Rechtbank Noord-Holland, 28-07-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12440, HAA 22/5534
Rechtbank Noord-Holland, 28-07-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12440, HAA 22/5534
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 28 juli 2023
- Datum publicatie
- 7 december 2023
- Zaaknummer
- HAA 22/5534
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Eiseres is huurder. Beroep n-o wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitspraak
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 22/5534
(gemachtigde: mr. [naam 1] ),
en
Procesverloop
Bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken met dagtekening 26 februari 2021 (hierna: de WOZ-beschikking) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2022 vastgesteld op € 178.000.
Bij uitspraak op bezwaar van 16 september 2022 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De eigenaar van de woning, [naam eigenaar] , is in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan de procedure. Zij heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2023. Namens eiseres is verschenen mr. [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. [naam 2] .
Overwegingen
Feiten
1. Eiseres is huurder van de woning. Het betreft een tussenwoning uit 1985 met een oppervlakte van 99 m², met een berging en een tuinhuis. De kaveloppervlakte is 128 m².
2. De eigenaar is [naam eigenaar] , te [vestigingsplaats] .
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep ontvankelijk?
3. Omdat de heffingsambtenaar de WOZ-beschikking aan eiseres heeft gericht, is eiseres daarbij belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020 (ECLI:NL:HR:2020:467). Het belang waarover wordt gesproken in artikel 1:2 van de Awb moet echter worden onderscheiden van het procesbelang van een belanghebbende. Het procesbelang is het belang dat iemand heeft bij de uitkomst van de procedure, dus wat hij met zijn bezwaar of (hoger) beroep wil/kan bereiken. Als iemand belanghebbende is, betekent dat dus niet meteen dat iemand ook een procesbelang heeft. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of iemand procesbelang heeft.
4. Het is vaste rechtspraak dat procesbelang ontbreekt als het gebruiken van een rechtsmiddel een partij niet in een gunstigere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen.
5. In zaken waarin een WOZ-beschikking is gericht aan de huurder van een woning kan het procesbelang niet zonder meer worden aangenomen. Steeds zal aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld of het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep de betrokken huurder in een gunstigere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen. Wel moet in ‘huurderszaken’ in ieder geval procesbelang worden aangenomen als de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf wordt gebruikt, voor bijvoorbeeld het bepalen van de hoogte van de riool- of afvalstoffenheffing. Het is aan degene die bezwaar maakt of (hoger) beroep instelt om aannemelijk te maken dat hij procesbelang heeft.
6. De rechtbank stelt allereerst vast dat door eiseres niet is gesteld dat de WOZ-waarde is gebruikt als een heffingsmaatstraf voor het heffen van lokale belastingen. Ook ziet de rechtbank daarvoor geen aanknopingspunten in de stukken. Op het aanslagbiljet staat namelijk uitsluitend de WOZ-waarde vermeld.
7. Nu eiseres niet concreet heeft gemaakt dat de verlaging van de WOZ-waarde voor eiseres zou kunnen leiden tot een huurverlaging en eiseres ook geen ander belang naar voren heeft gebracht, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het ontbreken van een voldoende concreet procesbelang. Dit brengt mee dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.P. van der Zalm, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 28 juli 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: