Rechtbank Midden-Nederland, 07-12-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6598, UTR 23/985
Rechtbank Midden-Nederland, 07-12-2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6598, UTR 23/985
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 7 december 2023
- Datum publicatie
- 22 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:6598
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2024:5948, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- UTR 23/985
Inhoudsindicatie
Wet WOZ. Woning. Beroep ongegrond. Artikel 40 Wet WOZ.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/985
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: W.H. Verdouw)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente] (de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: mr. W.G. Vos).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [adres 1] in [woonplaats] (de woning). Met de beschikking van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde de woning voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 319.000 naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
In de uitspraak op bezwaar van 11 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een taxatiematrix ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 oktober 2023. De gemachtigde van eiser is verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [A] , taxateur.