Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2865, 24/606

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2865, 24/606

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
7 mei 2025
Datum publicatie
16 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:2865
Formele relaties
Zaaknummer
24/606
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ, Art. 7:4 Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Toezendplicht gegevens.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 24/606

uitspraakdatum: 7 mei 2025

Uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 25 januari 2024, nummer UTR 23/1739, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 13 te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2021, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 337.000. Tegelijk met deze beschikking heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord [naam1] namens belanghebbende, alsmede [naam2] , namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam3] taxateur.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, een rijwoning uit 1994. De onroerende zaak heeft een gebruiksoppervlakte van 118 m2. De onroerende zaak heeft een berging van 5 m2.

2.2.

De beschikking en de aanslag OZB zijn gedagtekend op 28 februari 2022. Namens belanghebbende is met dagtekening 18 maart 2022, door de heffingsambtenaar ontvangen op 11 april 2022, bezwaar gemaakt tegen de beschikking en de aanslag. In het bezwaarschrift is, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“Ik verzoek u bij niet volledig tegemoetkoming aan het bezwaar de opbouw en een controleerbare onderbouwing van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel, op basis van recente uitspraken van de rechtbank Oost Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2018:357) en de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2017:1051) tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te overleggen. Indien de door u gebruikte grondstaffel geheel of ten dele het resultaat is van een geautomatiseerd proces verzoek ik u conform artikel 7:4 lid 2 Awb zorg te dragen voor de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van die keuzes, aannames en gegevens.

Tevens verzoek ik u conform artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder in ieder geval de onderbouwing van de taxatie, inzichtelijk te verstrekken. Ik verzoek u, conform voorgaande zin, van het onderhavige object alsmede van de gehanteerde referentiepanden, de grondstaffels, liggingsfactor, onderbouwing van de indexering naar waardepeildatum en de KOUDVfactoren te overleggen. Bij een afwijking van de gemiddelde KOUDV-factoren ontvang ik graag inzicht in de gehanteerde correcties.

Graag ontvang ik deze stukken in een overzichtelijke taxatiekaart. Hieromtrent verwijs ik naar ECLI:NL:RBNHO:2020:8608 waarin is geoordeeld dat artikel 7:4 Awb niet alleen een inzagerecht beschrijft, maar ook een plicht om op verzoek deze stukken toe te zenden.”

2.3.

In het Taxatieverslag zijn van de onroerende zaak en de gebruikte vergelijkingsobjecten, naast een foto, onder meer de volgende gegevens opgenomen:

-

het bouwjaar;

-

de oppervlakten van de diverse onderdelen (onder meer woning, grond, bijgebouwen);

-

de kwalificatie van het onderhoud en de voorzieningen; en

-

de (vorige) vastgestelde WOZ-waarden.

Verder zijn van de onroerende zaak de kadastrale gegevens vermeld en van de vergelijkingsobjecten de transportdatum en de verkoopprijs.

2.4.

De heffingsambtenaar heeft per e-mail van 16 mei 2022 de grondstaffel behorende bij de onroerende zaak en de gemiddelde indexatiepercentages van de verkoopprijzen van de vergelijksobjecten aan de gemachtigde verstrekt.

2.5.

Op 3 juni 2022 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. In de uitspraak op bezwaar van 6 februari 2023 is van dit gesprek de volgende samenvatting opgenomen:

“Tijdens de hoorzitting van 3 juni 2022 heeft u het volgende aangedragen: Keuken 10-15 jr oud. Sprake van matig tot slecht energielabel. [adres2] 4 onderbouwt obv voorzieningen, objectonderdelen en perceelsoppervlakte een lagere waarde. Slechts 2 referenties vernoemd op taxatieverslag. Woning ligt nabij drukke doorgaande weg, geluidsoverlast. Woning ligt bij drukke rotonde ook geluidsoverlast. Pand ligt nabij verschillende sportterreinen. Nieuwe referentie: [adres3] 27 verkocht € 358.000 6-5-21 woonoppervlakte 120m2, pereeeloppervlakte 141 m2. Waardevoorstel € 294.000.”

2.6.

Op 22 juli 2022 heeft belanghebbende, blijkens de reactie van de heffingsambtenaar van 28 oktober 2022, per e-mail verzocht om het volgende:

  1. “Inzicht in KOUDV-L van de referentiepanden en het onderhavige object in de manier waarop en de percentages waarmee gecorrigeerd wordt bij afwijking van gemiddelde KOUDV- en liggingswaardering;

  2. Inzicht in de gehanteerde grondstaffel van de referentiepanden en het onderhavige object;

  3. Een controleerbare onderbouwing van de primaire grondprijs per m2 van de grondstaffel van de referentiepanden en het onderhavige object;

  4. Inzicht in het indexeringspercentage en in de onderbouwing van het indexeringspercentage van de referentiekoopsommen. Zowel voor- als na de geldende waardepeildatum;

  5. Inzicht in de waardering en de onderbouwing van de waardering van de bijgebouwen. Dit zowel van de referentiepanden als van het onderhavige object’

  6. Inzicht in de correcties met betrekking het VVE reserve, graag verneemt u met welke bedragen de verkoopprijzen van de referentiepanden gecorrigeerd zijn.”

2.7.

De heffingsambtenaar heeft per brief van 28 oktober 2022 de gemachtigde als volgt geantwoord:

“Ik kan hier het volgende op antwoorden

  1. In uw bezwaarschrift verzoekt u om de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren, alsmede de manier waarop de BghU de verschillen van het onderhavige object en de vergelijkingsobjecten te verstrekken tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te verstrekken. Tijdens de hoorzitting bent u geïnformeerd over de wijze waarop BghU de door u zo genoemde KOUDV-factoren gebruikt en ontsluit: Op het taxatieverslag worden per 2020 de onderhoudstoestand (hieronder is ook de kwaliteit van de woning begrepen) en het voorzieningenniveau van het object en de referenties vermeld. De uitstraling van het object en de referenties kunt u waarnemen door middel van de foto’s op het verslag en is zoveel als mogelijk vergelijkbaar. Dit geldt eveneens voor de ligging, die in de regel verdisconteerd is in de ligging van de verkoopcijfers van de referenties. De correcties op de KOUDV-factoren treft u aan in bijlage 1.

  2. De grondstaffels zijn voorafgaand aan de hoorzitting met een e-mailbericht aan u verzonden. De referentieobjecten die de waarde van de woningen in bezwaar onderbouwen zijn gelegen in hetzelfde waardegebied. Hierin is de staffeling van de grondwaarde hetzelfde zodat deze reeds in uw bezit zijn.

  3. De onderbouwing van de primaire grondprijs per m2 is niet vastgelegd. Daarom kan ik deze niet verstrekken.

  4. Het gehanteerde indexeringspercentage van de gebruikte referenties en de gehanteerde referenties wordt standaard met ingang van 2020 vermeld in de uitspraak op bezwaar.

  5. Hiervoor verwijs ik naar bijlage 2.

  6. Bij de waardering worden de verkoopprijzen met 3% gecorrigeerd vanwege de WE reserve.”

2.8.

Gemachtigde heeft per brief van 27 december 2022 een taxatierapport overlegd.

2.9.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 februari 2023 het bezwaar (deels) gegrond verklaard.

2.10.

De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en geen vergoeding van proceskosten toegekend.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de heffingsambtenaar de toezendplicht van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ, heeft geschonden en of belanghebbende deswege recht heeft op vergoeding van gemaakte proceskosten.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend.

3.3.

De waarde van de onroerende zaak is niet in geschil.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing