Rechtbank Noord-Holland, 18-08-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:7759, AWB - 21 _ 1087
Rechtbank Noord-Holland, 18-08-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:7759, AWB - 21 _ 1087
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2022
- Datum publicatie
- 16 september 2022
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 1087
- Relevante informatie
- Art. 223 Gemw, Art. 3:172 BW
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank is de aanslag forensenbelasting naar het juiste bedrag heeft opgelegd. De belastingplicht in de forensenbelasting moet worden vastgesteld per persoon, en niet per woning. Indien een gemeubileerde woning gemeenschappelijk eigendom is van meerdere eigenaren, kunnen zij allen belastingplichtig zijn voor de forensenbelasting, mits zij buiten de gemeente hun hoofdverblijf houden en ieder de woning meer dan 90 dagen voor zich of zijn gezin beschikbaar houdt. Omdat eiser buiten de gemeente zijn hoofdverblijf houdt en de mede-eigenaar van de woning binnen de gemeente zijn hoofdverblijf houdt, is enkel bij eiser de forensenbelasting geheven. Aan eiser kan worden toegegeven dat deze systematiek in zijn geval een verschil in behandeling veroorzaakt tussen hemzelf en de mede-eigenaar, maar is dit verschil in behandeling niet in strijd met het discriminatieverbod, nu dit verschil in behandeling gerechtvaardigd is, omdat gemeenten op grond van de Financiële-verhoudingswet voor inwoners een bijdrage uit het gemeentefonds krijgen, maar voor forensen niet.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/1087
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Uitgeest, verweerder.
Inleiding
Met dagtekening 31 december 2020 heeft verweerder aan eiser voor het jaar 2020 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 714.
Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen deze aanslag ongegrond verklaard.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2022 op zitting behandeld.
Eiser is bij aangetekende brief van 19 mei 2022, verzonden naar het in het beroepschrift vermelde adres van eiser, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu uit de informatie van PostNL (track en trace) is gebleken dat de brief op 20 mei 2022 is bezorgd op het genoemde adres, is eiser op een juiste wijze voor de zitting van de rechtbank uitgenodigd.
Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door [naam] .