Totaal |
7.973.509 |
8.014.043 |
40.533 |
Op dit moment is alleen de eerste tranche van de NOW-tegemoetkoming vastgesteld. UWV heeft aangekondigd dat de tweede tranche definitief zal worden vastgesteld op 24 februari 2023.
3 Het verzoek
[verzoekster] heeft gevraagd de afkoelingsperiode te verlengen met een periode van twee maanden. [verzoekster] heeft hiertoe – verkort weergegeven – het volgende aangevoerd.
Gedurende de afgelopen afkoelingsperiode is een belangrijke vooruitgang geboekt in de voorbereidingen en totstandkoming van het Akkoord. [verzoekster] is in de afrondende fase van het opstellen van het concept Akkoord. Dit zal binnenkort met alle schuldeisers worden gedeeld en werd al gedeeld met de belangrijkste stakeholders. De afkoelingsperiode is noodzakelijk om de door [verzoekster] gedreven onderneming te kunnen voortzetten tijdens de herstructurering. Schuldeisers worden niet in hun belangen geschaad. Gedurende de afkoelingsperiode zijn de schulden niet toegenomen. Aldus het verzoek op grond van artikel 376 Fw).
[verzoekster] heeft gevraagd om een uitspraak over het voornemen van [verzoekster] om de NOW vorderingen van UWV niet te betrekken in de akkoordprocedure op grond van de WHOA en de door [verzoekster] van UWV terug te ontvangen bedragen aan te wenden voor de terugbetaling van de NOW vorderingen van UWV.
Het verzoek is het gevolg van de beleidslijn die het UWV op 28 november 2022 heeft gepubliceerd. Het beleid van het UWV komt erop neer dat NOW-voorschotten, ongeacht of deze terecht zijn verstrekt of niet, voor het volledige bedrag dienen te worden meegenomen bij aanbieding van een akkoord. [verzoekster] is voornemens de schuld aan UWV niet mee te nemen in de akkoordprocedure. Zou zij dit wel doen, dan zou dat een additionele financieringsbehoefte meebrengen van ruim € 220.000. Die financiering is niet beschikbaar.
Naar verwachting zal er per saldo uiteindelijk een vordering van € 40.534 op UWV zijn, maar dit bedrag zal [verzoekster] niet ontvangen. De verwachting is dat de advies- en accountantskosten om deze vordering(en) definitief te kunnen indienen bij UWV hoger zullen zijn, te weten circa € 50.000, zodat het netto-effect voor het vermogen van [verzoekster] circa € 9.500 (negatief) zal zijn. Aldus het verzoek op grond van artikel 378 Fw.
UWV heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen verweer gevoerd.