Home

Rechtbank Noord-Holland, 09-02-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:1022, C/15/328685 / FA RK 22-2567

Rechtbank Noord-Holland, 09-02-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:1022, C/15/328685 / FA RK 22-2567

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
9 februari 2023
Datum publicatie
15 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:1022
Zaaknummer
C/15/328685 / FA RK 22-2567

Inhoudsindicatie

Verzoek man wijziging partnerbijdrage na overeengekomen niet-wijzigingsbeding dat een jaar geleden is overeengekomen. Niet-wijzigingsbeding wordt niet doorbroken.

Wijziging kinderbijdrage waarbij stiefkinderen van de man buiten beschouwing worden gelaten.

Uitspraak

Familie en Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/328685 / FA RK 22-2567

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 9 februari 2023

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. Y. Bruin, kantoorhoudende te Heerhugowaard,

tegen

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. M.J. van Lingen, kantoorhoudende te Alkmaar.

1 Procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 7 juni 2022;

- het verweerschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 26 juli 2022;

- het gewijzigd verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 23 september 2022;

- het aanvullend verweerschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 28 december 2022;

- de berichten, met bijlagen, van de advocaat van de man van 23 december 2022, 27 december 2022 en 3 januari 2023.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 10 januari 2023 in aanwezigheid van partijen en hun advocaten.

2 Feiten en omstandigheden

2.1.

Partijen zijn op [huwelijksdatum] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 25 juni 2021 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 8 juni 2021.

2.2.

Partijen zijn de ouders van:

- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2007 te [geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2008 te [geboorteplaats] ;

- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2013 te [geboorteplaats] .

2.3.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen. De minderjarigen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.

2.4.

Bij beschikking van deze rechtbank van 3 november 2022 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Stichting De Jeugd en- Gezinsbeschermers voor de duur van een jaar tot 3 november 2023.

2.5.

De man is op [datum] een geregistreerd partnerschap aangegaan met [naam partner] . De partner van de man heeft twee kinderen uit een eerdere relatie, [naam kind 1] , geboren op [geboortedag kind 1] 2014 en [naam kind 2] , geboren op [geboortedag kind 2] 2016. De man en zijn partner zijn in verwachting van een kind van hun samen.

2.6.

Bij de hiervoor genoemde beschikking is bepaald dat het ouderschapsplan van 9 maart 2021 deel uitmaakt van de beschikking. Volgens dit ouderschapsplan moet de man aan de vrouw met ingang van 1 april 2021 en zolang de minderjarigen bij de vrouw wonen, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) voldoen van € 1.033,00 per maand.

Verder hebben partijen in het echtscheidingsconvenant van 9 maart 2021 afgesproken dat de man een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (hierna ook: partnerbijdrage) van € 800,00 per maand moet voldoen met ingang van 1 april 2021.

2.7.

In artikel 2 van het echtscheidingsconvenant is ten aanzien van de partnerbijdrage onder meer het volgende opgenomen:

2.1 Behoefte

a. a) De partijen stellen de behoefte van de een ieder hierbij vast op € 2.414,00 netto per maand, uitgaande van een netto gezinsinkomen van € 4.024,00 per maand en kosten van de kinderen van € 1.341,00 per maand. Voor verdere details omtrent de behoefte wordt verwezen naar de uitgangspunten beschreven in productie 2.

b) Bovenstaande behoefte wordt jaarlijks per 1 januari, voor het eerst op 1 januari 2022, verhoogd met hetzelfde percentage als waarmee de alimentatie ingevolge de in artikel 2.4 vastgestelde indexeringsregeling wordt verhoogd.

2.2

Draagkracht

De partijen zijn bewust van de draagkracht afgeweken hetgeen is gebaseerd op het feit dat de partijen van mening zijn dat hiermee de vrouw in de gelegenheid wordt gesteld om de

onverdeelde helft in de echtelijke woning, staande en gelegen aan [adres] [woonplaats 2] , notarieel op haar naam te stellen, waardoor zij en de kinderen een

woonwaarborg verkrijgen. Voor verdere details omtrent de draagkracht wordt verwezen naar de uitgangspunten beschreven in productie 2.

2.3

Partneralimentatie

a. a) De man zal met ingang van 1 april 2021 bijdragen in het levensonderhoud van de vrouw, middels een bedrag van € 800,00 bruto, welk bedrag bij vooruitbetaling maandelijks aan de vrouw wordt voldaan door bijschrijving op een door de vrouw aan te wijzen rekening.

b) Partijen zijn er mee bekend dat de hiervoor genoemde partneralimentatie belast is bij de

ontvanger en bij de betaler als persoonsgebonden aftrek in aanmerking mag worden genomen.

2.5

Inkomen en vermogen van de alimentatiegerechtigde

a. a) Bij de vaststelling van de alimentatie voor de vrouw is rekening gehouden met haar huidige belastbare inkomsten uit arbeid, die € 13.042,00 bruto per jaar bedragen. De vrouw zal zich inspannen een hoger inkomen te verwerven om in haar eigen levensonderhoud te voorzien.

b) indien de arbeidsinkomsten van de vrouw in de toekomst stijgen, zullen deze inkomsten, zolang zij een bedrag van €19.705,00 bruto per jaar niet te boven gaan, geen invloed hebben op de hoogte van de alimentatie. Indien de eigen inkomsten uit arbeid dit bedrag van € 19.705,00 te boven gaan, zal de alimentatie verminderd worden met 50% van het meerdere. Bereiken haar inkomsten uit arbeid en alimentatie het bedrag van € 32.692,00 bruto per jaar, dan wordt het meerdere voor 100% op de alimentatie gekort.

De in dit artikel genoemde bedragen worden jaarlijks per 1 januari, voor het eerst op 1 januari 2022, verhoogd met hetzelfde percentage als waarmee de alimentatie ingevolge de in artikel 2.4 vastgelegde indexeringsregeling zal stijgen.

2.8

Wijziging

Het in artikel 2 bepaalde kan niet bij rechterlijke uitspraak worden gewijzigd op grond van een wijziging van omstandigheden, behoudens in het geval van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden, dat diegene die de wijziging verzoekt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding mag worden gehouden, zoals in artikel 1:159 lid 3 BW is bepaald. Het in dit convenant over artikel 1:160 BW bepaalde wordt door partijen in ieder geval als een dergelijke ingrijpende wijziging gezien.”

2.8.

In artikel 8 van het ouderschapsplan is ten aanzien van de kinderbijdrage onder meer het volgende opgenomen:

8.1 De kosten van de kinderen

De kosten van het kind zijn conform de gangbare tabellen begroot op € 1.341,00 per maand en de ouders zullen naar rato van hun draagkracht bijdragen. Voor verdere details omtrent de behoefte wordt verwezen naar de uitgangspunten beschreven in productie 2.

8.2

De kinderalimentatie

a. a) Met ingang van 1 april 2021 en zolang de kinderen minderjarig zijn en bij de moeder wonen, betaalt de vader bij vooruitbetaling aan de moeder een alimentatie voor de kinderen van € 1.033,00 per maand. Deze alimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari 2022.

b) De ouders zijn ermee bekend dat de alimentatieplichtige zelf voor deze verhoging zorg dient te dragen. Informatie hieromtrent is in de loop van de maand november beschikbaar op de website van het Ministerie van Justitie.”

2.9.

Ingevolge de wettelijke indexering bedraagt de kinderbijdrage met ingang van 1 januari 2023 € 1.088,00 per maand.

3 Verzoek

3.1.

De man heeft – na wijziging van zijn oorspronkelijke verzoek – verzocht de hiervoor genoemde beschikking te wijzigen in die zin, dat

-

de kinderbijdrage wordt verminderd tot € 894,00 per maand met ingang van 3 juni 2022 en op € 725,00 per maand met ingang van 1 oktober 2022 en op € 586,00 met ingang van de datum waarop het thans nog ongeboren kind van de man en zijn partner wordt geboren, en

-

de partnerbijdrage wordt bepaald op nihil met ingang van 3 juni 2022.

3.2.

De man stelt hiertoe dat ten aanzien van de kinderbijdrage sprake is van een wijziging van omstandigheden omdat hij op [datum] een geregistreerd partnerschap is aangegaan, zijn partner in verwachting is en hij onderhoudsplichtig is geworden voor zijn twee stiefkinderen. Ten aanzien van de partnerbijdrage voert de man aan dat de overeenkomst betreffende levensonderhoud is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven, dat sprake is van een dusdanige wijziging van omstandigheden waardoor hij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding kan worden gehouden (artikel 1:159 lid 3 BW), dan wel het beding in de gegeven omstandigheden niet van toepassing is wegens de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW).

4 Verweer

5 Beoordeling

6 Beslissing