Home

Rechtbank Noord-Holland, 30-08-2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:7282, C/15/259861 / FA RK 17-3232

Rechtbank Noord-Holland, 30-08-2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:7282, C/15/259861 / FA RK 17-3232

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30 augustus 2017
Datum publicatie
24 oktober 2017
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2017:7282
Formele relaties
Zaaknummer
C/15/259861 / FA RK 17-3232

Inhoudsindicatie

Verzoek van de bijzondere curator tot vernietiging van de erkenning door de meemoeder afgewezen.

Is een nog jong kind beter af met twee juridische ouders (zijn geboortemoeder en zijn meemoeder) of met slechts één juridische ouders (zijn geboortemoeder)?

Uitspraak

Sectie Familie & Jeugd

locatie Haarlem

Vernietiging erkenning

zaak-/rekestnr.: C/15/259861 / FA RK 17-3232

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 30 augustus 2017

in de zaak van:

[de meemoeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [de meemoeder] of de meemoeder,

advocaat mr. L.S. Zomers, kantoorhoudende te Alkmaar,

tegen

[geboortemoeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen: [geboortemoeder] of de geboortemoeder.

Het minderjarige kind [minderjarige] wordt vertegenwoordigd door

[bijzondere curator] , bijzondere curator.

1 Procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift, met bijlagen, van [de meemoeder] , ingekomen op 22 mei 2017;

-

de beschikking van 14 juni 2017, waarbij [bijzondere curator] kantoorhoudende te Velserbroek is benoemd tot bijzondere curator;

-

de brief van de bijzondere curator van 12 juli 2017, tevens houdende een zelfstandig verzoek.

1.2.

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 juli 2017 in aanwezigheid van [de meemoeder] bijgestaan door mr. L.S. Zomers, [geboortemoeder] en

[bijzondere curator] , bijzondere curator.

2 Feiten en omstandigheden

2.1.

[de meemoeder] en [geboortemoeder] zijn op [huwelijksdatum] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 29 juli 2016.

2.2.

Gedurende dit huwelijk is op [geboortedatum] te [plaats] uit [geboortemoeder] geboren [minderjarige] (hierna ook: [minderjarige] ); op [datum] is hij als ongeboren vrucht door [de meemoeder] erkend. [geboortemoeder] en [de meemoeder] zijn van rechtswege gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 14 juni 2017 is [bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator.

3 Verzoek

3.1.

[de meemoeder] verzoekt op grond van artikel 1:205 lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) de erkenning van het kind, door haar gedaan op [datum] , te vernietigen.

3.2.

[de meemoeder] stelt daartoe dat zij niet de biologische moeder is van [minderjarige] . [minderjarige] is verwekt middels kunstmatige donorbevruchting. De donor van [minderjarige] is door de moeders gevonden via een daarvoor bestemde website. Deze donor wil geen betekenisvolle rol in het leven van [minderjarige] spelen, tenzij [minderjarige] in de toekomst zelf stappen onderneemt om met de biologische vader in contact te komen. Het huwelijk van de geboortemoeder en meemoeder heeft geen stand gehouden en is twee maanden na de geboorte van [minderjarige] ontbonden. De meemoeder stelt dat zij de zwangerschap van de geboortemoeder niet of nauwelijks heeft meegemaakt, dit omdat zij toen al in een echtscheidingsprocedure waren verwikkeld, zij daaraan geen behoefte had en de geboortemoeder hierin ook afhoudend was. Volgens de meemoeder is er tussen haar en [minderjarige] geen sprake van een gelijkwaardige moeder-kindrelatie en zij voelt, hoe triest en pijnlijk ook voor [minderjarige] , geen moeder-kindband met hem. Sinds de geboorte van [minderjarige] heeft zij sporadisch contact met [minderjarige] gehad en sedert zes maanden is er helemaal geen contact meer. Zij heeft overleg gehad met de geboortemoeder over haar wens om tot vernietiging van de erkenning te komen en de geboortemoeder staat achter dit verzoek. De geboortemoeder heeft zich ook met de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag akkoord verklaard.

[de meemoeder] is zich ervan bewust dat de erkenning niet tot stand is gekomen door bedreiging, dwaling, bedrog of door misbruik van omstandigheden. Zij, maar ook de geboortemoeder, is echter van mening dat het belang van het kind met zich brengt dat de erkenning wordt vernietigd. Het verdwijnen van de meemoeder uit het leven van [minderjarige] zal volgens de meemoeder voor [minderjarige] geen gemis betekenen, gelet op zijn zeer jonge leeftijd en de omstandigheid dat [minderjarige] niet aan haar is gehecht. Juist een latere vernietiging van de erkenning door [minderjarige] (wanneer hij hierover zelf een oordeel kan vormen) zal volgens de meemoeder invloed hebben op zijn psychische en emotionele gesteldheid. De meemoeder en geboortemoeder vinden het in het belang van [minderjarige] dat de juridische werkelijkheid in dit vroege stadium al gelijk wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. [de meemoeder] hoopt dat een bijzondere curator in zijn hoedanigheid een verzoek tot vernietiging van de erkenning zal indienen en zij wijst in dat verband op de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 september 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10788.

4 Het standpunt en het zelfstandig verzoek van de bijzondere curator

5 Beoordeling

6 Beslissing