Home

Rechtbank Noord-Holland, 18-12-2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11232, 4534468 AO VERZ 15-298 en 4572861 AO VERZ 15-319

Rechtbank Noord-Holland, 18-12-2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11232, 4534468 AO VERZ 15-298 en 4572861 AO VERZ 15-319

Gegevens

Inhoudsindicatie

De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 december 2015 uitspraak gedaan in drie zaken die waren aangespannen door pakketbezorgers van PostNL tegen PostNL. Ten aanzien van twee pakketbezorgers is geoordeeld dat zij een arbeidsovereenkomst hebben met PostNL, bij de derde was dit niet het geval.

De kantonrechter heeft in twee zaken geoordeeld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De beschermingsgedachte van het arbeidsrecht brengt met zich dat in een situatie als de onderhavige, waar sprake is van een maatschappelijk ongelijkwaardige positie en van ongeschoolde, laag betaalde arbeid met een hoog “productiegehalte”, aan de partijbedoeling zoals deze op schrift is gesteld in beginsel minder betekenis toegekend dient te worden. Doorslaggevend is de wijze waarop partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Gelet op de hoge mate van gedetailleerde instructies die PostNL geeft ten aanzien van de uitvoering van het werk zoals de eisen waaraan de bus dient te voldoen, kleding en schoeisel, de wijze waarop de routes gereden dienen te worden, de controle die hierop wordt uitgeoefend, het feit dat de subcontractor zich niet structureel mag laten vervangen en alleen door vooraf door PostNL goedgekeurde vervangers en tenslotte het feit dat deze subcontractors alleen voor PostNL werken en daardoor in een economisch afhankelijke positie zijn komen te verkeren, ontbreekt het zelfstandig ondernemerschap en acht de kantonrechter alle essentialia van een arbeidsovereenkomst aanwezig. Ten aanzien van een derde subcontractor heeft de rechter geoordeeld dat geen arbeidsovereenkomst aanwezig was. Deze subcontractor was ook voor aanvang van zijn werkzaamheden voor PostNL al als zelfstandige ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en reed structureel meerdere routes die niet door één persoon te bemensen waren. Hij zette dan ook structureel betaalde vervangers in. Deze situatie vertoont meer de kenmerken van zelfstandig ondernemerschap dan van een arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 4534468 AO VERZ 15-298 en 4572861 AO VERZ 15-319

Uitspraakdatum: 18 december 2015

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker] , h.o.d.n. [naam bedrijf]

zaakdoende te Spijkenisse

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen

tegen

de besloten vennootschap POSTNL PAKKETTEN BENELUX B.V.

gevestigd te Hoofddorp

verwerende partij

verder te noemen: PostNL

gemachtigden: prof. mr. J.M. van Slooten en mr. P. Hufman

1 Het procesverloop

1.1

[verzoeker] heeft op 19 oktober 2015 een verzoek ter griffie ingediend om voor recht te verklaren dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en de opzegging van de arbeidsovereenkomst door PostNL te vernietigen en [verzoeker] toe te laten tot de werkvloer. [verzoeker] heeft daarbij een verzoek gedaan om PostNL te veroordelen tot doorbetaling van loon en tot betaling van de wettelijke verhoging, buitengerechtelijke incassokosten en rente.

1.2

Gelijktijdig met dit verzoek heeft [verzoeker] ook verzocht om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. PostNL heeft tegen beide verzoeken verweer gevoerd.

1.3

Op 3 december 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. Beide partijen hebben zich daarbij bediend van pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben [verzoeker] en PostNL bij brieven van 26 november 2015, 1 december 2015 en 2 december 2015 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, staan tussen partijen de volgende feiten vast.

2.1

Koninklijke PostNL B.V. is op grond van artikel 84 Postwet 2009 met ingang van 1 april 2009 aangewezen als verlener van universele postdienst in Nederland. Zij is op grond van de Postwet onder meer verplicht pakketvervoer te verzorgen.

PostNL is de vennootschap die daarvoor zorg draagt. PostNL maakt voor deze pakketverzorging gedeeltelijk gebruik van de diensten van zelfstandige pakketbezorgers (hierna ook wel subcontracters genoemd). In totaal gaat het in Nederland om ongeveer 1100 subcontractors. PostNL heeft daartoe met deze subcontractors overeenkomsten gesloten. De subcontractors zijn hetzij zelfstandige zonder personeel (ZZP-er), hetzij zelfstandige met werkend personeel (ZMP-er), hetzij zelfstandige met een zelfstandige (ZMZ-er).

2.2

[verzoeker] , geboren op 3 juli 1986, drijft sinds 1 april 2013 de eenmanszaak [naam bedrijf] . Op 17 mei 2013 heeft de belastingdienst een VAR/WUO verklaring afgegeven aan [verzoeker] voor het jaar 2013 en op 6 november 2013 voor het jaar 2014. Op 11 juli 2013 hebben PostNL en [verzoeker] een “Vervoersovereenkomst” (hierna “de overeenkomst”) gesloten. [verzoeker] behoort tot de hiervoor genoemde groep ZZP-ers. Laatstelijk reed Van den Hoek voor PostNL de route Spijkenisse 7 vanuit het depot Ridderkerk en de route Dordrecht 4.

2.3

Een belangrijk deel van de zelfstandige pakketbezorgers heeft zich georganiseerd in de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Subco Partners (hierna: Subco). Op enig moment heeft de FNV zich de belangen van de subcontractors aangetrokken. Naar aanleiding van onvrede en onder druk van negatieve perspublicaties en de politiek, heeft PostNL met Subco in de loop van 2015 onderhandeld met als resultaat een akkoord onder de naam “Duurzaam Bezorgmodel”. Dit model houdt kort gezegd in dat de zelfstandige pakketbezorgers, zijnde ZZP-ers, kunnen kiezen uit de volgende opties:

- zij kunnen in dienst treden als bezorger, mits er geen dispuut is met PostNL; hun bus wordt dan overgenomen door PostNL;

- zij kunnen er ook voor kiezen om met een 10 % hogere vergoeding door te gaan als zelfstandig ondernemer.

Dit akkoord bleek uiteindelijk onvoldoende steun te krijgen in de achterban van Subco/FNV. Niettemin heeft PostNl al haar subcontractors die als ZZP-ers werkzaam zijn, uitgenodigd voor een gesprek en daarin het aanbod gedaan om in loondienst te treden op de in het akkoord geformuleerde voorwaarden. Slechts een klein gedeelte (genoemd worden percentages van 5-15 %) heeft dit aanbod aangenomen.

2.4

[verzoeker] behoort tot een groep van 19 subcontractors met wie de overeenkomst is opgezegd wegens klachten over de uitvoering van hun werkzaamheden en/of hun opstelling tijdens collectieve acties medio 2015. Aan [verzoeker] is geen aanbod gedaan om in dienst te treden van PostNL.

2.5

PostNL heeft in mei 2014 de werkzaamheden van [verzoeker] beoordeeld en daarbij het eindoordeel voldoende gegeven. Wel wordt in het evaluatieformulier aangegeven dat er geen negatieve straatcontroles meer mochten voorkomen.

Op 22 april 2014 heeft PostNL [verzoeker] bericht:

“(...) Op 3 april 2014 heeft u een zending met bestemming Zwanenhoek in Spijkenisse (...) niet afgeleverd op het juiste adres. Hoewel een standaard zending bij buren afgeleverd mag worden werd deze zending verzonden met de aanvullende dienst ‘alleen huisadres’. Dit betekent dat de zending alleen op het vermelde adres geleverd mag worden, en niet bij buren.

(...) Bij een volgend incident zal PostNL Pakketten in overweging nemen om de met u bestaande vervoersovereenkomst geheel of gedeeltelijk te beëindigen.(...)”.

PostNL heeft [verzoeker] op 22 mei 2015 geschreven:

“(...) Op 15 mei 2015 heeft u gesproken met (...) Dit gesprek werd gevoerd naar aanleiding van het diverse malen te laat komen op depot. Na het gesprek wat we hebben gehouden op 6 maart (...) ook n.a.v. het te laat aanvangen van uw shift, is dit wederom voorgevallen. U bent dan steeds meer dan een half uur na aanvang shifttijd pas aanwezig. Op 2 mei 2015 en 6 mei 2015 is dit geconstateerd. (...) U begrijpt dat het gevolgen zal hebben voor uw vervoersovereenkomst als u het proces blijft verstoren. (...)”.

[naam 1] , senior procesmanager op het depot te Ridderkerk, heeft ten aanzien van het functioneren van [verzoeker] op 19 november 2015 het volgende verklaard:

“(...) Er kwamen regelmatig klachten over [naam bedrijf] , met name omdat de pakketten niet op de voorgeschreven wijze werden afgeleverd. Zo werden pakketten buiten onbeheerd achtergelaten, liet de chauffeur buren een handtekening zetten voor ontvangst of plaatste zelf een handtekening, terwijl de geadresseerde dit zelf moet doen. Daarnaast kwam [verzoeker] zeer regelmatig later dan de met hem overeengekomen tijd op het depot aan. (...) Doordat hij later kwam dan afgesproken moesten zijn pakketten door iemand anders (die eigenlijk andere werkzaamheden heeft) “gehoosd” worden, oftewel in een aparte container worden geplaatst. (...) Als hij dan aan kwam op het depot reageerde hij heel boos richting die betreffende medewerker. (...) Als ik met [verzoeker] sprak was hij erg lastig bij te sturen. (...) Tijdens de staking heeft [verzoeker] ook gestaakt. Hij heeft de hele week van de staking geen werkzaamheden uitgevoerd. (...)”

2.6

Op 14 juli 2015 heeft een kort geding plaatsgevonden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland tussen PostNL enerzijds en Subco en een zelfstandige pakketbezorger anderzijds. Tijdens de behandeling zijn nadere afspraken gemaakt tussen partijen, waarop Post NL haar vorderingen heeft ingetrokken.

2.7

Van 14 juli 2015 tot en met 18 juli 2015 zijn door [verzoeker] geen diensten verricht en heeft hij de poort geblokkeerd.

2.8

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden Nederland, locatie Utrecht, heeft bij uitspraak van 20 juli 2015 – samengevat – de vorderingen van PostNL strekkende tot een verbod aan [naam 2] (voorzitter Subco) om door te gaan met het organiseren/oproepen tot enige vorm van collectieve actie toegewezen.

2.9

PostNL heeft [verzoeker] op 21 juli 2015 bericht:

“(...) PostNL heeft geconstateerd dat u de afgelopen week een of meerdere dagen geen diensten heeft verricht. U heeft destijds geen gehoor gegeven aan onze dringende oproep aan u, om uw dienstverlening te hervatten binnen 60 minuten na ontvangst van de sommatie. Inmiddels heeft de rechter de acties van vorige week verboden. PostNL heeft mede hierdoor schade geleden. (...) Wij verhalen deze schade op u, tenzij u de dienstverlening nu en in de toekomst blijft uitvoeren conform uw vervoersovereenkomst. (...)”.

2.10

[naam 3] , werkzaam bij PostNL als depotmanager van het distributiecentrum Ridderkerk, heeft verklaard dat [verzoeker] zich heeft opgesteld als officieuze leider van de staking en dat de vervoersovereenkomst ook wel zonder de staking zou zijn beëindigd, door de houding en het gedrag van [verzoeker] .

2.11

PostNL heeft tijdens een gesprek met [verzoeker] op 24 augustus 2015 de overeenkomst beëindigd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Gedurende deze drie maanden hoefde [verzoeker] niet te werken en ontving hij een vergoeding per week gebaseerd op het gemiddelde dat hij in juni 2015 per week aan omzet had behaald. hij Vervolgens is [verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek op 24 augustus 2015 waarin de beëindiging zou worden besproken en op 2 september 2015 voor een vervolggesprek. [verzoeker] heeft zich op 2 september afgemeld voor dit gesprek. Hierop werd bij brief van 18 september 2015 de beëindiging schriftelijk bevestigd.

2.12

Op 15 september 2015 heeft [verzoeker] aan PostNL gemaild:

“(...) De drie maanden opzeg termijn worden vergoed volgens de in juni ontvangen omzet. Dit staat in de brief die mij gemaild is na het gesprek. De gemiddelde omzet van juni is 1701,54 Kan u mij vertellen waarom ik deze week € 711 heb ontvangen? Ik ontvang bij deze graag een verklaring en een corrigerende betaling (...)”.

2.13

Op 16 oktober 2015 heeft de gemachtigde van [verzoeker] zich tot PostNL gewend daarbij – samengevat –zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en aanspraak gemaakt op loonbetaling. Tevens heeft hij zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van zijn gebruikelijke werkzaamheden.

In de overeenkomst die op 11 juli 2013 tussen PostNL en [verzoeker] is gesloten, is het volgende bepaald:

“(...) De Vervoerder een zelfstandige zonder personeel is, hetgeen betekent dat hij met één bus rijdt en geen werknemers in dienst heeft;

(...)

De Vervoerder voert vervoersopdrachten uit in opdracht van PostNL, waarbij nadere (technische) eisen gesteld kunnen worden aan de voertuigen van Vervoerder in verband met de processen van PostNL en eisen t.a.v. duurzaamheid (...). Daarnaast stelt PostNL eisen t.a.v. representatie van de Vervoerder en diens voertuigen. (...)

De Overeenkomst kan door één van beide Partijen schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand. (...)

Toepasselijkheid van boek 7 BW (met name de agentuurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst) sluiten Partijen hierbij uit.

(...)

De Vervoerder ontvangt voor het verrichten van Vervoersopdrachten een vergoeding voor de nader overeen te komen vervoersopdrachten, zoals nader omschreven in de Bijlage.

Elke Partij heeft het recht om een voorstel te doen tot aanpassing van de overeengekomen vergoedingen.

(...)

Indien de Vervoerder om wat voor reden dan ook de Vervoersopdrachten niet kan verrichten, is de Vervoerder verplicht om zelf voor vervanging zorg te dragen. Vervoerder is derhalve niet verplicht om de werkzaamheden zelf uit te voeren. Voor de op deze wijze geregelde vervanger van Vervoerder gelden dezelfde voorwaarden zoals die van toepassing zijn op Vervoerder. (...)

Indien de Vervoerder op structurele basis een vervangende vervoerder zoekt voor de uitvoering van de Vervoersopdrachten, zal PostNL met deze vervangende vervoerder een separate vervoersovereenkomst sluiten.

De Vervoerder dient ervoor te zorgen dat hij ervan op de hoogte is dat PostNL het recht heeft te allen tijde en zonder voorafgaande kennisgeving actie te ondernemen om diefstal te voorkomen, in het bijzonder in de vorm van inspectie van de voertuigen van de Vervoerder (inclusief chauffeurscabine en geladen goederen) en de persoonlijke bezittingen van de Vervoerder.

(...)

De Vervoerder zal gedurende de duur van de Overeenkomst en één jaar na beëindiging geen contact zoeken met een klant van PostNL voor het uitvoeren van Vervoersopdrachten of enig andere soortgelijke vervoersdienst.

(...)

De Vervoerder is verantwoordelijk voor afdracht van alle belastingen en sociale premies (...) Claims voortvloeiend uit het niet voldoen aan deze verplichting kunnen niet op PostNL worden verhaald.

In de overeenkomst zijn partijen de toepasselijkheid van Algemene Voorwaarden (hierna AV) overeengekomen. In de AV is onder meer bepaald:

“(...) Servicekaders: het geheel van dienstverleningsvoorwaarden (producten) dat PostNl is overeengekomen met haar klanten

(...)

Uitvoering van de Vervoersopdrachten

3.1.

Vervoerder voert de Vervoersopdrachten uit conform de door PostNL verstrekte specificaties en instructies die voortvloeien uit de Servicekaders. Deze instructies zijn terug te vinden op www.subconet.nl, de site waartoe elke Vervoerder toegang heeft.

(...)

Betaling

4.1.

PostNL stelt een digitale factuur op (self billing) op basis van de uitgevoerde Vervoersopdrachten. Tenzij Vervoerder deze betwist, wordt dit bedrag uitbetaald, twee weken na de wekelijkse vaststelling van de uitgevoerde Vervoersopdrachten.

(...)

Verzekering

9.1.

De Vervoerder garandeert te zijn verzekerd voor wettelijke aansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor verlies, schade of vertraging van Zendingen of Lading (...)

9.2.

Op eerste verzoek van PostNL zal de vervoerder polissen en polisaanhangsels aan PostNL ter beschikking stellen,

(...)

Wijziging voorwaarden

10.1.

PostNL heeft het recht deze voorwaarden te wijzigen en/of aan te vullen. Tenzij anders bepaald of overeengekomen zijn wijzigingen en aanvullingen tot nader order van toepassing op alle Vervoersovereenkomsten die op en na de door PostNL bekend gemaakte datum van invoering van de wijzigingen en/of aanvullingen tot stand komen. (...)”.

2.16

In de Bijlagen bij de overeenkomst wordt de route omschreven met daarin een aantal vaste postcodegebieden, vaste dagen en een Tariefindicatie gebaseerd op deze route met daarin het aantal stops en het stoptarief. Deze Bijlage wordt telkens wanneer er iets wijzigt in de route, of bij tariefswijziging, opnieuw getekend door zowel PostNL als de subcontractor.

Voorts is in de Bijlage bepaald:

(...) Gedurende de tijdstippen dat de Vervoerder zich daadwerkelijk bezig houdt met de uitvoering van de vervoersovereenkomst is te allen tijde duidelijk dat de Vervoerder in opdracht van PostNl handelt, o.a. door(dat):

-

het voertuig dat wordt ingezet voldoet aan alle wagenparkvoorwaarden zoals vermeld op www.subconet.nl

-

zich op representatieve wijze te presenteren bij de klant door o.a. het herkenbaar dragen van kleding die voldoet aan de huisstijl van PostNL (te bestellen via www.subconet.nl)

-

dat het voertuig wit en representatief is

-

PostNL kan de opdracht verstrekken om het voertuig te voorzien van een sticker. (...)

-

de uiting van de naam van de Vervoerder is uitsluitend aangebracht op de voorportieren, welke maximaal 60 x 60 cm groot is.(...)”.

2.17

In het onderhavige geval waren partijen aanvankelijk overeengekomen dat [verzoeker] de route 238 Spijkenisse 7 reed vanuit de vestiging Hellevoetsluis tegen een stoptarief van

€ 1,05 met een geïndiceerde omzet van € 882,20 per week. Gedurende de looptijd van de overeenkomst zijn de werkzaamheden ten aanzien van de route Spijkenisse 7 over gegaan naar het depot Ridderkerk. [verzoeker] reed deze route op dinsdag tot en met zaterdag. Deze route werd laatstelijk gereden door [verzoeker] tegen een vergoeding van € 1,25 per succesvolle stop. Per november 2013 is de overeenkomst uitgebreid met een maandagroute. Dat was aanvankelijk de route Brielle 1 MA ingaande per 4 november 2013. Het stoptarief bedroeg € 2,40 per succesvolle stop. Vanaf 15 september 2014 is de maandagroute de route Dordrecht 4 geworden, tegen een vergoeding van € 1,95 per succesvolle stop.

Daarnaast geldt een producttoeslag per afgeleverd pakket van € 0,16. De producttoeslag kan door PostNL eenzijdig worden aangepast.

Door [verzoeker] zijn in 2014 en 2015 zijn vader, [naam vader] (13x), zijn moeder, [naam moeder] (2x), [naam vervanger] (27x) en [naam vervanger] (20x) als vervangers ingeschakeld. Gedurende die periode heeft [verzoeker] voor 66 van zijn 263 ritten laten vervangen, dat komt neer op een vervangingspercentage van 25 %.

2.19

Over het jaar 2014 heeft [verzoeker] een omzet gegenereerd van € 60.000,--.

3 Het verzoek en het verweer

3.1

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter - samengevat weergegeven -:

in de hoofdzaak

A. Primair:

a. voor recht te verklaren dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst;

b. de opzegging van de arbeidsovereenkomst dan wel het gegeven ontslag te vernietigen;

c. toelating tot de werkvloer te bevelen op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag;

d. veroordeling tot doorbetaling van het verschuldigde salaris gelijk aan het CAO salaris van een pakketbezorger in vaste dienst bij PostNL, althans gelijk aan de gemiddelde wekelijkse vergoeding die Van den Hoek ontvangt van PostNL, vanaf 20 augustus 2015, althans vanaf 20 november 2015 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd;

e. betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;

f. betaling van buitengerechtelijke incassokosten;

g. betaling van wettelijke rente over het sub b, c en d gevorderde;

B. Subsidiair:

h. voor het geval ingevolge enige andere rechterlijke beslissing of op andere wijze zal komen vast te staan dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, de opzegging van de arbeidsovereenkomst dan wel het gegeven ontslag te vernietigen;

i-m : veroordeling van PostNL tot het hiervoor onder A sub c tot en met g omschreven primair gevorderde;

in het incident

om een voorlopige voorziening voor de duur van de onderhavige procedure

n. PostNL te bevelen [verzoeker] toe te laten tot de werkvloer op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag;

o. PostNL te veroordelen tot doorbetaling van het verschuldigde salaris gelijk aan het CAO salaris van een pakketbezorger in vaste dienst bij PostNL, althans gelijk aan de gemiddelde wekelijkse vergoeding die [verzoeker] ontvangt van PostNL, vanaf 20 augustus 2015, althans vanaf 20 november 2015 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd;

p: betaling van de wettelijke verhoging;

q: betaling van de buitengerechtelijke incassokosten;

r: betaling van wettelijke rente.

3.2

Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat de rechtsverhouding tussen hem en PostNL moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst en dat de opzegging daarvan op grond van artikel 7:681 BW jo 7.671 BW vernietigbaar is. Er is, aldus [verzoeker] , geen sprake van een ontslag op staande voet, instemming met het ontslag of een vergunning van UWV Werkbedrijf.

3.3

PostNL verweert zich tegen het verzoek. Op haar verweren zal hierna worden in gegaan. PostNL heeft geen voorwaardelijk tegenverzoek ingediend.

4 4. De beoordeling

5 De beslissing