Home

Rechtbank Noord-Holland, 13-02-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1097, C/15/296216 / KG ZA 19-840

Rechtbank Noord-Holland, 13-02-2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:1097, C/15/296216 / KG ZA 19-840

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13 februari 2020
Datum publicatie
17 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2020:1097
Formele relaties
Zaaknummer
C/15/296216 / KG ZA 19-840

Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering tot hernieuwde oplegging van lijfsdwang ter afdwinging van de nakoming van eerder aan een bestuurder van een vastgoedfonds opgelegde veroordelingen tot o.a. afleggen van rekening en verantwoording en opstellen jaarstukken.

Uitspraak

vonnis

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/296216 / KG ZA 19-840

Vonnis in kort geding van 13 februari 2020

in de zaak van

de stichting

DEELNEMERS EXPAT REAL ESTATE FUND III,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat: mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat: mr. V.P. Melens te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de Stichting en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 26 november 2019 met producties 1 tot en met 3 van de zijde van de Stichting;

-

de mondelinge behandeling van 16 januari 2020, waarbij tegen [gedaagde] verstek is verleend;

-

de fax van mr. Melens van 17 januari 2020;

-

de door [gedaagde] in het geding gebrachte productie A;

-

de mondelinge behandeling van 28 januari 2020 en het daarvan opgemaakte proces verbaal.

Op deze zitting is aan partijen medegedeeld dat voormelde fax van 17 januari bij correcte behandeling tot tijdige zuivering van het verstek zou hebben geleid, maar dat het verstekvonnis niettemin is uitgegaan. Met partijen is afgesproken dat dit verstekvonnis geacht moet worden niet te zijn uitgesproken en dat de zaak op een vervolgzitting op de oorspronkelijke dagvaarding inhoudelijk zou worden behandeld;

-

de door de Stichting bij brief van 4 februari 2020 in het geding gebrachte aanvullende producties;

-

de door [gedaagde] op 5 februari 2020 in het geding gebrachte stukken;

-

de mondelinge behandeling van 6 februari 2020, waarbij de grosse van voormeld verstekvonnis is ingeleverd;

-

de daarbij door beide partijen overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het navolgende uitgegaan.

2.1.

[gedaagde] is enig aandeelhouder en bestuurder van Piovra Enterprises B.V., die bestuurder en enig aandeelhouder is van Vastgoedfonds Nederland B.V. (hierna: Vastgoedfonds). Vastgoedfonds is op haar beurt bestuurder en enig aandeelhouder van Expat Real Estate Fund III B.V. (hierna: EREF III).

2.2.

EREF III is een vennootschap die een vastgoedfonds exploiteert. Particuliere participanten (hierna: de deelnemers) hebben in totaal € 2.500.000,-- ingelegd in EREF III.

2.3.

De Stichting is opgericht om de collectieve belangen van de deelnemers te behartigen en om toezicht te houden op de activiteiten van EREF III.

2.4.

In een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 11 juni 2019 (hierna: het vonnis van 11 juni 2019) heeft de voorzieningenrechter (voor zover hier van belang) de navolgende beslissing genomen:

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt EREF III c.s. [waaronder tevens [gedaagde], toevoeging voorzieningenrechter] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de Stichting te betalen een bedrag van € 2.500.000,- (twee miljoen vijfhonderdduizend euro),

5.2.

veroordeelt EREF III c.s. hoofdelijk om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de Stichting een specificatie te verstrekken van de huurinkomsten die door EREF III zijn ontvangen,

5.3.

veroordeelt EREF III c.s. hoofdelijk om binnen veertien dagen aan de Stichting rekening en verantwoording af te leggen omtrent de gelden die door de participanten aan EREF III zijn verstrekt en een gespecificeerde opgave te doen van de uitgaven en inkomsten van EREF III en daarbij de onderliggende facturen en bankafschriften over te leggen,

5.4.

veroordeelt EREF III c.s. hoofdelijk om alle redelijke inspanningen te verrichten om ervoor zorg te dragen dat binnen twee maanden na betekening van dit vonnis de jaarstukken en de exploitatierekeningen van EREF III over 2017 en 2018 aan de Stichting kunnen worden overgelegd, (...)”

2.5.

Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 19 september 2019 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank (hierna: het vonnis van 19 september 2019), is bepaald dat het vonnis van 11 juni 2019 ten uitvoer kan worden gelegd bij lijfsdwang voor de duur van één dag voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde] geen (volledige) uitvoering geeft aan de veroordelingen als genoemd in 5.2., 5.3. en 5.4. van het vonnis van 11 juni 2019, met bepaling dat de lijfsdwang in totaal een periode van 30 dagen niet zal overschrijden.

2.6.

Op 8 oktober 2019 heeft de deurwaarder van de Stichting geprobeerd de lijfsdwang ten uitvoer te leggen, maar hij trof [gedaagde] niet aan op zijn bekende woonadres. Op 3 november 2019 heeft de deurwaarder [gedaagde] aangetroffen in (althans nabij) een recreatiewoning en is - nadat [gedaagde] tijdens een vluchtpoging door een aanwezige politieagent is aangehouden - de lijfsdwang alsnog ten uitvoer gelegd.

2.7.

Op 27 november 2019 heeft de deurwaarder van de Stichting [gedaagde] bezocht in de penitentiaire inrichting waar [gedaagde] verbleef en aan [gedaagde] zijn eerder in beslag genomen laptop ter beschikking gesteld. Blijkens het proces-verbaal van de deurwaarder, is tussen de deurwaarder en [gedaagde] het volgende besproken:

(...)

- Er is geen gespecificeerde opgave gedaan van alle uitgaven en inkomsten van EREF IIII (bedoeld III).

[gedaagde]: zie reeds verstrekte halfjaar en jaar rapportages. Betreft inkoopfacturen voor acht tot tien appartementen. Overzicht kan ik met deze computer opstellen, vergt enige uren werk en een nieuwe afspraak;

- Er is geen specificatie met onderbouwing overgelegd van de inkomsten. Er wordt “Meander etc. € 700.000” genoemd, maar de inkomstenspecificatie hiervan ontbreekt.

[gedaagde]: toont op computer concept aflosnota 12 december 2018 Kasper Notariaat € 762,408,05 (foto 1) is eerder overgelegd. Definitieve opbrengst € 10.000,00 minder wegens vertraagde levering. Is uitbetaald op SNS bankrekening en vervolgens doorbetaald. Op welke rekening dat bedrag nu staat moet ik opzoeken, kan ik zo niet zeggen.

Boeder [deurwaarder, toevoeging voorzieningenrechter]: Computer en internet zijn beschikbaar om te zoeken.

[gedaagde]: Die rekeninggegevens kan ik zo niet achterhalen.

- Er worden “bezittingen” van EREF III genoemd van € 120.000,- genoemd, maar de specificatie hiervan ontbreekt.

- Er wordt “meubilering” genoemd van € 60.250,-, maar de specificatie ontbreekt.

- Er wordt “afwerking/inrichting” genoemd van € 67.500,-, maar de specificatie ontbreekt.

- Er worden “verbouwingskosten” van € 78.045,- genoemd, maar de specificatie ontbreekt.

[gedaagde]: Dat lijkt mij de inventaris van objecten. Moet worden samengesteld, reconstrueren, heb ik foto’s inventaris en bonnetjes voor nodig. Raadpleegt computer en toont een foto van een Meander appartement.

- De onderliggende facturen van de hiervoor genoemde posten ontbreken ook.

[gedaagde]: Kunnen worden opgesteld aan de hand van deze computer, vergt enige uren/ dag en een nieuwe afspraak.

- Voorts ontbreken ook de bankafschriften van EREF III.

[gedaagde]: Heb geen enkel fysiek bankafschrift SNS. Onjuist om die op te vragen, valt buiten het vonnis. De SNS rekeningen zijn opgeheven dan wel geblokkeerd door SNS. Daarom kan ik ook niet meer inloggen bij SNS. Alle fysieke bankafschriften zijn al lang geleden door mij opgevraagd. Omdat ik niet bij mijn post kan weet ik niet wat daar de stand van is.

Boeder: Heeft u voor bankzaken die gerelateerd zijn aan de onderhavige vastgoedportefeuilles gebruik gemaakt van andere (buitenlandse) banken?

[gedaagde]: Nooit zaken gedaan met N26bank AG, Wirecard flank AG, Bunq, Knap, Aegon, Volksbank.

Boeder: Huurder [A.] ([adres]) betaalt huur op rekeningnummer van [Bank]: Huurder [A.] moet betalen op SNS rekening in ieder geval niet aan [Bank].

- De jaarstukken en exploitatierekeningen ontbreken,

[gedaagde]: Daar ben ik niet toe gehouden. Inspanningen zijn verricht.

- Er is een “gecorrigeerde factuur” overgelegd van Vastgoedfonds Nederland bv van € 95.287,50 die op geen enkele wijze is gespecificeerd en waarvan de juistheid wordt betwist.

[gedaagde]: Moet ik uitzoeken waar die factuur is. Niet op de computer beschikbaar.

- Er wordt een bedrag genoemd van € 260.00[0] voor “reservering Epenstraat”. Dit is geen gespecificeerde opgave van inkomsten/uitgaven; het is volstrekt onduidelijk waar dit betrekking op heeft.

[gedaagde]: Had betrekking op Epenstraat en is in een A-C constructie verkocht, de winst is ontvangen en is op SNS rekening betaald en doorgestort. Staat nu op een rekening tnv van III, welke rekening moet ik nazoeken.

Boeder: Computer en internet zijn beschikbaar om te zoeken.

[gedaagde]: Die rekeninggegevens kan ik zo niet achterhalen.

(...)

- Er zijn geen specificaties van de exploitatie inkomsten en uitgaven van het fonds gegeven. Uit te keren rendementen kunnen dus niet worden vastgesteld. [gedaagde]: Deze specificaties zijn verstrekt en 2019 moet nog worden vastgelegd. In 2019 komt geen uitkering vanwege juridische procedures. Alle inkomsten worden gelijk met verkoop van panden uitgekeerd.

(...)

- Er is geen enkel overzicht verstrekt/specificatie gegeven van de balansposities van het fonds.

[gedaagde]: Vraag is geen onderdeel van het vonnis, en de posities zijn niet beschikbaar vanwege de jaarrekeningen.

- Er is geen enkel overzicht verstrekt/specificatie gegeven van de vorderingen en schulden van het fonds.

[gedaagde]: Overzicht moet ik maken. Op basis van beschikbare facturen. Een deel staat op deze

computer.

- Er is geen enkel overzicht verstrekt/specificatie gegeven van de administratieve verantwoording van de opbrengsten uit verkopen onroerend goed.

[gedaagde]: Afrekennota’s van de notaris zijn al verstrekt.

Boeder: De Meander verkoop heeft € 770.000,00 opgebracht, op welke rekening staat die opbrengst?

[gedaagde]: Het exacte bedrag weet ik niet. Het geld is nog niet aangewend, het is nog geen uitgave dus ik ben niet verplicht om informatie te geven. Welke rekening weet ik niet. Dat moet ik opzoeken. (...)”

2.8.

Op 2 december 2019 is door de voorzieningenrechter van deze rechtbank een kort geding behandeld over de executoriale verkoop van (onder meer) een door de Stichting in beslag genomen laptop en telefoon(s) van [gedaagde]. Partijen hebben toen een regeling getroffen, op grond waarvan aan [gedaagde] een kopie is verstrekt van de op de laptop opgeslagen digitale bestanden. Tevens hebben partijen afgesproken dat [gedaagde] binnen één week zou voldoen aan zijn verplichting om alle gegevens te verstrekken aan de Stichting, waaronder een gespecificeerde opgave van de inkomsten en uitgaven van EREF III, de onderliggende facturen en de bankafschriften van EREF III.

2.9.

Omstreeks 3 december 2019 is de lijfsdwang beëindigd.

2.10.

[gedaagde] heeft verschillende versies van een “informatiememorandum” opgesteld en dit inclusief bijlagen verstrekt aan de Stichting. De laatste versie dateert van februari 2020 (hierna: het informatiememorandum).

3 Het geschil

3.1.

De Stichting vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op alle dagen en uren, de tenuitvoerlegging van de veroordelingen in 5.2, 5.3 en 5.4 van het vonnis van 11 juni 2019 bij lijfsdwang toestaat, voor een periode van één jaar, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Hieraan legt de Stichting - zakelijk weergegeven - ten grondslag, dat [gedaagde] tot op heden niet heeft voldaan aan de veroordelingen zoals aan hem opgelegd in 5.2 tot en met 5.4 van het vonnis van 11 juni 2019, ondanks de eerder ten uitvoer gelegde lijfsdwang, die beperkt was tot 30 dagen. Weliswaar heeft [gedaagde] bij het informatiememorandum een grote hoeveelheid stukken verstrekt, maar dat betreffen stukken waarover de Stichting al beschikte. Die stukken bevatten geen rekening en verantwoording of een gespecificeerde opgave van de inkomsten van EREF III. Evenmin heeft [gedaagde] de onderliggende facturen, de bankrekeningafschriften en de jaarstukken van EREF III overgelegd, aldus steeds de Stichting.

3.3.

[gedaagde] voert verweer dat hierna - voor zover van belang - zal worden besproken.

4 De beoordeling

5 De beslissing