Rechtbank Midden-Nederland, 25-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:600, UTR 23/1739
Rechtbank Midden-Nederland, 25-01-2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:600, UTR 23/1739
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 25 januari 2024
- Datum publicatie
- 23 februari 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:600
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2025:2865, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- UTR 23/1739
Inhoudsindicatie
Geen geschil meer over de WOZ-waarde. Artikel 40 Wet WOZ. Waarderingsinstructie. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1739
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats 1] , eiser
(gemachtigde: J.L.G. van Herk)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [plaats 2], verweerder
(gemachtigde: mr. M.F.M. Boerlage).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 6 februari 2023 (de bestreden uitspraak).
In de beschikking van 28 februari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 337.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2021. Bij deze beschikking heeft verweerder aan eiser als eigenaar van deze woning ook aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In de bestreden uitspraak heeft verweerder het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard, maar de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend.
De zaak is behandeld op de digitale zitting van 2 november 2023. De gemachtigde van eiser, de gemachtigde van verweerder en [taxateur] , taxateur van verweerder, hebben deelgenomen aan de zitting.