Rechtbank Midden-Nederland, 23-07-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3529, C/16/560325 / HA ZA 23-472
Rechtbank Midden-Nederland, 23-07-2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3529, C/16/560325 / HA ZA 23-472
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 23 juli 2025
- Datum publicatie
- 29 juli 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:3529
- Zaaknummer
- C/16/560325 / HA ZA 23-472
Inhoudsindicatie
Een zaak tussen individuele eisers en de Nederlandse Zorgautoriteit. Zij hebben samen met drie belangenorganisaties de zaak aangespannen en dezelfde vorderingen ingesteld. De belangenorganisaties hebben op grond van de WAMCA geprocedeerd. Er is op 23 april 2025 eindvonnis gewezen. Daarin is bepaald dat de HoNOS+-gegevens geen persoonsgegevens zijn. Het opvragen en verwerken van die gegevens door de NZa is niet in strijd met het recht. Daardoor wordt er niet onrechtmatig gehandeld tegenover de cliënten en beroepsbeoefenaren in de GGZ. De individuele eisers hebben geen andere argumenten of omstandigheden aangevoerd. De vorderingen worden daarom ook afgewezen.
Uitspraak
vonnis
Civiel recht
handelskamer
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/560325 / HA ZA 23-472
Vonnis van 23 juli 2025
in de zaak van
1 [eiseres sub 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiseres sub 3],
wonende te [woonplaats] ,
4. [eiseres sub 4],
wonende te [woonplaats] ,
5. [eiser sub 5],
wonende te [woonplaats] ,
6. [eiseres sub 6],
wonende te [woonplaats] ,
7. [eiser sub 7],
wonende te [woonplaats] ,
8. [eiseres sub 8],
wonende te [woonplaats] ,
9. de stichting
STICHTING KOEPEL VAN DBC-VRIJE PRAKTIJKEN VAN PSY.,
gevestigd te Amsterdam,
10. de stichting
STICHTING LOC WAARDEVOLLE ZORG,
gevestigd te Utrecht,
11. de stichting
STICHTING PLATFORM BESCHERMING BURGERRECHTEN,
gevestigd te Amsterdam,
eisers,
advocaat mr. A.H. Ekker te Amsterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
NEDERLANDSE ZORGAUTORITEIT,
zetelend te Utrecht,
gedaagde,
advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland en mr. F.J.H van Tienen te Den Haag.
Eisers 1 tot en met 4 worden gezamenlijk aangeduid als ‘de individuele eisende cliënten’. Eisers 5 tot en met 8 worden gezamenlijk aangeduid als ‘de individuele eisende behandelaren’. Eisers 9 tot en met 11 worden samen ‘de belangenorganisaties’ genoemd. Alle eisende partijen samen worden aangeduid als ‘eisers’. Gedaagde wordt ‘de NZa’ genoemd.
1 De procedure
Alle eisers samen hebben op 19 juli 2023 de NZa gedagvaard. In het tussenvonnis van 17 juli 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:4106) is geoordeeld dat de eisers ontvankelijk zijn in hun vorderingen. In datzelfde vonnis is besloten om de behandeling van de vorderingen van de individuele eisende cliënten en behandelaren op te schorten totdat de collectieve procedure, die de belangenorganisaties op grond van de WAMCA hebben aangespannen, in eerste aanleg is afgerond. In de WAMCA-procedure tussen de belangenorganisaties en de NZa is op 23 april 2025 een eindvonnis gewezen waarin de vorderingen van de belangenorganisaties zijn afgewezen (ECLI:NL:RBMNE:2025:1760).
De individuele eisende cliënten en behandelaren hebben in een akte van 21 mei 2025 laten weten dat zij hun vorderingen handhaven en de individuele procedures willen hervatten. Daarop heeft de rechtbank de NZa gevraagd of zij een nieuwe conclusie van antwoord wil indienen om verweer te voeren tegen de vorderingen van de individuele eisende cliënten en behandelaren. De NZa heeft de rechtbank in een akte van 2 juli 2025 laten weten dat zij geen nieuwe conclusie van antwoord wil indienen. De NZa heeft verzocht om alle processtukken die zijn ingediend in de procedure tussen de belangenorganisaties en de NZa in deze individuele procedures als herhaald en ingelast te beschouwen, met uitzondering van de (passages uit) de processtukken die alleen op de belangenorganisaties betrekking hebben. Dat geldt ook voor de stellingen die partijen hebben ingenomen tijdens de mondelinge behandelingen van 22 mei 2024 en 28 januari 2025. De individuele eisende cliënten en behandelaren hebben hiermee ingestemd in een akte van 2 juli 2025. Ook hebben partijen gezamenlijk laten weten dat zij geen behoefte hebben aan een tweede schriftelijke ronde of een nieuwe mondelinge behandeling. Daarom wordt er nu vonnis gewezen in de individuele procedures.
2 De kern van de zaak
De feitelijke achtergrond van het geschil is weergegeven in hoofdstuk 4 van het vonnis van 17 juli 2024 en hoofdstuk 2 van het vonnis van 23 april 2025. In het eindvonnis in de WAMCA-procedure van 23 april 2025 zijn de vorderingen van de belangenorganisaties afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het opvragen van de HoNOS+-gegevens en het verwerken van die gegevens niet in strijd is met het recht en daarom ook niet onrechtmatig is tegenover cliënten in de GGZ en beroepsbeoefenaren. De rechtbank komt tot hetzelfde oordeel in deze individuele procedures.