Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1895, UTR 22/2910
Rechtbank Midden-Nederland, 10-03-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:1895, UTR 22/2910
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 maart 2023
- Datum publicatie
- 4 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1895
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2024:6425, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- UTR 22/2910
Inhoudsindicatie
Geen schending rechtspositie eiser door moment van indienen verweerschrift/nader stuk. Grondslag onroerendezaakbelasting. Onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot wonen. Terecht OZB-gebruiker geheven en terecht het tarief voor niet-wonen gehanteerd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2910
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: W.S. Consenheim),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
(gemachtigde: M.M. Dens).
Inleiding
Eiser is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak aan de [adres] in [woonplaats] . Het object bestaat uit een opslagruimte van 282 m2, een kantine van 25 m2, een entresol van 98 m2 en een woning van 140 m2. Het object ligt op een perceel van 1.500 m2, waarvan 750 m2 grond bij de woning hoort.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 303.000,- voor het belastingjaar 2021. De heffingsambtenaar heeft daarnaast bij beschikking aan eiser voor het belastingjaar 2021 aanslagen onroerendezaakbelastingen opgelegd (OZB). Het betreft een aanslag onroerendezaakbelastingen eigenaar (OZB-eigenaar) ter hoogte van € 1.950,-, naar de heffingsgrondslag van € 303.000,- en een aanslag onroerendezaakbelastingen gebruiker (OZB-gebruiker) ter hoogte van € 142,-, naar een heffingsgrondslag van € 227.000,-.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar van 1 maart 2022 het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op 23 december 2022 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Het beroep is behandeld op de online zitting van 10 januari 2023. Eiser heeft zich op de zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [A] , taxateur.